In 1970 verloor Jack Brabham de GP van Monaco in de laatste bocht. Stuurfoutje gemaakt. Jochen Rindt glipte voorbij en won, de Fransman Henri Pescarolo werd derde. Hij herinnert het zich nog scherp, laatstgenoemde. "Toen ik was uitgestapt, ging ik tot bij Brabham om te weten wat er precies was gebeurd. We stonden wat te kletsen en namen dan afscheid. Hij zei: "Tot in Le Mans, hé." Met "Le Mans" bedoelde Brabham natuurlijk de grote etmaalrace, doorgaans 'de 24 Uur' genoemd. Vorige zondag voor ...

In 1970 verloor Jack Brabham de GP van Monaco in de laatste bocht. Stuurfoutje gemaakt. Jochen Rindt glipte voorbij en won, de Fransman Henri Pescarolo werd derde. Hij herinnert het zich nog scherp, laatstgenoemde. "Toen ik was uitgestapt, ging ik tot bij Brabham om te weten wat er precies was gebeurd. We stonden wat te kletsen en namen dan afscheid. Hij zei: "Tot in Le Mans, hé." Met "Le Mans" bedoelde Brabham natuurlijk de grote etmaalrace, doorgaans 'de 24 Uur' genoemd. Vorige zondag voor de 78e keer gereden en gewonnen door de Audi R15 van Romain Dumas, Timo Bernhard en Mike Rockenfeller. Dumas, Bernhard of Rockenfeller: het staat toch wel wat minder prestigieus dan Jacky Ickx, Pedro Rodriguez of Graham Hill, die heel wat verder in het verleden wonnen. Sinds zowat een jaar of twintig hoor je het dan ook ieder jaar opnieuw zeggen: Le Mans is een kermiskoers geworden. Vroeger gold Le Mans inderdaad naast de 500 Mijl van Indianapolis en de GP van Monaco als het derde grote evenement in de autosport. Maar dat het een kermiskoers geworden is, is al te scherp gesteld. Dat het gebeuren vandaag minder uitstraling heeft, vloeit niet voort uit de aard van het evenement. Zoals vaak in de autosport valt het allemaal terug te leiden tot de hand van ene Bernie Ecclestone. Die man maakte de F1 groot en trok daarbij het voetlicht weg van zowat alle andere disciplines. Door de manier waarop hij grote constructeurs wist te lijmen voor de formule 1, hield hij ze tegelijk weg van evenementen als Le Mans. Ferrari wist hij al vroeg te overtuigen dat ze moesten stoppen met die uithoudingsraces. Een lot dat ook andere disciplines als rally of toerwagens mochten ondergaan. Ten tweede werd autosport dertig of veertig jaar geleden helemaal anders bedreven dan vandaag. Jongens als Jack Brabham of Graham Hill, toen even grote helden als de Hamiltons en Alonso's vandaag, reden overal mee. Niet alleen in de formule 1 en de endurance (Le Mans, dus), maar ook formule 2 of zelfs 3. Vandaag is dat niet meer aan de orde. Een F1-coureur rijdt alleen formule 1, punt uit. Voor de bekende Belgen was de laatste editie van Le Mans een behoorlijke afknapper. Vanina Ickx viel uit met haar Lola Aston Martin, toen ze zondagvoormiddag van de piste sukkelde. Jammer, want haar team reed toen op een knappe achtste plaats. Eric Van de Poele moest zijn Ferrari 430GT langs de kant zetten met motorpech, terwijl Marc Goossens en Bas Leinders zaterdag al opgaven. Laatstgenoemde, toen hij in de snelle bochtenreeks 'Esses' crashte. Ook hier zijn het andere tijden, want van de jaren zestig tot tachtig grossierden we met ene Jacky Ickx in Le Mansglorie: de Belg won de grote etmaalrace niet minder dan zes keer. Andere landgenoten zullen het hem niet snel nadoen.