Op Sclessin zijn ze graag tegendraads. Terwijl op alle velden te lande grote en sterke jongens in de spits lopen om goals te maken, geraakt men op de oever van de Maas maar niet gewend aan het profiel van Felipe Avenatti. De Uruguayaan oogst meer gefluit dan applaus sinds hij een Standardshirt draagt. Het Luikse publiek heeft immers graag dat het snel gaat, dat het vlug diep gaat, verwend als het is door enkele pijlsnelle aanvallers. Met zijn 1m96, zijn smalle schouders en zijn stuntelige bewegingen heeft de ex-goalgetter van KV Kortrijk niet direct het profiel om bij zijn eerste date met Sclessin te charmeren.
...

Op Sclessin zijn ze graag tegendraads. Terwijl op alle velden te lande grote en sterke jongens in de spits lopen om goals te maken, geraakt men op de oever van de Maas maar niet gewend aan het profiel van Felipe Avenatti. De Uruguayaan oogst meer gefluit dan applaus sinds hij een Standardshirt draagt. Het Luikse publiek heeft immers graag dat het snel gaat, dat het vlug diep gaat, verwend als het is door enkele pijlsnelle aanvallers. Met zijn 1m96, zijn smalle schouders en zijn stuntelige bewegingen heeft de ex-goalgetter van KV Kortrijk niet direct het profiel om bij zijn eerste date met Sclessin te charmeren. Om het publiek te verleiden zonder sprints heeft Avenatti nood aan doelpunten. In het Guldensporenstadion maakte hij er vijftien in het seizoen dat hij in de punt van de aanval naast Teddy Chevalier speelde. Hij fungeerde er als '9,5' net achter de hyperactieve Fransman, die hem ruimte tussen de linies bezorgde en door zijn sprints in de diepte ervoor zorgde dat de vijandelijke verdediging moest achteruit lopen. De grote latino liet er een degelijke techniek bewonderen en liet de anderen beter voetballen wanneer hij het spel vóór zich had. Bij het Standard onder Michel Preud'homme stond de Uruguayaan echt als diepe spits in een 4-2-3-1. Daar speelde hij voortdurend met de rug naar de goal en moest hij kopduels uitvechten ver van het doel - niet echt zijn specialiteit. Hij trok zijn plan, en won 43 procent van zijn kopduels, maar hij blonk niet uit zoals bij de Kerels. Dat komt omdat hij alleen voorin staat, in een systeem dat erop gericht is om de offensieve middenvelders te laten scoren, maar ook omdat de ploeg nooit in functie van hem speelt. De Rouches, vorig seizoen de besten qua individuele prestaties, creëerden vooral kansen via de afstandsschoten van Selim Amallah of Samuel Bastien en de rushes van Maxime Lestienne. Avenatti is dus maar een radertje in het geheel en nooit de laatste schakel van de ketting. Dat statuut leek hij wel verworven te hebben in de voorbereiding, maar het seizoensbegin bevestigde dat nog niet. Door de flankaanvallers tegen hun voet te laten spelen, berooft Philippe Montanier zijn aanvaller van de voorzetten die hij nodig heeft om op het scorebord te geraken. De onzorgvuldige Collins Fai en de vrij onzichtbare Nicolas Gavory helpen ook niet. Na twee wedstrijden heeft Avenatti de bal slechts zeven keer geraakt in de grote rechthoek. En geen enkele keer met het hoofd, nochtans zijn geliefkoosde wapen.