door Jacques Sys
...

door Jacques Sysdoor Jacques SysMet angstig en steriel voetbal stortte Anderlecht zich afgelopen vrijdag in Sint-Truiden nog maar eens in een crisis. Een aantal nieuwe internationals en een trainer die wilde terugkeren naar de clubcultuur leken in het begin van het seizoen garant te staan voor een kentering, maar sindsdien worden de problemen met de week groter. In Sint-Truiden kon de ploeg zich aan een gevleide voorsprong bij de rust niet optrekken en verviel in apathisch voetbal. Vier dagen eerder bleek Anderlecht in de thuiswedstrijd tegen Lierse geen antwoord te vinden op de veldbezetting van de slimme Emilio Ferrera, die zijn middenvelders zo positioneerde dat Anderlecht centraal niet kon opbouwen. Het is een onthutsende vaststelling dat paars-wit met al zijn ervaren spelers zelfs geen tactische oplossing weet te bedenken. Het drama van Anderlecht is dat het zichzelf blijft verblinden. Twee jaar geleden gaven de Europese uitschieters de clubleiding de illusie goed bezig te zijn. Maar de historische campagne was vooral de verdienste van Jan Koller, die als spelbepaler, aangever en afwerker fungeerde en wiens inbreng nu ook bij Borussia Dortmund wordt bejubeld. Terwijl de Duitse kampioen niet bang is om vedetten op de bank te zetten, speelt Koller altijd. Anderlecht verzuimde het toen het binnengestroomde geld nuttig te besteden. Het kocht de afgelopen vijftien maanden achttien spelers. Niet één van hen gaf de ploeg een meerwaarde. Zelfs spelers die door de trainer innig worden gewenst verhuizen na een tijdje naar de bank. Zoals tijdens deze competitie met Michal Zewlakow weer bleek. In momenten van malaise wijst Anderlecht graag naar het gegeven dat de ploeg over veel talent beschikt maar te weinig een blok vormt. Het draait zich met deze constatatie een rad voor de ogen. Veel meer dan het gemis aan collectieve spirit sijpelt het gebrek aan kwaliteit steeds nadrukkelijker boven. In Sint-Truiden werden de Brusselaars ook op technisch vlak afgetroefd. Te veel voetballers spelen voor zichzelf en hanteren bij momenten normen uit lang vervlogen tijden : ze vragen bij voorkeur de bal in de voet. Lopen zonder bal en zo ruimte maken voor een ploegmaat is er niet bij. In een opwelling van frustratie riep Arie Haan een paar jaar geleden dat sommigen bij Anderlecht het ABC van het voetbal niet snappen. Die uitspraak lijkt nog altijd overeind te staan. Anderlecht, op zich al geen bolwerk van sportief evenwicht, is en blijft een ploeg zonder passie. Maar vooral zonder eendracht. De vorig seizoen gegroeide en nooit ingedijkte tweespalt hangt nog altijd als een loden ballast in de kleedkamer. Te veel zaken zijn ontspoord zonder dat er resoluut werd ingegrepen. Op zo'n erfenis loopt iedere trainer zich stuk. Hugo Broos probeert met een aantal wissels het vuur weer aan te wakkeren, maar hij staat voor een onmogelijke strijd. Het is wachten tot het bestuur de grove borstel bovenhaalt. In afwachting daarvan zal Anderlecht balanceren tussen geschitter en gestuntel. En wordt er intern bij tijd en wijlen een stukje kindertheater opgevoerd. De spelers leggen graag de schuld bij een ander en ontvluchten hun verantwoordelijkheid. Dat routiniers als Yves Vanderhaeghe en Glen De Boeck dezer dagen geen interviews willen geven, is veelbetekenend. Nochtans wil vooral De Boeck zichzelf graag als een leider beschouwen. Ooit was Anderlecht qua beleid een trendsetter in dit land. Het bouwde als allereerste club een prachtige arena met loges en boorde zo nieuwe geldbronnen aan. Veel innoverends is er sindsdien niet meer gebeurd. De bestuurders steken hun energie in het afketsen van de aanvallen die ze van buitenaf krijgen. Veel beter doen ze eraan echt beleid te voeren en in de spelersgroep orde op zaken te zetten. In plaats daarvan pleegde Michel Verschueren de afgelopen weken een paar ongelukkige uitspraken over andere clubs. Het is meer dan wat ook illustratief voor de reddeloosheid en de radeloosheid in het Astridpark. Hugo Broos staat voor een hopeloze strijd.