Nu Anderlecht de jongste weken weer met opgeheven hoofd staat te voetballen, vind ik als supporter de tijd rijp voor een aantal bedenkingen. Wat mij vooral opvalt, is de uitzonderlijke benadering van Anderlecht door de media. Waarom moeten jullie altijd van het ene uiterste in het andere vervallen ? Roger Vanden Stock,Michel Verschueren en Hugo Broos zijn zeker niet zo vrij van fouten als ze in hun kritiekloze zelfgenoegzaamheid soms schijnen te denken. De media overdrijven anderzijds in de andere richting en blinken uit in het trekken van voorbarige conclusies. Dezelfde kritikasters die zowat heel Anderlecht als onvoldoende voor de top omschreven, moeten enkele weken later vaststellen dat er wel degelijk voetballend vermogen in dit Anderlecht zit. Overigens niet toevallig dat de opwaartse trend samenloopt met het inruilen van beperkte aankopen als Vanderhaeghe, Hendrikx en Zewlakow voor eergierig talent uit de eigen jeugd als ...

Nu Anderlecht de jongste weken weer met opgeheven hoofd staat te voetballen, vind ik als supporter de tijd rijp voor een aantal bedenkingen. Wat mij vooral opvalt, is de uitzonderlijke benadering van Anderlecht door de media. Waarom moeten jullie altijd van het ene uiterste in het andere vervallen ? Roger Vanden Stock,Michel Verschueren en Hugo Broos zijn zeker niet zo vrij van fouten als ze in hun kritiekloze zelfgenoegzaamheid soms schijnen te denken. De media overdrijven anderzijds in de andere richting en blinken uit in het trekken van voorbarige conclusies. Dezelfde kritikasters die zowat heel Anderlecht als onvoldoende voor de top omschreven, moeten enkele weken later vaststellen dat er wel degelijk voetballend vermogen in dit Anderlecht zit. Overigens niet toevallig dat de opwaartse trend samenloopt met het inruilen van beperkte aankopen als Vanderhaeghe, Hendrikx en Zewlakow voor eergierig talent uit de eigen jeugd als Junior, Lovre en Deschacht. Maar als het even misgaat bij Anderlecht, staat de overdreven en onredelijke kritiek meteen klaar. Na de onverdiende nederlaag op Moeskroen - de thuisploeg kwam in 90 minuten één keer voor het vijandige doel terwijl een ondoortastend Anderlecht niettemin zes kansen verwierf - sprak de pers van een crisis waarvan het einde niet in zicht leek. Michel Verschueren werd zelfs uitgelachen omdat hij zijn club nog Europese kwalificatiekansen toedichtte. We weten inmiddels hoe dicht Anderlecht bij de kwartfinales heeft gezeten : ei zo na kwamen er verlengingen met elf tegen negen en grote kwalificatiekansen voor paars-wit aan en dan stonden de media mooi voor schut. Enkele weken later verloor Club van Charleroi, terwijl Anderlecht won op Bergen. In plaats van te melden dat Club een beschamende thuisnederlaag tegen een degradatiekandidaat had geleden en Anderlecht via een derde zege op rij drie punten terugpakte, hadden de kranten amper kritiek op Club maar hekelden ze wel de zwakte van Anderlecht. Toen Anderlecht kort daarvoor thuis gewonnen had van datzelfde Charleroi, was er eveneens slechts commentaar over het povere spelvertoon. Drie dagen vooraf was er tegen Panathinaïkos echter wél sterk gespeeld en geen enkele ploeg speelt altijd goed, dat weet iedereen.Ik aanvaard best dat voor Anderlecht andere normen gelden - als supporters zijn we de eersten om die in stand te houden - maar de zaken minder vertekend voorstellen zou geen kwaad kunnen. Ook Sport/Voetbal Magazine zag ik meedrijven met de negativistische stroom. Nadat Anderlecht als enige Belgische ploeg Europees overwinterde en op een haar van de laatste acht strandde, schreef u zonder blozen dat Sporting drie ronden lang met de uitschakeling had geflirt en al het geluk nu bleek te zijn opgebruikt. 3-1 en 0-3 tegen Midtjylland, 0-2 en 2-2 tegen Bordeaux : je moet werkelijk van slechte wil zijn om dat als flirten met de uitschakeling te bestempelen. En geluk opgebruikt ? Een ploeg die met een correcte leiding in Club-Anderlecht nu nog titelkandidaat was en in de beker onverdiend met de strafschoppen werd uitgeschakeld, kan je bezwaarlijk gediend door het geluk noemen.Treffend ook weer hoe een aantal media de demonstratie van Anderlecht tegen Club weer probeerden te minimaliseren. Zowel de vanouds Brugsgezinde zender VTM als in mindere mate VRT zochten de oorzaak van de overwinning in een offday van Club en een handsgoal van Jestrovic. En dat terwijl een oppermachtig Anderlecht dichter bij een zesde dan Brugge bij een tweede treffer was gekomen. Ik roep nu geen halleluia, want in tegenstelling met sommige Belgische media hou ik er niet van de ene dag mensen af te breken om ze vervolgens net zo scrupuleloos op te hemelen, maar ik maak me sterk dat Anderlecht bezig is het tij te keren. In de terugronde werden evenveel punten als Club gesprokkeld, we zagen meerdere puike partijen (Panathinaïkos, Genk, Brugge) - al is er nog te weinig regelmaat - en voor het eerst in bijna twee jaar klitten de verschillende geledingen van de ploeg goed aan mekaar. Anderlecht heeft vooral eindelijk weer een middenveld. Club wordt ongetwijfeld terecht kampioen - al zie ik dat pas in mei gebeuren - maar gezien het vormpeil van Anderlecht en de bredere kern in vergelijking met Lokeren en Lierse is paars-wit duidelijk topfavoriet voor het tweede Champions League-voorrondeticket. Wie lachte met de uitspraken van Aimé Anthuenis (,,Anderlecht wordt de ploeg van de terugronde") en Hugo Broos (,,Intrinsiek zijn wij de beste van België"), deed dat te vroeg. Met gerijpte jongeren en Zetterberg start paars-wit dan in augustus zeker niet minder dan Club Brugge als favoriet voor de titel in 2004. Waarom trouwens zoveel kritiek op Zetterbergs terugkeer ? Dat rentreescenario's bij Anderlecht steevast faliekant aflopen, moet ik ten stelligste tegenspreken. Of herinnert niemand zich Lozano, De Wilde, De Groote of... Zetterberg zelf toen hij terugkwam van Charleroi ? Het Anderlechtbestuur heeft al veel fouten gemaakt. Deze transfer al bij voorbaat als een nieuwe fout betitelen, vind ik echter ongerechtvaardigd. Samenvattend : Anderlecht is dan wel niet zo goed als men zich in eigen kring soms waant, maar ook niet zo slecht als meerdere media laten uitschijnen. Jeroen Tanésy, Schiplaken