'Ik ben er drie jaar uit geweest - ondertussen een roman geschreven ( Kathaai, nvdr) en mama geworden van een dochtertje Elize -, maar er is weinig veranderd. Luciano D'Onofrio, László Bölöni, Wim De Decker, Jelle Van Damme, die mannen heb ik nog geïnterviewd. Daardoor voelde het meteen weer vertrouwd.
...

'Ik ben er drie jaar uit geweest - ondertussen een roman geschreven ( Kathaai, nvdr) en mama geworden van een dochtertje Elize -, maar er is weinig veranderd. Luciano D'Onofrio, László Bölöni, Wim De Decker, Jelle Van Damme, die mannen heb ik nog geïnterviewd. Daardoor voelde het meteen weer vertrouwd. 'Ik zou niet bij om het even welke club aan de slag gaan. Antwerp ligt me. De verstoorders van de gevestigde orde. ( grijnst) Het is geen afgelikte club, maar één met een rijke en turbulente geschiedenis. Antwerp heeft iets speciaals: puur en een tikje rauw. Rechtdoorzee. Passioneel. Eigenzinnig. Die achterban is fenomenaal, dat authentieke tref je minder aan bij andere clubs. Ik merk ook dat Antwerp op heel wat sympathie kan rekenen bij de voetballiefhebbers of bij mijn vrienden, die veelal Gentsupporter zijn. Bij Anderlecht of Club Brugge zou dat anders liggen. Zelf heb ik nooit echt een favoriete club gehad, als tiener was ik meer bezig met atletiek: Carl Lewis en Katrin Krabbe waren mijn helden. 'We zitten nu in play-off 1 en je merkt dat de topclubs nerveus worden. Ze beseffen dat Antwerp de basis en het potentieel bezit om zich daar tussen te mengen. De kritiek op ons zogeheten negatief voetbal vind ik echter sterk overdreven. Ik weet hoe zoiets werkt: een analist begint daarmee, anderen pikken het op en zo zwelt dat aan tot een vaststaand feit. Hoe beter je wordt, hoe meer mensen je gaan analyseren. Je mag je daardoor niet laten afleiden. Ik heb ook niet de indruk dat dat bij Antwerp gebeurt. Soms vergeet men dat dit maar ons tweede seizoen in eerste klasse is. Na al die jaren in tweede mag je niet verwachten dat Antwerp plots elke week champagnevoetbal serveert. 'Een van de mooiste momenten in mijn journalistieke loopbaan was de inhuldiging van de Ghelamco Arena in Gent. Een nieuwe voetbaltempel op een moment dat het Belgische voetbal op dat vlak al decennia stilstond. Een ander memorabel moment was de ontmoeting met Louis van Gaal, in mijn beginjaren als journaliste bij De Morgen. Ik was bij AZ op bezoek voor Stein Huysegems en liep er Van Gaal tegen het lijf. Ik wist een interview te regelen, tot groot ongeloof van mijn toenmalige chef Hans Vandeweghe. Een week later zat ik in een kleine container te praten met Van Gaal. Ik was best wel geïntimideerd door zijn persoonlijkheid. Hetzelfde maakte ik een paar jaar later mee met Erik Gerets in Marseille, toen als journaliste voor Het Laatste Nieuws. Als enige geraakte ik tot bij hem, het werd het best gelezen artikel van dat jaar. Zo zenuwachtig dat ik daarvoor was! 'Meestal was ik de enige vrouw in een perszaal. Wat mij vooral opviel was hoe ik steevast beoordeeld werd op alles behalve mijn werk. Ik was niet bezig met mode of make-up, maar rondom mij ging het alleen maar daarover. Op een bepaald moment kwam daar dan nog jaloezie bij, want ik mocht columns schrijven en ging voor televisie werken. Een keer heb ik het meegemaakt dat een speler dacht dat het een grap was dat een vrouw hem interviewde. ( lacht) Anderzijds werd ik minder als bedreiging beschouwd en kreeg ik soms makkelijker iets geregeld. 'Met Imke Courtois is er nu eindelijk een vrouwelijke voetbalanaliste, maar Imke is tegelijkertijd een vloek en een zegen omdat ze ook fotomodel is. Ze doet dat zeer naturel, maar waarom krijgt Tamara Cassimon, T2 bij de Red Flames en tactisch bijzonder sterk, geen kans? Ze is de veertig voorbij en dat mag dan precies niet. Zelfde met Ingrid Vanherle, die heel geboeid kan praten over voetbal. Ik zie op dat vlak nog te weinig evolutie binnen de media. 'In 2014 heb ik een boek uitgebracht over mijn ervaringen in het voetbalmilieu: Speelgoed. Jammer genoeg werd het steevast herleid tot enkele quotes over seksuele intimidatie, terwijl dat maar een klein deel vormde van de inhoud. Ik kaartte toen al een aantal problemen in het voetbal aan, onder meer de toenemende macht van de makelaars. Dat boek kwam iets te vroeg. Het verwijt was niet dat ik onwaarheden schreef, maar dát ik erover schreef, terwijl ik dat mijn journalistieke plicht vond.'