Drie en een half jaar geleden zocht dit blad Arie Haan nog eens op. In zijn huis in Finsterwolde, een van oorsprong communistisch dorp dat grenst aan Winschoten. Daar, in de uiterste noordoosthoek van Nederland, was hij tot rust gekomen. De hand werd gelegd aan een nieuw boek met als titel 'Terug naar Finsterwolde', een werk waarin hij niemand zou sparen. Maar dat was het dan ongeveer. Haan had er geen behoefte aan om nog veel in de publiciteit te komen. Het leek erop dat hij de luwte koesterde.
...

Drie en een half jaar geleden zocht dit blad Arie Haan nog eens op. In zijn huis in Finsterwolde, een van oorsprong communistisch dorp dat grenst aan Winschoten. Daar, in de uiterste noordoosthoek van Nederland, was hij tot rust gekomen. De hand werd gelegd aan een nieuw boek met als titel 'Terug naar Finsterwolde', een werk waarin hij niemand zou sparen. Maar dat was het dan ongeveer. Haan had er geen behoefte aan om nog veel in de publiciteit te komen. Het leek erop dat hij de luwte koesterde. Arie Haan viel als voetballer niet uit zijn evenwicht te brengen. Toen hij met Anderlecht eens op Waregem aantrad, hadden ze een haan opgehangen aan de deklat van het doel. Dat was het gevolg van een eerdere wedstrijd tussen beide clubs waarin Haan linksbuiten Hervé Delesie zwaar had geraakt aan de knie. Vooraf zorgde dat voor veel commotie. De sfeer was vijandig en op het veld liepen nog verschillende hanen. Maar de Nederlander deed alsof zijn neus bloedde. Ook al werd hij de hele match uitgefloten, hij gaf geen krimp en speelde zijn wedstrijd uit. Alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Het typeerde Haan die voetbalde met groot geloof in zichzelf. Bij Anderlecht gaf de toenmalige trainer Urbain Braems eens een tactische bespreking. Toen de trainer klaar was en de kleedkamer verliet, veegde Haan het bord uit en zei hoe hij het zag. Verbaasd over het spel van Anderlecht was hij trouwens toen hij daar in 1975 arriveerde. Hij kwam aan de bal en vond niemand die vrij stond. Terwijl in een goeie ploeg, zo zei hij, de man zonder bal de belangrijkste speler is, terwijl het gaat om de manier waarop je beweegt. Hij sprak toen al als een voetbalprofessor. Eigenwijs was hij wel, Arie Haan. Sommigen noemden het arrogant en berekend, anderen bestempelden hem als idealistisch en goudeerlijk. Het zij zo. Met bijtende kritiek had Haan doorgaans geen moeite, zoals dat past voor iemand die opgroeide in het meedogenloze klimaat van Ajax. Ook als trainer werkte hij met de branie die hem als speler kenmerkte. Hij zei altijd wat hij dacht en droeg geen masker. Hij bracht doorgaans goed voetbal, maar vaak werd zijn contract voortijdig verbroken. Haan vond bijvoorbeeld dat Pär Zetterberg bij Anderlecht moest vertrekken omdat je met hem en Enzo Scifo samen niet op topniveau kon spelen. Omdat ze als aanvallend ingestelde middenvelders niet complementair bleken. Het leidde later tot een pijnlijke breuk met paars-wit. Maar de gemakkelijkste weg heeft Arie Haan nooit gekozen. Het trainersvak boeide hem heel erg, ook al waande hij zich vaak in een slangenkuil en moest hij dikwijls vechten tegen de zogenaamde vijfde colonne. Toch was Haan nooit bang om de strijd aan te gaan en ging hij ook de confrontatie met spelers niet uit de weg. Bij Feyenoord bijvoorbeeld waar hij Ronald Koeman ooit zei dat hij niet mee mocht naar een groot toernooi in Spanje. Het was alsof de duivel was losgebroken. Maar Haan hield voet bij stuk. Hij wist ook waarom. Het voetbal volgt Arie Haan uiteraard nog wel. Het bleek toen, tijdens ons bezoek aan Finsterwolde. Haan grasduinde in het verleden, over de tijd bijvoorbeeld dat hij bij Standard met twee verdedigers op een lijn speelde, de Braziliaan André Cruz en Stéphane Demol. Dat was toen relatief nieuw in België. En hij ventileerde zijn mening over het huidige voetbal, aan de eenheidsworst die overal wordt geserveerd. 'Voetbal', zo doceerde hij, 'is alleen boeiend als je fouten durft te maken.' En, voegde hij er zelfverzekerd aan toe, 'hoe beter de jeugdopleiding, hoe slechter het voetbal.' De aantrekkelijkheid van het spel, zo vertelde hij ook nog, ligt in de fouten, daarom ook vond hij het spel van bijvoorbeeld Barcelona te machinaal. Arie Haan legde als speler een imposante erelijst aan, met onder meer acht titels en vijf Europacups. Zijn trainerscarrière bestaat uit negentien verschillende passages, de laatste tien jaar sleet hij in China. Tot hij in april 2016 stopte. De laatste jaren duikt hij amper nog in het nieuws op. In april was er alleen het bericht dat Haan tijdens deze coronatijden in het Spaanse Denia woonde. Arie Haan werd vorige week maandag, 16 november, 72 jaar.