door Jacques Sys
...

door Jacques SysIn een opwelling van optimisme liet Michel Verschueren voor de wedstrijd tegen Stabaek horen dat Feyenoord vorig seizoen heeft bewezen dat clubs als Anderlecht de Uefacup kunnen winnen. Het zegt veel over het probleem dat bij paars-wit blijft woekeren, namelijk dat bestuurders niet in staat zijn een ploeg op haar juiste waarde in te schatten. Anderlecht koesterde tijdens het tussenseizoen de illusie dat de komst van een nieuwe trainer volstaat om oude kwalen te verjagen. De wedstrijd tegen het bescheiden maar altijd in de organisatie voetballende Stabaek legde het gekende pijnpunt weer bloot : er stak geen greintje beleving in het Brusselse elftal. Volgende week donderdag staat Anderlecht in Oslo voor zijn cruciale wedstrijd van deze voetbaljaargang. Een Europese uitschakeling dompelt de club gegarandeerd onder in een nieuwe crisis, ongeacht wat er in de competitie inmiddels gebeurt. Anderlecht herbergt nog altijd voldoende klasse om in het Belgisch kampioenschap geregeld te spetteren, zeker als er op het eergevoel wordt gespeeld en de bereidheid bestaat om voor elkaar te werken. Veel meer dan momentopnames zijn die uitschieters evenwel niet. Het probleem van Anderlecht is juist dat de successen de onvrede en de verdeeldheid in de groep lang hebben gemaskeerd. Vorig seizoen leidde dat al tot een historische ontploffing toen Glen De Boeck en Filip De Wilde tevergeefs probeerden om trainer Aimé Anthuenis uit te rangeren. Anderlecht kwam toen bloot te liggen als een club die in de greep zat van intriges en onderlinge afrekeningen. Het vereist van hogerhand een kordate ingreep. Dat gebeurde niet en de rotte appels bleven zitten. Zo werd Hugo Broos met een aartsmoeilijke erfenis opgezadeld. De nieuwe trainer was nog maar een week in het Astridpark, toen hij opvallend kordaat liet weten dat de mindere resultaten van vorig seizoen niets met Aimé Anthuenis te maken hadden. Een verdere analyse hield hij wijselijk voor zich, maar het is duidelijk dat hij doelde op wat er zich in de verdeelde kleedkamer afspeelde. Na de lamentalebe verrichting tegen Stabaek sprak voorzitter Roger Vanden Stock de hoop uit dat het tegen Moeskroen tot een revanche zou komen. Alsof dat alle problemen van tafel veegt. Het is het soort kortzichtige, oppervlakkige uitspraken die tekenend zijn voor bestuurders die problemen niet in een breder perspectief kunnen plaatsen. Dirigenten die vaststellen dat hun ploeg nog steeds aan dezelfde kwaal lijdt als vorig seizoen, kunnen immers alleen maar besluiten dat ze hun huiswerk slecht hebben gemaakt. Als het in een groep niet klikt, zijn transfers nooit de sleutel tot succes. Overigens heeft de aankooppolitiek van Anderlecht evenmin geleid tot een kwalitatieve injectie en nog veel minder tot een evenwichtig elftal. Yves Vanderhaeghe moet wel een mens van heel goeie wil zijn om de gaten te blijven dichtlopen. Ook de bij Anderlecht onbevangen begonnen Hugo Broos moet ervaren dat voetballers na een tijdje in hun vroegere aard hervallen, alsof het in hun genen zit. Bovendien kan de kordaatheid van Broos niet verhinderen dat oude rekeningen blijven openstaan. Het belet niet dat Anderlecht nog altijd fraai voetbal kan serveren, maar de club blijft slapen op een vulkaan. Intussen kijkt het bestuur vanaf de zijlijn toe, niet bij machte om ook naast het veld voor een nieuw elan te zorgen. Op het al één jaar aangekondigd nieuw bestuurlijk organigram is het nog altijd wachten en onontgonnen gebieden om nieuwe geldbronnen aan te boren blijven onaangeroerd, alle ideeën van Alain Courtois ten spijt. Anderlecht leeft bij de gratie van het moment, met de familie Vanden Stock als onaantastbare heersers en de recentste uitslag als enige gevoelsbarometer.Anderlecht leeft bij de gratie van het moment.