Bondscoach: Roberto Martínez (ESP)

Geboren Balaguer, 13 juli 1973
...

Geboren Balaguer, 13 juli 1973 Velen waren sceptisch toen Roberto Martínez in de zomer van 2016 de nieuwe bondscoach werd. De Catalaan had er een lastig jaar opzitten in de Premier League en was toe aan herbronning. Toen hij het had over het installeren van een culture of winning dachten we allemaal: ja, ja, toon het maar eens. De eerste interland, tegen zijn land van afkomst, was een drama. De Spanjaarden flitsten overal door en waren heer en meester. Maar zie: vijf jaar later twijfelt geen mens nog aan Martínez. Aimabel, bereikbaar, naar buiten toe altijd iedereen in bescherming nemend, maar intern duidelijk. Hard werkend, hij engageerde zich, was zichtbaar aanwezig en stippelde mee het beleid naar onderen uit. Toen technisch directeur Chris Van Puyvelde na het WK naar China trok nam Martínez diens functies over. De Spanjaard veranderde het Belgische voetballandschap, en niet alleen dat van het uithangbord - de Rode Duivels - maar ook van de rest van de piramide. The culture of winning, met aantrekkelijk voetbal ook nog eens. Hij maakte van de nationale ploeg een sexy doelpuntenmachine, die op het WK, Martínez' eerste tornooi, indruk maakte. De mooiste counter ooit uit de geschiedenis van het WK staat op naam van zijn ploeg, maar ook de meest gave collectieve prestatie: winst tegen Brazilië. Het verschil met de latere wereldkampioen Frankrijk in de halve finale was klein: één corner. Marc Wilmots was in Rio ook al op die grens gebotst: als de talentverschillen klein zijn, tellen de details. Beiden botsten ook op de limieten van een land van 11,5 miljoen inwoners: als een paar basispionnen er niet zijn - Wilmots miste ze in Frankrijk tegen Wales, Martínez in Rusland tegen Frankrijk - is de ploeg gehandicapt. Wil de bondscoach op dit EK oogsten, dan zal op dat vlak ook alles mee moeten zitten. En daarna? Wait and see. Ook binnen de bond houden ze rekening met een vertrek. 'Ik vrees dat het geen evident EK wordt als ik kijk naar waar we nu staan. En dan keer ik even terug naar de euforie van Rusland in 2018 en het gevoel dat ik zelf toen had: toen ik ze daar zag staan met hun vreugde en de bronzen medaille, had ik iets van: jullie hadden ook wereldkampioen kunnen zijn... Het scheelde allemaal niet veel tegen Frankrijk, met die ene goal. Misschien hebben we daar met nog iets meer focus, iets meer bij de zaak zijn, iets unieks laten liggen. 'Dat dit tornooi drie jaar later is, helpt de Belgen niet. Een paar jongens zijn er niet meer bij en anderen zijn niet op hetzelfde niveau als toen. In Rusland viel alles samen: goeie vorm van de bepalende spelers, goeie leeftijd. Pas op, er zijn ook jongens bijgekomen. Youri Tielemans staat veel verder dan drie jaar geleden. Nog andere spelers hebben zich in positieve zin ontwikkeld. Zij moeten nu maar die leemtes vullen. 'Ik heb ook al eens naar het schema gekeken. Als alles 'normaal verloopt, kunnen de Belgen na de groepsfase botsen op achtereenvolgens Zwitserland, Italië, Frankrijk en Duitsland. Er zijn in het verleden tornooien geweest waarin dat soort landen in de andere helft van de tabel zaten.' Het had goed gekund dat ook hij uit de Beerschotstal was voortgekomen, zoals zijn voorgangers Mousa Dembélé, Thomas Vermaelen, Radja Nainggolan, Toby Alderweireld of Jan Vertonghen, maar het failliet van de ploeg besliste er anders over. Dus percipiëren we dezer dagen de Antwerpenaar met Ghanese achtergronden als een Anderlechtproduct. Terecht, Jérémy Doku belandde er op zijn tiende en werd door de Brusselaars helemaal gekneed zoals hij nu is: een dribbelkont, met een hoog percentage aan geslaagde bewegingen. Iemand die de bondscoach graag op links zet, ook al is hij van nature rechtsvoetig. Als het om medische redenen met Eden Hazard straks niet zou lukken, dan kan Doku proberen voor verwarring te zorgen. Zijn dribbels waren, toen Anderlecht hem bij de grote jongens liet debuteren, scherp en veelvuldig in aantal: gemiddeld 13,2 per 90 minuten. Nog indrukwekkender was het aantal geslaagde dribbels: ruim 60 procent. De enige vorm van kritiek betrof de voortzetting. Op het EK bij de U17 in Ierland leverde Doku geen enkele assist af. Dat was geen probleem voor Roberto Martínez, zoiets komt met de ervaring, dacht de bondscoach. Toen Doku onlangs tegen Wit-Rusland zelf scoorde en twee goals aanbracht, leek hij gelijk te krijgen. Lang hebben ze in Brussel niet kunnen genieten van hun parel. Doku kwam piepen in november 2018, maar brak een seizoen later echt door, toen hij veertien keer startte, drie goals maakte en vier assists gaf. Vorige zomer was Rennes overtuigd en verhuisde hij voor 26 miljoen euro plus bonussen naar Frankrijk. Daar zet hij nu zijn drang naar efficiëntie verder, vaak wisselend van de flank. Zijn de Rode Duivels (relatief) vaste gasten op EK en WK, dan is dat op de Olympische Spelen veel minder het geval. Sinds 1920 konden de Rode Duivels zich maar één keer plaatsen voor de Spelen: in Peking 2008. Twee van de deelnemers toen zijn er nu weer bij: Thomas Vermaelen en Vertonghen. Deze generatie Rode Duivels zorgde overigens ook voor de langste reeks ongeslagen wedstrijden: 23, van 2016 tot 2018, toen België verloor van Frankrijk op het WK. Jan Ceulemans (96) was lange tijd recordinternational, maar speelde dat aan deze generatie Rode Duivels kwijt. Jan Vertonghen, Axel Witsel, Toby Alderweireld en Eden Hazard rondden al de kaap van de 100 interlands, Dries Mertens (nog vier), en Romelu Lukaku (nog negen) kunnen dat misschien deze zomer. Ceulemans heeft nog wel een ander record: hij was 48 keer aanvoerder. De snelste goal ooit voor België staat op naam van Christian Benteke. Hij scoorde op 10 oktober 2016 na 8,1 seconden tegen Gibraltar. Benteke maakte in die match een hattrick. De bondscoach durft op verrassende momenten te variëren, zoals in die kwartfinale op het WK, toen hij Romelu Lukaku vanaf de flank liet spelen, en centraal Kevin De Bruyne en Eden Hazard in de ruimtes liet duiken, maar sinds vijf jaar ligt de manier van voetballen vrij vast. Dat is: een verdediging met drie, daarvoor een middenveld met vier, waarbij de vleugelspelers over de hele lengte van het veld mogen acteren. Dat betekent dat je in balverlies of onder druk geregeld met vijf man achterin speelt en er een balvaste spits nodig is om onder die druk uit te komen. Centraal staan twee voetballers die voor de transitie moeten zorgen en de tegenaanval moeten vermijden. De drie spitsen staan dicht bij mekaar, met twee pocketspelers en een diepe spits. De rest zijn allemaal atletische spelers met veel loopvermogen.