Met Mémé Tchité en Ahmed Hassan als de nummers één en twee in het referendum om de Profvoetballer van het Jaar werden de lichten van de competitie afgelopen zondag in het Casino van Spa gedoofd. Twee spelers die vorige zomer naar Anderlecht kwamen, stonden bovenaan. Dat is illustratief voor de transferpolitiek die in het Astridpark werd gevoerd. Tchité drukte met twintig doelpunten en tien assists zijn stempel, Hassan liet zijn talent vooral na Nieuwjaar opspatten, al stonden er tegenover zijn twaalf doelpunten vreemd genoeg maar vier assists. En dat terwijl bijvoorbeeld Mbark Boussoufa, die veel minder dominant voetbalde dan verwacht, dertien beslissende voorzetten gaf.
...

Met Mémé Tchité en Ahmed Hassan als de nummers één en twee in het referendum om de Profvoetballer van het Jaar werden de lichten van de competitie afgelopen zondag in het Casino van Spa gedoofd. Twee spelers die vorige zomer naar Anderlecht kwamen, stonden bovenaan. Dat is illustratief voor de transferpolitiek die in het Astridpark werd gevoerd. Tchité drukte met twintig doelpunten en tien assists zijn stempel, Hassan liet zijn talent vooral na Nieuwjaar opspatten, al stonden er tegenover zijn twaalf doelpunten vreemd genoeg maar vier assists. En dat terwijl bijvoorbeeld Mbark Boussoufa, die veel minder dominant voetbalde dan verwacht, dertien beslissende voorzetten gaf. Bij Anderlecht viel ook Lucas Biglia (nog een nieuwe speler) als beste Jonge Prof in de prijzen, terwijl Daniel Zitka tot beste Keeper werd verkozen, nadat de komst van Silvio Proto medio 2005 nog een motie van wantrouwen leek. Net zoals in de competitie moest RC Genk vrede nemen met een troostprijs : Hugo Broos werd verkozen tot Trainer van het Jaar, een eerherstel voor iemand die in het begin van het seizoen alle controle op de groep kwijt leek en veel tijd nodig had om het trauma waarvoor het ontslag bij Anderlecht had gezorgd, weg te werken. Verfrissend is dat Jérôme Efong Nzolo tot de beste Scheidsrechter van het Jaar werd uitgeroepen. Van alle arbiters haalde de Brusselse Afrikaan ook het hoogste puntengemiddelde in ons Top Footklassement. Het voetbal zit duidelijk in de lift : vijftien van de achttien eersteklassers zagen meer mensen de loketten passeren dan vorig seizoen. Alleen Lokeren, Brussels en Sporting Charleroi kenden een achteruitgang. Clubs moeten inspelen op die toegenomen belangstelling door zich naar buiten toe beter te verkopen, het comfort te verhogen en te streven naar die sportieve continuïteit die nu weer volop ontbrak. Er waren in totaal 28 trainers aan het werk bij de achttien eersteklassers. Veel effect leverden die wissels niet op. Straks draait de trainerscarrousel niettemin gewoon verder. Ons voetbal heeft nood aan sterke leiders die een juist inschattingsproces kunnen maken en hun team niet overschatten. Welke garantie is er bijvoorbeeld dat de bij Cercle Brugge zo verdienstelijke Harm van Veldhoven het bij Germinal Beerschot beter zal doen dan Marc Brys die (te) lang zocht naar het juiste concept, maar de club uiteindelijk wel op de zesde plaats parkeerde ? En is het geen waanidee te geloven dat er uit Westerlo, zijn opvallende onopvallendheid ten spijt, met een andere trainer meer te halen valt ? Met twaalf trainerswissels zal er ook volgend seizoen weer op tal van plaatsen worden herbegonnen. Het is tekenend voor een gebrek aan voetbalfilosofie. Knap daarom hoe een ploeg als Bergen zich ook in moeilijke tijden achter José Riga bleef scharen en hoe het bestuur van Zulte Waregem het contract van Francky Dury met vijf jaar verlengde terwijl in de coulissen verhalen circuleerden dat steeds meer spelers moeite hadden met het optreden van deze weinig tegenspraak duldende ex-politieman. Heel anders ging het er wat dat betreft bij Lierse aan toe, waar het bestuur, ondanks het onverwacht bereiken van de eindronde, echt wel voor de spiegel mag gaan staan : van de twaalf aanwinsten die de voorbije zomer werden gehaald, deden er vijf het seizoen uit. Het geknoei op het Lisp was de afgelopen jaren niet mooi om zien. Dat er desondanks nog een herkansing komt, verdient de club eigenlijk niet. Wel de hondstrouwe aanhang, die ook in moeilijke tijden het elftal bleef steunen. Uiteindelijk verdwijnt Beveren volgend seizoen in de anonimiteit van de tweede klasse. Met Walter Meeuws, de elfde trainer in tien jaar, leek deze club een andere weg te willen inslaan, maar uiteindelijk brak een gebrek aan kwaliteit de Waaslanders zuur op. Beveren verloor de afgelopen jaren zijn identiteit, was eigenlijk al op sterven na dood en handhaafde zich alleen als een soort filière voor Ivoriaanse voetballers. Straks kan de club zich bezinnen na het artificiële beleid dat werd gevoerd. door Jacques Sys