Een maand geleden schreef ik dat de voorzitters van topclubs als Juventus en Bayern München opnieuw dromen van een Europese Super League. Zij geloven dat een competitie met alleen maar clubs uit de vijf grote voetballanden een veelvoud aan tv-rechten zal opleveren.
...

Een maand geleden schreef ik dat de voorzitters van topclubs als Juventus en Bayern München opnieuw dromen van een Europese Super League. Zij geloven dat een competitie met alleen maar clubs uit de vijf grote voetballanden een veelvoud aan tv-rechten zal opleveren. Eigenlijk vinden ze vooral dat er in de kampioenenliga veel te veel overbodige wedstrijden worden gespeeld. Matchen tegen teams die weinig voorstellen, waar het stadion niet voor volloopt en waarbij negen op de tien keer de winnaar vooraf bekend is. En dat terwijl - zoals de standen in de nationale liga's er nu voor staan - grootmachten als Milan, Inter, AS Roma, Manchester United, Chelsea, Liverpool en Lyon volgend seizoen niet mogen deelnemen aan het miljoenenbal. De meeste voetballeiders beseffen dat een competitie met alleen ploegen uit Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië en Spanje onhaalbaar is en dat toegangsbewijzen uitreiken aan clubs die zich in eigen land niet konden kwalificeren veel weerstand zou opwekken. Daarom spelen ze met het idee om het aantal deelnemers aan de Champions League te halveren. Na de voorronde zou een extra knock-outronde ingelast worden, in de hoop dat de teams uit de kleinere voetballanden zouden sneuvelen voor de groepsfase. Eigenlijk geven de topclubs daarmee toe dat het voetbal zijn onvoorspelbaarheid, zijn grootste aantrekkingskracht, heeft verloren. Niet helemaal terecht. PSV en AA Gent plaatsten zich voor de achtste finales van de Champions League ten koste van ronkende namen als Manchester United, Valencia en Olympique Lyon. Bovendien valt te vrezen dat een competitie met alleen elftallen van de Grote Vijf geen garantie voor spanning inhoudt. Real Madrid verkeert de laatste tijd niet in topvorm, maar was vorige week na de uitwedstrijd in Rome al klaar met Totti en Nainggolan. Als respons op de plannen van de grote voetballanden overwegen clubs uit landen als België, Portugal, Nederland, Schotland en Griekenland een Super League 2 op te richten. Het roept herinneringen op aan de Atlantic League, waar eind vorige eeuw van werd gedroomd. Een onzalig idee. Vorige donderdag had het duel tussen Anderlecht, de vaandeldrager van het Belgische voetbal, en de Griekse kampioen Olympiacos beangstigend lege tribunes te bieden. Het wordt de hoogste tijd dat de clubs uit de kleinere voetballanden werk proberen te maken van de echte problemen in het voetbal, in plaats van na te denken over een doodgeboren kind als de Atlantic League. Het Europese voetbal kreunt onder de ongelijkheid. Het competitieve evenwicht is verdwenen. Deze ontwikkelingen werden vorige week in hartje Brussel aangeklaagd door de spelersvakbond FIFPro, maar de Belgische media hadden er totaal geen aandacht voor. Stefan Szymanski, de befaamdste Europese sporteconoom, berekende dat er in 2015 3,8 miljard euro aan transfers werd uitgegeven en dat bij de helft van dat bedrag alleen de 25 grootste clubs betrokken waren. Hij pleitte in de Solvay Bibliotheek nadrukkelijk voor een herverdeling van de inkomsten tussen grote en kleinere verenigingen. Georg Pangl, de secretaris-generaal van de European Professional Football Leagues - waarbij ook onze Pro League is aangesloten -,vertelde dat de 37 kleinste Europese competities slechts 22 miljoen euro aan subsidies uit de Champions League te verdelen krijgen. Gemiddeld 37.000 euro per club. Een belachelijke som vergeleken met de zowat 15 miljoen euro die de meest bescheiden deelnemer aan de kampioenenliga als startpremie opstrijkt. De Oostenrijker waarschuwde ook voor het feit dat door de afschaffing van het 'Third Party Ownership' (TPO) steeds meer clubs in handen van spelersmakelaars terechtkomen. Volgens de FIFPro (waarbij 65.000 spelers aangesloten zijn) is het transfersysteem dan ook de hoofdschuldige voor de ongelijkheid in het topvoetbal. De spelersvakbond becijferde op basis van FIFA-gegevens dat slechts 20,7 miljoen euro, of 0,5 procent van 3,8 miljard, naar clubs ging die spelers tussen hun 12e en 21e opgeleid hadden. Terwijl tien keer zoveel (228 miljoen euro) in de zakken van de spelersmakelaars belandde. De FIFPro stapte dan ook naar de Europese Commissie om het transfersysteem op de schop te zetten, omdat dit in strijd zijn zou met de wetgeving. Voorzitter Theo van Seggelen maakt zich sterk dat er een tweede Bosmanarrest in de maak is. DOOR FRANÇOIS COLINSpelersvakbond FIFPro wil transfersysteem afschaffen.