De zege op de openingsspeeldag tegen Eupen kwam niet zonder moeite tot stand, een week later moest genoegen worden genomen met een gelijkspel uit bij Charleroi. Veelzeggend, dan al, want beide ploegen zouden aan het eind van het seizoen degraderen. De start van Anderlecht na het behalen van de dertigste landstitel verliep allesbehalve gesmeerd. Binnen de eerste vijf speeldagen werd twee keer scoreloos gelijkgespeeld. Nog voor augustus om was, kon ook over de Champions League een kruis worden gemaakt.
...

De zege op de openingsspeeldag tegen Eupen kwam niet zonder moeite tot stand, een week later moest genoegen worden genomen met een gelijkspel uit bij Charleroi. Veelzeggend, dan al, want beide ploegen zouden aan het eind van het seizoen degraderen. De start van Anderlecht na het behalen van de dertigste landstitel verliep allesbehalve gesmeerd. Binnen de eerste vijf speeldagen werd twee keer scoreloos gelijkgespeeld. Nog voor augustus om was, kon ook over de Champions League een kruis worden gemaakt. De uitschakeling tegen Partizan had de impact van een tsunami, waarvan spelers en directie nooit helemaal herstelden. De kansloze nederlaag tegen Zenit in de opener van de Europa League strooide nog wat meer zout in de wonde, waarna opeenvolgend verlies op Standard en tegen Cercle, opgeteld bij een nieuwe Europese uitschuiver in Split, de club onderdompelde in een crisissfeer. Een supportersopstand kon ternauwernood worden bezworen. Even veerde de titelverdediger nog op: hij ging winnen bij RC Genk en AA Gent en speelde tussendoor gelijk thuis tegen Club Brugge. Met zeven op negen tegen de rechtstreekse concurrentie en een prima decembermaand stapte Anderlecht als leider het nieuwe jaar in. Toch sloeg de motor nooit echt aan. In februari wankelde de Brusselse trots opnieuw. Het thuisduel tegen Ajax was weer een kantelmoment. Drie keer verschenen Lukaku en Suárez alleen voor de Nederlandse doelman, maar scoren lukte niet. Ook niet voor Wasilewski toen die bij 0-1 een strafschop mocht trappen. De 0-3-afstraffing zinderde drie dagen later nog na in Westerlo, waar opnieuw werd verloren. Volgde nog de return in Ajax: wéér machteloos onderuit. Tegen Genk werd pas in extremis een gelukkig punt uit de brand gesleept. Dat Anderlecht toch nog als leider play-off 1 inging, was een half mirakel dat mee mocht worden toegeschreven aan het falen van de concurrentie uit Brugge en Luik. Wat dan nog het paars-witte shirt droeg, beantwoordde lang niet meer aan de Brusselse kwaliteitsnormen. Zeker niet na het tussentijdse vertrek van Polák en Boussoufa en het geblesseerd uitvallen van Biglia. De grote blessurelast - vooral het gevolg van pech: alleen Le- gear viel uit met een spierblessure - woog zwaar op de prestaties. Meer dan eens stonden maar zeventien of zestien namen op het scheidsrechtersblad. Daarbij dan nog van jeugdspelers van wie de club al afscheid had genomen omdat ze tekortschieten voor de top. Beter kon de paars-witte machteloosheid niet worden geïllustreerd. DOOR JAN HAUSPIEDe motor sloeg nooit echt aan.