De hoofdscout van Manchester City stelt de vraag nog eens. Het is een mooie dag in 2012 en voor hem zit een jong Belgisch talent, Jason Denayer,dat op de vraag 'wat wil je bereiken?' met één woord antwoordt: "Everything, alles!"
...

De hoofdscout van Manchester City stelt de vraag nog eens. Het is een mooie dag in 2012 en voor hem zit een jong Belgisch talent, Jason Denayer,dat op de vraag 'wat wil je bereiken?' met één woord antwoordt: "Everything, alles!" Wat hij daarmee precies bedoelt? "Ik wil alles winnen", zegt Denayer rustig, ook al is hij pas zeventien jaar oud en heeft hij nog nooit een wedstrijd met elf tegen elf op een groot veld gespeeld. Zijn raadgevers Jesse De Preter en Dirk Geuens van managementbureau Atticus Sports Management die naast hem zitten, schrikken niet. Zij weten dat Denayer van niets bang is en niet eens zou kunnen uitleggen wat het woord stress betekent. Voor het eerst aan de aftrap komen met de Rode Duivels in een volgelopen Stade de France, dat doet hem niets. Jason Denayer hanteert zo zijn eigen referentiekader. Toen hij met Manchester City de Champions League Youth Cup speelde, werd hem gevraagd naar het meest indrukwekkende stadion waarin hij al had gevoetbald. "Het stadion van Lokeren", antwoordde hij doodernstig! Daar had hij als jong talent met Anderlecht ooit een toernooi gewonnen en dat was hem altijd bijgebleven. Eén keer slechts toonde hij in zijn nog jonge voetballeven enig teken van opwinding. Dat was toen hij zijn twee raadgevers in maart 2013 een sms'je stuurde of ze kwamen kijken naar zijn allereerste wedstrijd met de Belgische beloften tegen Servië. Jesse De Preter: "Voor de match zei bondscoach Johan Walem hem: 'Jason, je speelt tegen Aleksandar Mitrovic.Geen stress, hé!' Waarop Denayer vroeg: 'Wie is dat, Mitrovic?' (lacht) Toen hij hoorde dat het die van Anderlecht was, keek hij weer vragend naar mij: 'Waarom moet ik zenuwachtig zijn? Op training sta ik tegen SergioAgüero!'Dat was Jason ten voeten uit. Het was niet eens arrogant bedoeld. Hij is gewoon nooit zenuwachtig." Denayer is een echte Brusselaar, die opgroeit in Ganshoren, als zoon van een Congolese moeder en een Brusselse vader, André.In Brussel speelt hij vaak met zijn vrienden op het pleintje aan het Anneesensplein, dicht bij het Zuidstation. Wanneer hij scoort, maakt hij met de vingers nog steeds de letter A, verwijzend naar het Anneesenspleintje. Anthony Vanden Borre, toen al een ster bij Anderlecht, ging vaak in dat park spelen met de betere kleine mannen. Na een hele dag in dat park sjotten stond de kleine Jason ooit om drie uur 's nachts met een bal in de hand bij het bed van papa. Hij was wakker geworden en vroeg: "Papa, gaan we niet nog wat voetballen in het park?" Op zijn zesde sluit hij zich aan bij de plaatselijke voetbalclub, FC Ganshoren. Zijn eerste trainer, Patrick Willeborts,volgt het voetbal nog amper. "Het was mijn zoon die me er attent op maakte dat er ene Denayer bij Celtic voetbalde. De link was snel gelegd." Willeborts was naar eigen zeggen meteen gecharmeerd toen hij Denaeyer zag, die zich in dezelfde periode liet aansluiten als Dilhan Necipoglu, die later in dit verhaal nog zal opduiken. "Jason had poeier in de benen én gebruikte toen al beide voeten om te trappen of te passen. Zijn corners en vrije trappen waren fenomenaal. Mijn tactiek was simpel: ik vroeg aan Dilhan om de bal zo snel mogelijk aan Jason te geven en die moest vervolgens op doel trappen. Aanwijzingen moest je hem niet geven. Hij nam nooit risico's. Zag hij geen aanspeelpunt, dan speelde hij terug op de doelman, net zoals hij nu doet bij de Rode Duivels. Jason was groter dan zijn leeftijdsgenoten en bij de tegenstanders vroegen ze vaak of hij niet te oud was om bij de duiveltjes te spelen. Je moest het gezicht van die trainers zien wanneer ik zijn identiteitskaart toonde." Tijdens een toernooi in Ganshoren werd hij opgemerkt door Anderlecht, dat zelfs in de jongste leeftijdscategorie scouts uitstuurt. Dilhan en Denayer trekken samen naar Anderlecht. "Jason mocht naar de nationale jeugd, ik naar de provinciale", zegt Dilhan Necipoglu. "Ze vonden me te frêle om nationaal te spelen. Jason was ontgoocheld, maar zette toch door." De twee jongens van Ganshoren halen wel allebei de finale bij de beste tien voor Vlaams-Brabant en Brussel voor de wedstrijd 'pinanti is pinanti'. Dilhan: "We moesten in het Constant Vanden Stockstadion penalty's trappen tegen Geert De Vlieger maar dat was nog moeilijk. Jason is een jongen met een gouden hart. Heel bescheiden. Als je hem niet kent, lijkt hij afstandelijk, maar onder vrienden kan hij grappig uit de hoek komen. Het contact is een beetje verwaterd. Maar toen mijn vader vorig jaar overleed, was hij een van de eersten om mij te bellen en te vragen of ik iets nodig had." Wanneer de scouts van de net opgerichte voetbalacademie in Tongerlo het land afreizen merken ze onder meer Denayer op die toen bij Anderlecht in de spits speelde. Omdat ze in de eerste plaats op techniek selecteren, zijn ze nog wilder van Jasons vriend Dilhan. Veel moeite moet Jean-Marc Guillou niet doen om het duo naar Tongerlo te halen. Bij Anderlecht werd Denayer toen niet als een van de grootste talenten van zijn lichting beschouwd. Bovendien is zijn vader er niet van overtuigd dat de beste positie van Jason voorin is. Maar het belangrijkste argument van de academie is dat er meer trainingsuren voorzien zijn. Intussen maakte Anderlecht met zijn Purple Hearts Programma al een flinke inhaalbeweging, maar toen kon je als jeugdtalent nergens meer op het veld staan dan op de Academie, waar het dagprogramma bestond uit vier uur school en vier uur trainen, en dan nog binnen eenzelfde accommodatie. Bij de eerste lichting van de academici is niet Jason, maar Dilhan het grootste talent. Tenminste: op technisch vlak. Een tovenaar met een bal, zo wordt hij omschreven. Vandaag zijn de wegen van beide vrienden op sportief vlak flink uit elkaar gegroeid. Terwijl Denayer bij Manchester City onder contract ligt en goed presteert bij de Rode Duivels, zit Necipoglu zonder club, nadat hij vorig seizoen bij tweedeklasser Eendracht Aalst zat. Toen hij Anderlecht verliet, was Denayer geen toptalent. Toen hij op zijn zeventiende Lierse verliet, wel. Jesse De Preter: "Technisch is de opleiding van de Acedemie top, de individuele fysieke begeleiding is wellicht nog een werkpunt. Dilhan had nu in het eerste elftal van Anderlecht moeten staan, Mouad Tauil, die het voorbije seizoen niet eens de bank haalde bij Lierse,had nu bij Barcelona kunnen zitten. Die hadden veel verder gestaan indien ze fysiek optimaal begeleid waren geweest. Het voordeel van Jason is dat hij fysiek al oké was toen hij op de academie aankwam. Jason is een atleet." Eigenlijk had Jason de eerste speler van de academie moeten worden die bij Lierse het eerste elftal had moeten halen. Het was hem door de Academie ook beloofd, dat hij op zijn zestiende een contract zou krijgen. Bij Lierse lag de weg voor hem open, maar Jason wilde, zeker toen dat contract na anderhalf jaar nog steeds uitbleef, een moeilijker uitdaging. De Preter: "Hij wist dat hij zich bij City tien keer zo hard zou moeten bewijzen, maar hij wilde bewust niet voor de gemakkelijkste weg kiezen." Jason wil absoluut naar Engeland. Zijn droomclub is Chelsea. Dat wordt hem uit het hoofd gepraat door zijn raadgevers, verwijzend naar het aantal centrale verdedigers dat Chelsea had, van het eerste elftal tot de U19. Jesse De Preter: "Volgens onze analyse waren twee clubs geschikt: Liverpool, waarvan we vonden dat ze achteraan geen goeie centrale verdedigers hadden, en Manchester City, waar nog ruimte voor verbetering was." Zo stapt Jason op een dag uit het vliegtuig, om een paar uur later op aandringen van City zijn allereerste match te spelen op een groot veld, met elf tegen elf. Niet zomaar een match, maar de derby van Manchester bij de U19 tegen United, waar hij aantreedt tegen de spits van de nationale Engelse U19. "Na vijf minuten wipte hij de bal over het hoofd van die international en dribbelde hem nog eens. Het was meteen in orde. City heeft een fantastisch opleidingscentrum, en daar had hij Patrick Vieira als trainer. Dat is belangrijk geweest in zijn ontwikkeling." Uiteindelijk wordt Denayer door City uitgeleend aan Celtic. Daar vindt hij met Ronny Deila een coach die helemaal in hem gelooft nadat hij hem heeft gespot in een oefenwedstrijd die Denayer met City tegen Aberdeen afwerkte. Aanvankelijk wil City hem niet uitlenen. Celtic was Europees uitgeschakeld in de Champions League, maar mocht toch opnieuw aantreden omdat de Poolse tegenstander die hen had gewipt een niet-gekwalificeerde speler had opgesteld. Daarom moest het absoluut voor 23 augustus de beschikbare spelers op de CL-lijst ingeven. Wanneer De Preter telefoon krijgt van de trainer van Celtic, resten er nog acht uur voor de CL-lijst binnen moet. De Preter belt Denayer, die springt met zijn vader in de auto en de deal raakt net op tijd rond. Ook zijn vader verhuist naar Glasgow. Virgil van Dijk, een andere centrale verdediger, neemt de timide Belg onder zijn hoede. Uitspattingen zijn niet aan Denayer besteed. De eerste dag verwelkomt de kapitein hem maar schrikt wanneer de jonge Belg op de vraag of hij bier drinkt, antwoordt: "Nee, ik drink geen alcohol." Wanneer de ploeg met de kerst drie dagen naar Londen trekt voor Players' Christmas, een traditioneel én uitbundig spelersfeest bij Celtic, gaat Denayer niet mee. Het wordt hem ook niet kwalijk genomen. Daarvoor ligt hij te goed in de groep. Logisch, zegt De Preter: "Jason speelt vooral in functie van het collectief. Hij stapt niet uit wanneer het niet nodig is, hij wacht af in duels, springt niet op zijn tegenstander af. Zijn sterke punten zijn zijn snelheid en zijn veerkracht bij kopduels, ondanks zijn kleine gestalte voor een centrale verdediger. En hij is technisch sterk. Je kan altijd de bal kwijt aan hem, hij zal er iets goeds mee doen. En hij durft risicopasses te geven." Wat Dirk Geuens het meest verrast, is de snelheid waarmee het allemaal vooruitgaat: "Bij de U19 van Gert Verheyen stak hij er samen met Divock Origi boven uit. Maar dat hij na vijf matchen met Celtic al voor de Rode Duivels werd opgeroepen, vind ik toch straf." Wat De Preter verrast, is dat Denayer daar zo kalm bij blijft. "Dat je daar zo rationeel bij blijft, nog geen twintig jaar oud, dat is sterk." Zijn boezemvrienden van op de academie staan niet te kijken van de vlucht die Denayers carrière neemt. Faysel Kasmi,afgelopen maanden uitblinker bij Lierse, hoort Denayer twee keer per week: "Dan zeggen we elkaar wat beter kan." Hij ontmoette Denayer op zijn twaalfde op een lentetoernooi, toen die bij Anderlecht speelde en Kasmi bij Germinal Beerschot. Later op de academie werden ze tijdelijk room-mates. "In het begin had hij het moeilijk. Wat wil je ook: hij was de enige struise jongen tussen allemaal kleine en technisch begaafde spelers. Vooral door Mouad Taouil werd hij soms helemaal zoek gedribbeld. De eerste drie jaar was hij een meeloper. De declic kwam er na een stage bij Paris FC, waar hij een week in een professionele omgeving mocht trainen. Lichamelijk was hij toen al klaar om mee te draaien in het mannenvoetbal. Zijn metamorfose was frappant toen hij terugkeerde. Ik was de aanvoerder van ons team, Jason was de natuurlijke leider én onze beschermer, vooral tegen teams met spelers die gemiddeld twee koppen groter waren dan wij. We waren altijd iets geruster met hem in de ploeg." Denayer kon makkelijk kritiek verdragen, zegt Kasmi. "Je mocht roepen, hem afbreken, dat deed hem allemaal niets. Hij speelde gewoon voort. "Tackelen deed hij zelden of nooit. Hij bleef altijd overeind. Mettertijd is hij fel verbeterd op de kleine ruimte. In onze laatste maanden op de academie speelden we vaak een-tegen-een. Bleven telkens als laatste over: Bongonda, Denayer en ik. Een duidelijke winnaar is er nooit geweest. Ooit nemen we het tegen elkaar op om voor eens en altijd uit te maken wie de beste was." Théo Bongonda,die vorig jaar nog bij Zulte Waregem zat en nu voor Celta de Vigo speelt, is zijn boezemvriend. Ze bellen dagelijks. Denayer bleef vaak logeren bij Bongonda, herinnert mama Bongonda, Evelyne Petit,zich. "Een typische dag was: Jason en Théo vertrokken 's morgens met de bal en kwamen pas 's avonds terug. Jason was een charmante en welopgevoede jongen met een goede eetlust. Zijn lievelingskost? Verloren brood en pannenkoeken. Wij hadden geen choco in huis, dus at hij zijn pannenkoeken met kandijsuiker." Dat Denayer van niets of niemand bang is, klopt niet, weet mama Bongonda zich te herinneren: "Ik had ooit een krekel gevangen en toonde die aan hem. Hij schreeuwde het uit, hij had zoiets nog nooit gezien." Dan toch maar liever het duel aangaan met Gareth Bale. ?DOOR GEERT FOUTRÉ & ALAIN ELIASY - FOTO'S: BELGAIMAGEToen de hoofdscout van Manchester City vroeg wat hij wilde bereiken, antwoordde Denayer: alles. "De eerste drie jaar op de academie was Jason maar een meeloper." Faysel Kasmi