Voor de Great Old kwam de interlandbreak van vorige week net op tijd. Coach László Bölöni maakte van een vrij weekend gebruik om de batterijen in Zuid-Frankrijk op te laden. Hopelijk deden zijn spelers hetzelfde, want de maandenlange labeur, zowel in de wedstrijd als op training, begon zijn tol te eisen. Bij velen was de tank leeg, gevoetbald werd er niet meer, het was lopen en knokken. Er werden ook steeds minder kansen afgedwongen.
...

Voor de Great Old kwam de interlandbreak van vorige week net op tijd. Coach László Bölöni maakte van een vrij weekend gebruik om de batterijen in Zuid-Frankrijk op te laden. Hopelijk deden zijn spelers hetzelfde, want de maandenlange labeur, zowel in de wedstrijd als op training, begon zijn tol te eisen. Bij velen was de tank leeg, gevoetbald werd er niet meer, het was lopen en knokken. Er werden ook steeds minder kansen afgedwongen. Tot speeldag tien ging het goed met Antwerp, dat er een bizarre terugkeer naar eerste klasse heeft opzitten. De manier van spelen is ouderwets: mandekking in balverlies. Op zich is dat voor een ploeg in herstructurering de duidelijkst mogelijke manier van spelen: als elk zijn mannetje heeft, zijn de verantwoordelijkheden netjes afgelijnd. Wie zijn man laat lopen, wordt met de vinger gewezen. Soms leidde dat tot gekke toestanden, zoals in Beveren, toen Philippe Clement OpokuAmpomah (linksmidden) naar rechts liet lopen, waarbij hij werd gevolgd door rechtsachter Mamoutou N'Diaye. Meteen kreeg Erdin Demir alle vrijheid om op te rukken. Die wedstrijd was een soort kantelmoment. Tot dan was de constante: thuis enige moeite om het spel te maken en om punten te pakken, maar uit altijd succes, met een beproefd recept. Gedisciplineerd alles dicht lopen en vechten, en offensief loerend op dat ene kansje. Beveren uit, op speeldag 9, was de eerste nederlaag weg van de Bosuil. In die periode raakten een paar pionnen uit de verdediging min of meer wedstrijdfit. Jelle Van Damme (34) onder meer, maar vooral de Franse Senegalees MoustaphaSall (31). Dat gaf Bölöni meer mogelijkheden. Bij gebrek aan een echte rechtsachter werd de tactiek bijgestuurd naar een driemansverdediging. Tegen Zulte Waregem (3-0) had die aanpak succes, daarna niet meer. Vooral het gebrek aan offensief weerwerk toonde aan dat het even op was. Zeker bij de paar creatieve mensen die het verschil moeten maken: middenvelder Geoffry Hairemans en schaduwspits Ivo Rodrigues. Meteen liet Bölöni zijn andere kantje zien. Dat van de provocerende trainer langs de zijlijn, die zichzelf (en zijn ploeg) Calimeroallures aanmat. Na de match tegen Standard zei hij: 'Er is druk op de refs want de grote ploegen moeten stijgen. De scheidsrechters geven cadeautjes aan die clubs.' Kwam de zenuwachtigheid er omdat plots ook de ambities werden verlegd? Of voelde Bölöni aan de intensiteit op training dat het allemaal wat minder werd? Hopelijk kon de Roemeen in Frankrijk wat stoom afblazen en kan Antwerp in de terugronde bevestigen. Liefst met wat meer voetbal, toch het handelsmerk van Bölöni bij Standard. DOOR PETER T'KINT