Vanavond speelt Egypte een vriendschappelijke wedstrijd in het Koning Boudewijnstadion. Geen mens kijkt daarvan op. Egypte heeft met Mo Salah zelfs de beste speler uit de grootste competitie ter wereld in zijn rangen. Maar vóór de Tweede Wereldoorlog was voetbal op het hoogste niveau toch vooral een zaak van Europa en Amerika. Aan het allereerste WK (1930 in Uruguay) namen alleen landen deel die geïnviteerd waren. Die kwamen uitsluitend uit de twee genoemde continenten.

Vier jaar later waren er wel kwalificaties. Er was ook één Afrikaans-Aziatische groep, met daarin ... drie landen. En om het nog wat gekker te maken trok Turkije zich daaruit terug. De deelnemer aan het WK moest dus uit het dubbele duel tussen Egypte en Palestina komen.

Britse voogdij

Onder Palestina moet verstaan worden: het Britse Mandaatgebied Palestina. Na de Eerste Wereldoorlog viel het Ottomaanse Rijk uiteen en de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) kende zogenaamde mandaten toe. Groot-Brittannië kreeg op die manier de tijdelijke voogdij over Palestina, waarvan het grondgebied grosso modo samenviel met het huidige Israël (dat pas in 1948 werd opgericht) plus het huidige Palestina.

Hoewel driekwart van de bevolking in het mandaatgebied Arabisch was, waren het zionisten die er als eerste in slaagden om een voetbalbond, de Palestine Football Association, aangesloten te krijgen bij de FIFA. Dat weerspiegelde zich in de nationale ploeg. De spelers die het in de twee kwalificatiewedstrijden voor Palestina opnamen tegen Egypte, luisterden naar namen als Avraham Nudelman, Yohanan Sukenik, Willy Berger of Zalman Friedman. Het waren bijna uitsluitend Brits- zionistische immigranten. De piepjonge Egyptische doelman Mustafa Kamal Mansour, die tegen Palestina zijn internationale debuut zou maken, herinnerde zich later één of twee tegenstanders van Arabische komaf, maar dat blijkt nergens uit de overgeleverde documenten.

Het team van Hongarije., BELGAIMAGE
Het team van Hongarije. © BELGAIMAGE

In Engeland zou de dubbele barragematch omschreven worden als ' a walk in the park' voor Egypte, dat op 16 maart 1934 in Caïro met 7-1 won en op 6 april in Tel Aviv met 1-4. De Farao's waren op weg naar het WK!

Bootreis

Opwinding en dolle vreugde in Egypte, zou je denken, maar dat was in die tijd toch even anders. Zo vertelde keeper Mansour ooit dat hij bij zijn debuutmatch tegen Palestina het historische belang van die gebeurtenis helemaal niet zo inschatte, terwijl het toch de eerste WK-kwalificatiematch in de geschiedenis was, niet alleen voor Egypte, maar voor eender welk Arabisch, zelfs Afrikaans land.

Nog een bewijs van de andere kijk die men destijds op het WK had: de eigen, Egyptische (beker)competities werden schijnbaar hoger aangeslagen. Egypte zou zijn historisch WK-debuut maken op 27 mei 1934 tegen Hongarije (een duel met rechtstreekse uitschakeling) en er was in principe overeengekomen dat de nationale ploeg een maand op voorhand zou samenkomen voor trainingen en voor de drie dagen durende bootreis naar gastland Italië. Maar op 12 mei moest nog de bekerfinale gespeeld worden om de King Farouk Cup. In die finale tussen Al Olympi Alexandria en Al Mokhtalat (het huidige Zamalek) traden negen Egyptische internationals aan. En ook in de finale van een andere beker, de Sultanate Cup, stonden er op 11 mei enkelen aan de aftrap. Het verstoorde ernstig de voorbereiding van bondscoach James McRae, een Schotse oud-voetballer.

De legendarische Mahmoud Mokhtar, bijgenaamd El Tetch, op latere leeftijd., BELGAIMAGE
De legendarische Mahmoud Mokhtar, bijgenaamd El Tetch, op latere leeftijd. © BELGAIMAGE

Knock-out

Op 27 mei 1934 zaten er - naargelang de bron - tussen de 10.000 en de 13.000 toeschouwers in het stadion. Er namen zestien landen deel aan het WK, in de formule van een knock-outtoernooi. Hongarije-Egypte was dus een achtste finale.

De gebruikelijk veldbezetting destijds was het WM-systeem of 3-2-2-3, waarbij de spelers de punten van de letters W (drie verdedigers en twee middenvelders - met de keeper bovenaan het veldje) en M (de vijf aanvallers) vormden. Vijf aanvallers, jawel. Men ging er graag tegenaan in die tijd, de verdedigende tactiek werd pas later uitgevonden.

Hongarije bestond uit ervaren spelers van de toenmalige Europese topclubs Ferencváros, Ujpest, Debrecen en Hungaria. Bij Egypte was de vedette ene Mahmoud Mokhtar, bijgenaamd El Tetch, die tegen Palestina nog een hattrick had gemaakt. 'Hij was onze kapitein en topscorer', aldus Mansour. 'In 1928 had hij al op de Olympische Spelen in Amsterdam gespeeld. Maar de Hongaren waren bijna allemaal profs...'

Dat liet zich voelen op het veld, waar Hongarije na een dominante openingsfase al snel op voorsprong klom. De Farao's stormden daarop naar voren, maar hun roekeloos aanvalsspel kostte hen nog voor het halfuur een tweede tegendoelpunt. Hun enthousiasme leverde gelukkig ook wat op. Egypte sloeg snel terug met een rechtstreekse vrije trap van Abdelrahman Fawzi en nog voor de rust hing diezelfde Fawzi de bordjes weer gelijk: 2-2. Egypte was nog 45 minuten verwijderd van een kwartfinale.

Hetzelfde spelbeeld in de tweede helft: Egypte viel aan, Hongarije counterde. In de 53e minuut zag Fawzi zijn derde treffer afgekeurd wegens de buitenspelpositie van een ploegmaat. Terwijl de Egyptenaren nog protesteerden, lanceerde Hongarije listig een tegenaanval die Jeno Vincze vrij zette voor Mansour. Vincze miste niet: 3-2

Egypte bleef knokken, maar ging in minuut 61 knock-out - bijna letterlijk. Mansour plukte een hoge bal, maar Geza Toldi beukte met opgetrokken knie op hem in. De bal ging in het doel en hoewel Mansour lang moest verzorgd worden en zijn neus achteraf gebroken bleek, keurde de ref het doelpunt goed. Van die 4-2 herstelde Egypte niet meer.

Mustafa Mansour en zijn ploegmaat Mohamed Latif zouden later in Schotland gaan voetballen en studeren. Zij hadden het pad gebaand voor vele Afrikaanse voetballers na hen. Het zou wel tot 1970 duren voor er weer een Afrikaans land (Marokko) zich kon plaatsen voor het WK.

Mansour overleed in 2002, als laatste van het pionierselftal van 1934. Hij werd net geen 88 jaar.

De wedstrijd - Hongarije - Egypte : 4-2

Achtste Finale 27 mei 1934 Stadio Giorgio Ascarelli, Napels

Doelpunten 1-0 Teleki (11'), 2-0 Toldi (27'), 2-1 Fawzi (31'), 2-2 Fawzi (39'), 3-2 Vincze (53'), 4-2 Toldi (61')

Keeper Mustafa Kamal Mansour., BELGAIMAGE
Keeper Mustafa Kamal Mansour. © BELGAIMAGE
De Egyptenaar Ismail Rafaat en de Hongaar Teleki Pál, die tegen Egypte het eerste doelpunt maakte., BELGAIMAGE
De Egyptenaar Ismail Rafaat en de Hongaar Teleki Pál, die tegen Egypte het eerste doelpunt maakte. © BELGAIMAGE
Vanavond speelt Egypte een vriendschappelijke wedstrijd in het Koning Boudewijnstadion. Geen mens kijkt daarvan op. Egypte heeft met Mo Salah zelfs de beste speler uit de grootste competitie ter wereld in zijn rangen. Maar vóór de Tweede Wereldoorlog was voetbal op het hoogste niveau toch vooral een zaak van Europa en Amerika. Aan het allereerste WK (1930 in Uruguay) namen alleen landen deel die geïnviteerd waren. Die kwamen uitsluitend uit de twee genoemde continenten. Vier jaar later waren er wel kwalificaties. Er was ook één Afrikaans-Aziatische groep, met daarin ... drie landen. En om het nog wat gekker te maken trok Turkije zich daaruit terug. De deelnemer aan het WK moest dus uit het dubbele duel tussen Egypte en Palestina komen. Onder Palestina moet verstaan worden: het Britse Mandaatgebied Palestina. Na de Eerste Wereldoorlog viel het Ottomaanse Rijk uiteen en de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) kende zogenaamde mandaten toe. Groot-Brittannië kreeg op die manier de tijdelijke voogdij over Palestina, waarvan het grondgebied grosso modo samenviel met het huidige Israël (dat pas in 1948 werd opgericht) plus het huidige Palestina. Hoewel driekwart van de bevolking in het mandaatgebied Arabisch was, waren het zionisten die er als eerste in slaagden om een voetbalbond, de Palestine Football Association, aangesloten te krijgen bij de FIFA. Dat weerspiegelde zich in de nationale ploeg. De spelers die het in de twee kwalificatiewedstrijden voor Palestina opnamen tegen Egypte, luisterden naar namen als Avraham Nudelman, Yohanan Sukenik, Willy Berger of Zalman Friedman. Het waren bijna uitsluitend Brits- zionistische immigranten. De piepjonge Egyptische doelman Mustafa Kamal Mansour, die tegen Palestina zijn internationale debuut zou maken, herinnerde zich later één of twee tegenstanders van Arabische komaf, maar dat blijkt nergens uit de overgeleverde documenten. In Engeland zou de dubbele barragematch omschreven worden als ' a walk in the park' voor Egypte, dat op 16 maart 1934 in Caïro met 7-1 won en op 6 april in Tel Aviv met 1-4. De Farao's waren op weg naar het WK! Opwinding en dolle vreugde in Egypte, zou je denken, maar dat was in die tijd toch even anders. Zo vertelde keeper Mansour ooit dat hij bij zijn debuutmatch tegen Palestina het historische belang van die gebeurtenis helemaal niet zo inschatte, terwijl het toch de eerste WK-kwalificatiematch in de geschiedenis was, niet alleen voor Egypte, maar voor eender welk Arabisch, zelfs Afrikaans land. Nog een bewijs van de andere kijk die men destijds op het WK had: de eigen, Egyptische (beker)competities werden schijnbaar hoger aangeslagen. Egypte zou zijn historisch WK-debuut maken op 27 mei 1934 tegen Hongarije (een duel met rechtstreekse uitschakeling) en er was in principe overeengekomen dat de nationale ploeg een maand op voorhand zou samenkomen voor trainingen en voor de drie dagen durende bootreis naar gastland Italië. Maar op 12 mei moest nog de bekerfinale gespeeld worden om de King Farouk Cup. In die finale tussen Al Olympi Alexandria en Al Mokhtalat (het huidige Zamalek) traden negen Egyptische internationals aan. En ook in de finale van een andere beker, de Sultanate Cup, stonden er op 11 mei enkelen aan de aftrap. Het verstoorde ernstig de voorbereiding van bondscoach James McRae, een Schotse oud-voetballer. Op 27 mei 1934 zaten er - naargelang de bron - tussen de 10.000 en de 13.000 toeschouwers in het stadion. Er namen zestien landen deel aan het WK, in de formule van een knock-outtoernooi. Hongarije-Egypte was dus een achtste finale. De gebruikelijk veldbezetting destijds was het WM-systeem of 3-2-2-3, waarbij de spelers de punten van de letters W (drie verdedigers en twee middenvelders - met de keeper bovenaan het veldje) en M (de vijf aanvallers) vormden. Vijf aanvallers, jawel. Men ging er graag tegenaan in die tijd, de verdedigende tactiek werd pas later uitgevonden. Hongarije bestond uit ervaren spelers van de toenmalige Europese topclubs Ferencváros, Ujpest, Debrecen en Hungaria. Bij Egypte was de vedette ene Mahmoud Mokhtar, bijgenaamd El Tetch, die tegen Palestina nog een hattrick had gemaakt. 'Hij was onze kapitein en topscorer', aldus Mansour. 'In 1928 had hij al op de Olympische Spelen in Amsterdam gespeeld. Maar de Hongaren waren bijna allemaal profs...' Dat liet zich voelen op het veld, waar Hongarije na een dominante openingsfase al snel op voorsprong klom. De Farao's stormden daarop naar voren, maar hun roekeloos aanvalsspel kostte hen nog voor het halfuur een tweede tegendoelpunt. Hun enthousiasme leverde gelukkig ook wat op. Egypte sloeg snel terug met een rechtstreekse vrije trap van Abdelrahman Fawzi en nog voor de rust hing diezelfde Fawzi de bordjes weer gelijk: 2-2. Egypte was nog 45 minuten verwijderd van een kwartfinale. Hetzelfde spelbeeld in de tweede helft: Egypte viel aan, Hongarije counterde. In de 53e minuut zag Fawzi zijn derde treffer afgekeurd wegens de buitenspelpositie van een ploegmaat. Terwijl de Egyptenaren nog protesteerden, lanceerde Hongarije listig een tegenaanval die Jeno Vincze vrij zette voor Mansour. Vincze miste niet: 3-2 Egypte bleef knokken, maar ging in minuut 61 knock-out - bijna letterlijk. Mansour plukte een hoge bal, maar Geza Toldi beukte met opgetrokken knie op hem in. De bal ging in het doel en hoewel Mansour lang moest verzorgd worden en zijn neus achteraf gebroken bleek, keurde de ref het doelpunt goed. Van die 4-2 herstelde Egypte niet meer. Mustafa Mansour en zijn ploegmaat Mohamed Latif zouden later in Schotland gaan voetballen en studeren. Zij hadden het pad gebaand voor vele Afrikaanse voetballers na hen. Het zou wel tot 1970 duren voor er weer een Afrikaans land (Marokko) zich kon plaatsen voor het WK. Mansour overleed in 2002, als laatste van het pionierselftal van 1934. Hij werd net geen 88 jaar.