Met een - moeizaam bevochten - zege van Portugal kwam zondagnacht een onverwacht einde aan het EK, het eerste met 24 landen. Geen grand cru classé, daarvoor duurde de aanloop naar de climax te lang. Twee jaar kwalificaties waarin nagenoeg alle belangrijke landen hun ticket afdwongen, en vervolgens een veel te lange eerste ronde, die amper een grote naam elimineerde. Tenzij Rusland dan, al was daar niemand rouwig om. Slecht spel en agressieve fans, een combinatie die je liever kwijt dan rijk bent. Even dreigde het EK in die fase te ontsporen, maar de Franse politie had het snel allemaal onder controle.
...

Met een - moeizaam bevochten - zege van Portugal kwam zondagnacht een onverwacht einde aan het EK, het eerste met 24 landen. Geen grand cru classé, daarvoor duurde de aanloop naar de climax te lang. Twee jaar kwalificaties waarin nagenoeg alle belangrijke landen hun ticket afdwongen, en vervolgens een veel te lange eerste ronde, die amper een grote naam elimineerde. Tenzij Rusland dan, al was daar niemand rouwig om. Slecht spel en agressieve fans, een combinatie die je liever kwijt dan rijk bent. Even dreigde het EK in die fase te ontsporen, maar de Franse politie had het snel allemaal onder controle. Een miskleun mag je het toernooi met 24 nochtans niet noemen. Sportief was het allemaal een beetje van hetzelfde, naar het beeld van de finale. Fysiek iedereen oké: goed georganiseerd, veel volk achter de bal, en speculeren op de omschakeling. Naar het beeld van - eerder - Leicester City en Atlético Madrid, waar het werd uitgevoerd tot in de perfectie. Geef de ander de bal en wij winnen wel. Zo'n EK heeft dan niet het exotische van verschillende stijlen dat een WK wél aantrekkelijk maakt. Een WK waarin Brazilianen, Chilenen, Amerikanen, Australiërs een heel andere stijl hanteren dan Afrikanen of Aziaten. Europees voetbal, met in elk land wel wat sterren die in één van de vijf grote competities spelen, lijkt te veel op elkaar om écht boeiend (of verrassend) te zijn. Dit EK zal vooral de geschiedenis in gaan als het EK van het nationalisme, waar het niet (langer) vies is om het volkslied luidop mee te zingen. De IJslanders, voor het eerst present, deden dat voorbeeldig. De Welshe supporters ook. Toen wat oudere Fransen vorige week donderdag onder vrienden naar de halve finale tussen Duitsland en Frankrijk keken, gingen hun kinderen bij de eerste tonen van de Marseillaise spontaan in de houding staan en begonnen ze mee te zingen. In 1984 of 1998, toen ze eerder het toernooi organiseerden (en wonnen) was dat niet het geval. De dertigers/veertigers/vijftigers van nu kennen het volkslied niet, de huidige generatie tieners en twintigers wel. Het is de paradox van deze tijd: net nu de selfie- en instagramgeneratie de plak zwaait en het ego regeert, blijkt in het voetbal het groepsgevoel zo belangrijk. Gareth Bale, nog steeds de duurste voetballer aller tijden, maakte zich hier helemaal ondergeschikt aan het collectief en leidde zijn team naar de kwartfinale. IJsland, zonder sterren, schakelde Engeland uit. Hongarije deed dat ei zo na met Portugal. Net nu de economie mondialer wordt en een crisis in Japan, China of Brazilië uw aandelen op de beurs aantast, merk je overal een nostalgische tendens naar meer nationalisme en macht voor de eigen regio. Even werd de voorbije maand vergeten dat de dagelijkse realiteit - met aanslagen, werkloosheid en stakingen - er een is van vooral veel ellende en somberheid. Het voetbal als tijdelijke drug. Voetbal, zo zei de uitbater van onze chambre d'hôte vorige week, heeft het Franse volk even troost gebracht. En allicht was dat ook zo voor Hongaren, Roemenen, IJslanders, ... Over tien jaar zal dit EK ons ook doen terugdenken aan de oorlogsretoriek van de volksliederen - aux armes, as armas, de Italiaanse grinta. Siam pronti alla morte, l'Italia chiamò! Wij zijn tot de dood bereid, Italië roept. Het EK voetbal heeft een nieuwe weg ingeslagen. Het is - tot spijt van romantici à la Jan Mulder - geen hoogmis meer van topvoetbal, maar een toernooi waar letterlijk iedereen zich een beetje koning mag wanen. Of het op termijn de goeie weg is, durven we te betwijfelen. Welk klein land is nog in staat om voor 51 wedstrijden speeltempels te voorzien? En welke topvoetballers kunnen dit nog aan? Antoine Griezmann speelde zondag de 70e (!) wedstrijd van het seizoen. Cristiano Ronaldo zat aan 61. Toen Dimitri Payet hem ondersteboven en uit de wedstrijd schopte, was hij te moe om nog te springen. Dat het niveau hier allemaal wat minder was, heeft ook dáármee te maken. De helden zijn al moe voor ze aan hun kunstjes moeten beginnen. Dat zal er niet op verbeteren, want geen bondsbons die er een eind aan maakt. Straks gaan de grote clubs weer allemaal vrolijk de wereld veroveren. China, Australië of de VS. Vliegtuig in en uit. Voetballers worden dik vergoed en zwijgen. In 2018 is er het WK, daarna start de Nations Cup, een nieuw gedrocht dat centen moet opbrengen. Het volk wil dat. Kijkcijfers halen record na record. Het volk wil brood en spelen... DOOR PETER T'KINTNet nu de selfiegeneratie de plak zwaait en het ego regeert, blijkt in het voetbal het groepsgevoel zo belangrijk.