Achtendertig is hij geworden onlangs, op 10 april. Patrick Goots is nog één van die oude krijgers op onze voetbalvelden, krijgers zoals ze niet meer gemaakt worden, al kwelt een rugblessure hem tegenwoordig en verzeilt hij vaker wel dan niet op de bank. Na dit seizoen verlaat hij zijn Antwerp FC en gaat hij nog een jaar voor de ambitieuze derdeklasser KV Mechelen voetballen. En daarna :
...

Achtendertig is hij geworden onlangs, op 10 april. Patrick Goots is nog één van die oude krijgers op onze voetbalvelden, krijgers zoals ze niet meer gemaakt worden, al kwelt een rugblessure hem tegenwoordig en verzeilt hij vaker wel dan niet op de bank. Na dit seizoen verlaat hij zijn Antwerp FC en gaat hij nog een jaar voor de ambitieuze derdeklasser KV Mechelen voetballen. En daarna : Patrick Goots : "FC De Kempenzonen. Ik ben enorm gehecht aan mijn geboortestreek, de Kempen, maar mijn voorkeur blijft naar de ploeg uit het arbeidersvoetbal gaan. Mijn vader richtte ze op in 1969. Mijn jongere broer Guy speelt er, net als enkele andere vrienden voor het leven, zoals Gunther Blockx. Wanneer mijn carrière voorbij is, hoop ik nog met hen te kunnen samenspelen. Het staat zo vast als wat dat ik daar als voetballer zal eindigen. Ik maak er geen geheim van dat ik graag tot mijn achtenveertigste wil blijven voetballen." "Dessel Sport, de club waar ik in 1975 begon met voetballen. Ik ging er weg in 1978 om bij de jeugd van Lierse te gaan spelen. Daar bleef ik twee jaar. Ik keerde terug naar Dessel en bleef er dan tot 1986. Bij Lierse hebben ze een fantastische jeugdopleiding, mijn zoon Killian speelt er nu ook. Ik herinner me nog enkele heroïsche derby's in de derde klasse. Drieduizend toeschouwers voor een wedstrijd tussen Dessel Sport en Witgoor Dessel ! Witgoor betekent ook veel voor mij : mijn schoonvader was er drie jaar trainer. Het was prachtig om hem tijdens de derby's de hand te schudden." "Ik ben één van de weinigen die voor beide clubs speelde. Hoewel ik eerst voor Beerschot speelde en later voor Antwerp, voelde ik me toch altijd meer aangetrokken tot Antwerp. Ik vertel je anekdote : toen ik twaalf werd, tekende mijn vader een voetballer gekleed in rood en wit in mijn poëzie. Hij schreef erbij : 'Ik hoop dat je ooit voor je favoriete club zal spelen'. Vijf jaar geleden werd mijn droom werkelijkheid en ik was heel trots. De Great Old is en zal altijd de club van mijn hart blijven." "Boem-Boem Becker. Omdat ik mijn bijnaam overhoud aan de kracht van de Duitse tennisser, en niet omgekeerd (lacht). Die bijnaam dateert al van mijn periode in Sint-Truiden, toen een journalist het idee had me zo te noemen. Ik heb het altijd als een mooi compliment beschouwd. Alleen spijtig dat ik niet zoveel heb verdiend als de grote Boris (lacht)." " René Desaeyere, hij is de echte rode draad in mijn carrière. Ik werkte met hem samen in Dessel, Kortrijk, Beveren en Antwerp. In het begin verliep de samenwerking erg stroef. Hij de coming-man in de trainerswereld, en ik de beatnik met gescheurde jeans, lange haren en basketschoenen. Het moest botsen, zeker omdat ik als opwarming liever vanop vijftig meter op doel schoot dan dat ik rondjes liep (lacht). Van hem leerde ik wat het woord professionalisme inhoudt en ik ben er hem eeuwig dankbaar voor. Regi Van Acker is de beste trainer die ik had en dat zijn er toch een stuk of dertig." "Rechts, want mijn linkerbeen gebruik ik enkel om op de bus te stappen. Ik maakte 150 doelpunten bij de profs. Tachtig procent was met rechts, vijftien met links en vijf met het hoofd. Als ik van één ding spijt heb, is het dat ik niet meer aan mijn zwakke punten gewerkt heb. Alleen bij Lierse, onder Marcel Vets, heb ik aan mijn schot gewerkt. Ik troost me met de gedachte dat het beter is een rechtse als de mijne te hebben, dan even goed te zijn met beide voeten." "Precisie. Het zal je misschien verbazen, maar ik ben nooit de krachtigste van de kern geweest. In 1997, bij Turnhout, dacht de clubarts dat ik een spelletje met hem speelde toen ik niet meer dan dertig kilo met de leg press kon verplaatsen, terwijl mijn collega's gewichten tussen 160 en 220 kilo tilden. Ik denk dat het door een perfecte coördinatie komt dat ik zo hard kan trappen." "Oorbel, omdat ze zichtbaar is en deel uitmaakt van mijn persoonlijkheid. Net als mijn paardenstaart trouwens. Ronny Van Rethy en ik, wij hebben die mode gelanceerd. Toen ik nog bij Lommel speelde, in tweede klasse, moest ik thuis hemel en aarde verzetten om dit te mogen. 'Als je twee doelpunten maakt in de derby tegen Waterschei, bind ik in', zei mijn vader. Na een kwartier stond het 0-2. Ik moet er niet bij vertellen dat ik die twee doelpunten maakte ? (lacht) Buiten de mensen die ik goed ken, was niet iedereen met wie ik omging blij met mijn uiterlijk. Zoals trainer Georges Heylens, die me op een dag schorste. Maar de volgende dag had ik niet één maar twéé oorbellen in toen ik op het trainingsveld kwam (lacht). Tatoeages was een mode die ik als rocker ben gaan volgen. Er staat een vlinder op mijn schouder en een eekhoorntje op mijn schouderblad. Allebei rechts natuurlijk (lacht)." "Twee biermerken, waarvan één overeenkomt met de naam van een trainer met wie ik bij Antwerp werkte en één met de naam van mijn zoon. Het is logisch dat ik voor Killian kies, hij lijkt als twee druppels water op mij. De keuze is des te gemakkelijker omdat nooit echt goed met Wim De Coninck kon opschieten. Hij geloofde niet in mij, ik zat meer op de bank dan me lief was." "Ik drink met mate en meestal gemengde dranken : mazout of tango. Ik rook ook zeer weinig, na het eten en na een wedstrijd. Het is een manier om de stress te verlichten. Als ik moet kiezen, zou het voor mij gemakkelijker zijn om een pintje te laten dan een sigaret. Dus geef maar een sigaret, hoewel ik het niemand aanraad.""Paardenstaart. Bij Beveren heb ik voor het eerst gespeeld met een elastiek die mijn haar in de nek hield. Deze gewoonte heb ik behouden en ze is uiteindelijk mijn handelsmerk geworden. Ik zal er voorlopig niet van afwijken, zelfs al zaagt mijn vrouw mij soms de oren van mijn kop (lacht). Het is in ieder geval beter dan de staart van de rangschikking, een positie waar ik te vaak heb vertoefd in mijn carrière. Maar vechten tegen het behoud heeft ook iets moois, op voorwaarde dat het goed afloop natuurlijk." "Dat is een goeie (lacht) ! Aruna Dindane, natuurlijk. Alleen Doy Perazic wist niet dat het over één en dezelfde speler ging. Toen hij ons voor de wedstrijd tegen Anderlecht, triomfantelijk kwam zeggen dat Aruna niet speelde en vervangen was door een zekere Dindane, wisten we niet wat we moesten doen : lachen of huilen. Zelfs de Hongaar, Csaba Bernath die geen enkel woord verstond van de talen die bij ons in de kleedkamer gesproken worden, had het groteske van de situatie door. Ik kan gemakkelijk een boek schrijven over de fratsen van Perazic." " Marco van Basten, de compleetste aanvaller die ik de laatste twintig jaar gezien heb. Ik weet dat ik nog niet tot aan zijn enkels reik, maar één detail, de knappe volley waarmee hij scoorde op het EK van1988 tegen Rusland, deed ik hem dit seizoen na tegen Charleroi. Mijn goal ging op CNN de wereld rond. Op 10 april 1988, op mijn 22ste verjaardag, scoorde ik voor Lommel met een volley vanaf de zijlijn. Johnny Velkeneers, mijn trainer in die tijd, zei me enkele maanden later, dat mijn goal nog mooier was dan die van Van Basten. Eerlijk gezegd vind ik dat ook. Alleen, bij mijn wedstrijd was er geen camera om die goal te vereeuwigen." "Door de samenwerking met Antwerp ben ik niet ongevoelig voor de Red Devils van Manchester United. Ik was enorm onder de indruk tijdens ons bezoek vorig jaar aan het stadion en het sportief complex van Carrington, waar de profs trainen. We konden de heilige grond van Old Trafford betreden, iets wat enkel weggelegd is voor spelers van de Premier League. Ik kon er niet aan weerstaan en heb me neergezet voor het kastje van Ruud van Nistelrooy. Spijtig genoeg waren de spelers van Manchester op dat moment op doorreis in Azië. Wat de Rode Duivels betreft : in 1994 ben ik bijna opgeroepen door Paul Van Himst. Hij kwam me bekijken in de wedstrijd met Genk tegen KV Mechelen, waarin ik op een fantastische Philippe Albert stootte. De bondscoach koos toen voor Cisse Severeyns, hoewel die bij Malinwa vaak op de bank zat. Dat is de grootste ontgoocheling uit mijn carrière." "Zoals elke speler die een beetje bekend is, had ik ook succes bij de vrouwen. Maar ik ben tot rust gekomen toen ik trouwde met Leentje. Anderzijds ben ik steeds een giant killer gebleven. Tegen Anderlecht scoorde ik meer dan tegen een andere ploeg, het is een tegenstander die mij geluk brengt." "Paars of rood, is het dat (lacht) ? Ik verkies Deep Purple, de eerste groep die ik live aan het werk zag." " Eddy Wauters. We hebben meer dan eens een meningsverschil gehad en ik weet dat hij het me dit seizoen kwalijk nam dat ik gezegd had dat onze kern minder sterk was dan die van vijf jaar geleden toen we in tweede klasse speelden. Dat neemt niet weg dat ik een grenzeloze bewondering voor hem heb. Vijfendertig jaar aan het hoofd staan van een club, ik ken niemand die dat kan zeggen. Hij is één van de markantste voorzitters van de laatste vijftig jaar." "SP.A. Voor die partij haalde ik 275 voorkeurstemmen tijdens de laatste regionale verkiezingen. Het Vlaams Blok is geen partij voor mij. Ze staat synoniem voor racisme en dat stemt niet overeen met mijn gedachtegoed, ook al ben ik zelf ooit voor racist uitgemaakt. Dat was toen ik naar Stanley Menzo de keeper van Lierse, toen die me voor de gek hield, had geroepen : 'Niet met mij, zwette'. Het floepte eruit, zoals bij toeschouwers die vuile zwette roepen naar de scheidsrechter. Ik wilde hem helemaal niet kwetsen en heb me bij hem verontschuldigd. Sindsdien zijn we de beste vrienden." door Bruno Govers'Roken verlicht de stress, maar ik raad het niemand aan.''Mijn linkerbeen gebruik ik enkel om op de bus te stappen.'