Een vroege tussenkomst van Hugo Broos is zondagavond bepalend gebleken voor het resultaat. De coach greep in nadat zijn lijnverdediging zich in het aanvangskwartier iets te vaak al in de rug had laten pakken door Elrio van Heerden, Jeanvion Yulu-Matondo en Gaëtan Englebert. Ze verdedigde hoog en bleef daar vaak stilstaan. Door niet achteruit te lopen - het remmend wijken - zorgde de simpelste dieptepass voor Brugse dreiging. Defensieleider Jean-Philippe Caillet liep vaker met zijn gezicht naar Logan Bailly, dan dat de doelman zijn rug zag. In Bergen had de Fransman, bij wie sinds zijn langdurige onbeschikbaarheid een stuk betrouwbaarheid lijkt te zijn verdwenen, dat al eens gedemonstreerd. Dat liep faliekant af toen : 5-0.
...

Een vroege tussenkomst van Hugo Broos is zondagavond bepalend gebleken voor het resultaat. De coach greep in nadat zijn lijnverdediging zich in het aanvangskwartier iets te vaak al in de rug had laten pakken door Elrio van Heerden, Jeanvion Yulu-Matondo en Gaëtan Englebert. Ze verdedigde hoog en bleef daar vaak stilstaan. Door niet achteruit te lopen - het remmend wijken - zorgde de simpelste dieptepass voor Brugse dreiging. Defensieleider Jean-Philippe Caillet liep vaker met zijn gezicht naar Logan Bailly, dan dat de doelman zijn rug zag. In Bergen had de Fransman, bij wie sinds zijn langdurige onbeschikbaarheid een stuk betrouwbaarheid lijkt te zijn verdwenen, dat al eens gedemonstreerd. Dat liep faliekant af toen : 5-0. Genk speelde met vuur. Vooral op zijn linkerkant toonde het zich kwetsbaar. Brugge zocht de openingen vooral in de rug van Sebastien Pocognoli, maar meer dan met strategie had dat vermoedelijk te maken met de vaststelling dat Van Heerden en Yulu-Matondo erg naar rechts georiënteerde spelers zijn en Club op links zonder Koen Daerden amper over offensieve kracht beschikt. Ivan Leko zakte zo ver terug, dat Wouter Vrancken bijzonder hoog kon gaan spelen. Vooral na de snelle voorsprong verrichtte hij daar vroeg storingswerk, alsof Genk, dat zich duidelijk niet wenste in te graven, de partij nog voor halfweg leek te willen beslissen. Het kreeg daar ook de kansen toe, maar verzuimde die af te maken. Door een simpele communicatie met Caillet stelde Broos orde op zaken. Flankverdedigers Pocognoli en Hans Cornelis schoven niet meer mee in en de rugdekking werd beter verzorgd, waarna de verdediging niet meer in verlegenheid werd gebracht. De consequentie daarvan was echter dat Genk er nooit in slaagde zijn normale spel te ontwikkelen. Wim De Decker kreeg verwonderlijk veel ruimte, maar anders dan hij gewoon is, vond hij nu - door de bijgestuurde defensieve zekerheid - de aanspeelpunten rond zich niet. Zeker in de tweede helft niet meer, toen ook Vrancken terugzakte en zelfs meer dan eens áchter De Decker terug te vinden was. Deels kwam dat door de bewuste keuze om het resultaat (0-1) te spelen, deels door de inbreng aan Brugse zijde van Manasseh Ishiaku voor de volstrekt onzichtbare Bosko Balaban. Plots sloop er enthousiasme in de thuisploeg en Genk plooide terug, maar zonder dat de indruk ontstond dat Club erin zou slagen naast de bezoekers te komen, laat staan erover te gaan. Het was integendeel Genk dat, speculerend op de tegenaanval, de gevaarlijkste ploeg bleef. Mocht Kevin Vandenbergh en niet Sascha Iakovenko doelpuntenmaker Goran Ljubojevic in de slotfase zijn komen vervangen, de score zou wellicht hoger zijn opgelopen. Dat die wissel niet gebeurde, is geen toeval meer : niemand die er nog aan twijfelt dat de wegen van Vandenbergh en Broos na dit seizoen scheiden. Met drie doelpunten in de laatste drie wedstrijden lijkt Ljubojevic het gelijk van Broos te bewijzen, al was zijn prestatie in Brugge nu ook weer niet zo overtuigend. Bij het doelpunt kreeg hij veel medewerking van Stijn Stijnen en verder speelde hij vooral een vrij statische partij. Zeker toen Genk na de rust terugplooide. Ideaal voor de Kroaat om zich tussen de lijnen aanspeelbaar te maken, maar daarvoor laten zijn timing en keuzes veel te wensen over. Ofwel bleef hij te diep, ofwel kwam hij te laat, zodat de bal meestal simpel werd onderschept. Vaak ook biedt hij zich nog aan in de laatste aanvalsfase in plaats van al positie te kiezen voor doel. Genk speelde, na de kordate interventie van zijn trainer, autoritair het resultaat. Dat het niet zijn verzorgde combinatievoetbal ontwikkelde, had meer te maken met de eigen opties dan dat het Clubs verdienste was. Ook in het Limburgse kamp is in deze fase van het kampioenschap openlijk te horen dat het resultaat voorgaat op de kwaliteit van het spel. Dé manier om het Genk moeilijk te maken is snel en agressief te storen - zoals Standard deed begin februari : 2-1 - en daardoor zijn verdedigers tot de lange bal te verplichten. Club Brugge deed dat niet : van hoge pressing was geen sprake. Behalve dat Kevin Vandenbergh aan zijn laatste weken bezig is bij RC Genk, geldt dat vermoedelijk ook voor Jaja Coelho. De Braziliaan, in de winterstop aangetrokken voor de geblesseerde Ivan Bosnjak, legde een ontroerende werkkracht aan de dag, maar kon daarmee zijn gebrek aan efficiëntie en meerwaarde voor de ploeg niet verhullen. Genoeg goede bedoelingen, maar nog meer balverlies. Speelt Genk in een slechte dag van Vandenbergh met tien, met een werkende Coelho is het wel met elf, maar de wedstrijd in Brugge leverde eens te meer de bevestiging dat hij niet past in het Genkse spelsysteem. Het zou dan ook een verrassing van formaat zijn, mocht hij zondagavond tegen Moeskroen de voorkeur krijgen op de herstelde Faris Haroun. Toen die inviel en Coelho naar de linkerkant werd verbannen, verminderde de Brugse furie geleidelijk en zorgde Genk weer meer voor dreiging. Wat ook deze conclusie lijkt toe te laten : Haroun is een onmisbare schakel geworden in dit Genkse raderwerk. S door jan hauspie