De Hollanders hebben ook hun Belga Sport. Zondagavond dook Andere Tijden Sport terug naar de jaren zeventig en de 24 uur van Le Mans. Met hunGijs van Lennep, die in '71 en '76 de grote uithoudingsrace won. Een uitzending die iedere autosportfanaat, amper een paar uur na de aankomst van editie 2009, met de neus op de feiten drukte: het zijn inderdaad andere tijden.
...

De Hollanders hebben ook hun Belga Sport. Zondagavond dook Andere Tijden Sport terug naar de jaren zeventig en de 24 uur van Le Mans. Met hunGijs van Lennep, die in '71 en '76 de grote uithoudingsrace won. Een uitzending die iedere autosportfanaat, amper een paar uur na de aankomst van editie 2009, met de neus op de feiten drukte: het zijn inderdaad andere tijden. De 24 uur van Le Mans anno 2009, tja: een uitstalraam van technologie, om het netjes uit te drukken. En minder netjes: een marketing tool, niet meer dan dat. Om de zege streden deze keer, net zoals de voorbije twee edities, Peugeot en Audi. Met machines die zich laten aandrijven door, begot, een turbodiesel. Terwijl de echte racewagens hopeloos achterin achtervolgden. Zowel de Franse PSA-groep als de grote Volkswagenfamilie verkopen immers vooral diesel, en daarom stoppen ze die - overigens uitstekende - technologie ook in hun racewagens. Welnu, als u nog nooit een turbodiesel voorbij hoorde scheuren op het circuit, neem dan onze raad ter harte: probeer het nooit te beleven. Er is immers geen beleven aan. Een turbodiesel, dat is alles wat een racewagen niet hoort te zijn: een ding dat lawaai maakt, snerpend en geproduceerd door minstens een tiencilinder, twaalf als het even kan. De Peugeot 908 Hdi en de Audi R15: je hoort ze hooguit zachtjes voorbij brommen. Let wel, snel gaan ze, oerend hard zelfs, maar het stuurt geen zindering door je lijf. De turbodiesels, dat zijn het soort auto's die de 24 uur van Le Mans ver hebben weggevoerd van wat autosport ooit was en moet zijn: heroïek en bravoure. "De mensen kwamen kijken om te zien hoe wij de dood in de ogen durfden kijken", vertelde Stirling Moss ons vorig jaar nog. Of hoe je met een korte, scherpe zin de essentie verwoordt, en tegelijk politiek incorrect bent. Benoit Treluyer (neen, nooit F1 gereden ...) was dat trouwens ook: hij ondernam in Le Mans een poging om zich dood te rijden, want versplinterde een Peugeot 908 Hdi van het team Pescarolo, maar overleefde een klap die in heroïscher tijden fataal was geweest. Wat we natuurlijk, nostalgisch of niet, moeten toejuichen. Niettemin, even minder filosoferen en constateren: waren de helden vroeger kerels als Graham Hill, Jacky Ickx of Stirling Moss en François Cevert of diens schoonbroer Jean-Pierre Bel-toise, dan rijden vandaag alleen nog has beens of illustere onbekenden in Le Mans. En dat doet pijn: Marc Gené, zondag bij de winnaars, is een gebuisde F1-coureur, hooguit goed om testrijder te zijn bij Ferrari in een tijdperk dat testrijders compleet overbodig zijn. Of hoe Le Mans zijn heroïek en bravoure helemaal heeft ingeleverd, ten koste van een gigantische marketingoperatie van Audi en Peugeot. Die maandag tijdens de eerste bestuursvergadering van de week overigens met groot genot zullen naspinnen bij zo veel media-aandacht voor hun dieseltechnologie. In Sochaux een beetje meer dan in Ingolstadt. Het zijn inderdaad andere tijden.