PLUS 1 LOTHAR EMMERICH

In januari 1999 wordt op het Kasteel van Brasschaet het nieuwe Germinal Beerschot voorgesteld. Wanneer bij de oude Beerschotcoryfeeën Lothar Emmerich aangekondigd wordt, gaat de zaal vol oudere heren in maatpak helemaal uit de bol. " Emma! Emma!", scanderen ze. Dat Beerschot in 1969 een WK-finalist binnenhaalde (Emmerich was de linksbuiten van het Duitse team dat in 1966 op Wembley de WK-finale van Engeland verloor), een tweevoudige topschutter uit de Bundesliga én met Dortmund winnaar van de UEFA Cup in 1966, was ongezien. Om uit te bollen kwam Emma niet. In zijn eerste match tegen kampioen Standard scoorde hij al twee keer, tegen Club maakte hij een hattrick. In 30 wedstrijden maakte hij 29 goals, tweederde van de totale Beerschotproductie (42 treffers), genoeg om Belgisch topschutter te worden.

2 EMMANUEL SANON

In die dagen kon het nog dat bestuurders van een club een speler op tv zagen uitblinken op een eindronde van een WK, prompt in de auto sprongen, naar het spelershotel reden en diezelfde dag een toptransfer afsloten. Op het WK'74 in West-Duitsland verblufte de Haïtiaanse spits Emmanuel Sanon de voetbalwereld door Italiëkeeper Dino Zoff, die al twee jaar ongeslagen was, te vloeren. De Haïtianen konden hun voorsprong niet vasthouden, Italië won met 3-1, Haïti haalde geen punt, maar Sanon (die ook het enige andere doelpunt van zijn land maakte) was op slag wereldberoemd. Bij Beerschot werd Sanon na een moeizame aanpassingsperiode omgevormd van aanvaller tot verdediger. In die functie bestreek hij de hele flank en maakte hij in 140 wedstrijden 43 goals.

3 JAN TOMASZEWSKI

Het is 13 oktober 1979 en na 89 minuten krijgt in Beerschot-RWDM de thuisploeg een corner bij 0-1 voor de bezoekers. Doelman Jan Tomaszewski gaat mee naar voren, krijgt de bal op het hoofd en kopt. Sanon duwt zijn bal over de lijn. Het Kiel jubelt, net als toen in de zomer van 1978 de komst van de Poolse international werd aangekondigd. Tomaszewski mocht, omdat hij 30 jaar was geworden, Polen verlaten. Een toptransfer van een keeper die op twee WK-eindrondes ('74 en '78) zijn netten ongeschonden hield. Eeuwige roem verkreeg hij door in 1973 op Wembley in de beslissende WK-kwalificatiematch tegen Engeland (met als inzet een WK-ticket) alles te pakken, waardoor Polen naar het WK mocht. In zijn eerste seizoen bij Beerschot keepte de 63-voudige international grandioos, hij stopte onder meer twee penalty's tegen Club Brugge. In 1981 verliet Tomaszewksi het Kiel.

MIN 1 RUDI BELIN

Toen Beerschot in 1970 voor zes miljoen frank - in die tijd behoorlijk wat geld - Rudi Belin haalde, gold de Kroatische middenvelder met de fluwelen traptechniek als een van de beste spelers uit Oost-Europa. Met Dinamo Zagreb won de 29-voudige Joegoslavische international drie keer de beker. In 1967 pakte hij met zijn team de Europabeker voor Jaarbeurssteden (later de UEFA Cup, vandaag de Europa League) tegen Leeds United, maar in twee jaar Beerschot speelde hij maar 38 matchen. Op het middenveld klikte het niet met Jan Verheyen, toen de centrale pion bij Beerschot. Gekomen als nummer tien verliet Belin - in Kroatië bij de verkiezing van de 100 beste voetballers van de eeuw op nummer 38 gezet - Beerschot in 1972 langs een achterpoortje.

2 ROGER CLAESSEN

In 1970 haalde Beerschot nog een naam. Belgisch international en enfant terrible Roger Claessen - wiens portret nog altijd de voorgevel van Sclessin siert na zijn uitverkiezing tot Standardspeler van de Eeuw - wilde na een verblijf bij Alemannia Aachen zijn carrière in België nieuw leven inblazen. Aachen had Claessen in 1968 gekocht voor omgerekend 150.000 euro, toen een recordsom voor de Bundesliga. Na twee jaar Bundesliga waren de verwachtingen in de 29-jarige spits hooggespannen, maar de Luikenaar met de flamboyante levensstijl - hij werd weleens Roger la Honte (Roger de Schande) genoemd - kon ze niet inlossen. Te veel drank en vrouwen was de conclusie. Claessen speelde het eerste seizoen maar 3 wedstrijden en scoorde in zijn tweede jaar 4 keer in 8 matchen.

3 HARRY LUBSE

Met veel adelbrieven kwam Harry Lubse in de zomer van 1980 van PSV over. Hij zou veel goals maken, maar het bleef bij één doelpunt in elf wedstrijden. Bij PSV was middenvelder Lubse van 1972 tot 1980 basisspeler met meer dan 200 competitiewedstrijden, waarbij hij drie titels en twee bekers won. Lubse had met zes goals een aanzienlijk aandeel in de winst van de UEFA Cup in 1978. De meest memorabele goal was het doelpunt waarmee hij in de allerlaatste seconde van de kwartfinale het Oost-Duitse Magdeburg wipte. Bij Beerschot werd het niets. De Mannekens startten de competitie met vier nederlagen en de Nederlandse trainer George Knobel, die Lubse gehaald had (samen met nog twee Nederlanders), mocht al in oktober beschikken. Na het seizoen degradeerde Beerschot na een klacht wegens omkoping. "Het ging niet goed met de club en de Nederlanders hadden het gedaan", reageerde Lubse.

DOOR GEERT FOUTRÉ

In januari 1999 wordt op het Kasteel van Brasschaet het nieuwe Germinal Beerschot voorgesteld. Wanneer bij de oude Beerschotcoryfeeën Lothar Emmerich aangekondigd wordt, gaat de zaal vol oudere heren in maatpak helemaal uit de bol. " Emma! Emma!", scanderen ze. Dat Beerschot in 1969 een WK-finalist binnenhaalde (Emmerich was de linksbuiten van het Duitse team dat in 1966 op Wembley de WK-finale van Engeland verloor), een tweevoudige topschutter uit de Bundesliga én met Dortmund winnaar van de UEFA Cup in 1966, was ongezien. Om uit te bollen kwam Emma niet. In zijn eerste match tegen kampioen Standard scoorde hij al twee keer, tegen Club maakte hij een hattrick. In 30 wedstrijden maakte hij 29 goals, tweederde van de totale Beerschotproductie (42 treffers), genoeg om Belgisch topschutter te worden. In die dagen kon het nog dat bestuurders van een club een speler op tv zagen uitblinken op een eindronde van een WK, prompt in de auto sprongen, naar het spelershotel reden en diezelfde dag een toptransfer afsloten. Op het WK'74 in West-Duitsland verblufte de Haïtiaanse spits Emmanuel Sanon de voetbalwereld door Italiëkeeper Dino Zoff, die al twee jaar ongeslagen was, te vloeren. De Haïtianen konden hun voorsprong niet vasthouden, Italië won met 3-1, Haïti haalde geen punt, maar Sanon (die ook het enige andere doelpunt van zijn land maakte) was op slag wereldberoemd. Bij Beerschot werd Sanon na een moeizame aanpassingsperiode omgevormd van aanvaller tot verdediger. In die functie bestreek hij de hele flank en maakte hij in 140 wedstrijden 43 goals. Het is 13 oktober 1979 en na 89 minuten krijgt in Beerschot-RWDM de thuisploeg een corner bij 0-1 voor de bezoekers. Doelman Jan Tomaszewski gaat mee naar voren, krijgt de bal op het hoofd en kopt. Sanon duwt zijn bal over de lijn. Het Kiel jubelt, net als toen in de zomer van 1978 de komst van de Poolse international werd aangekondigd. Tomaszewski mocht, omdat hij 30 jaar was geworden, Polen verlaten. Een toptransfer van een keeper die op twee WK-eindrondes ('74 en '78) zijn netten ongeschonden hield. Eeuwige roem verkreeg hij door in 1973 op Wembley in de beslissende WK-kwalificatiematch tegen Engeland (met als inzet een WK-ticket) alles te pakken, waardoor Polen naar het WK mocht. In zijn eerste seizoen bij Beerschot keepte de 63-voudige international grandioos, hij stopte onder meer twee penalty's tegen Club Brugge. In 1981 verliet Tomaszewksi het Kiel. Toen Beerschot in 1970 voor zes miljoen frank - in die tijd behoorlijk wat geld - Rudi Belin haalde, gold de Kroatische middenvelder met de fluwelen traptechniek als een van de beste spelers uit Oost-Europa. Met Dinamo Zagreb won de 29-voudige Joegoslavische international drie keer de beker. In 1967 pakte hij met zijn team de Europabeker voor Jaarbeurssteden (later de UEFA Cup, vandaag de Europa League) tegen Leeds United, maar in twee jaar Beerschot speelde hij maar 38 matchen. Op het middenveld klikte het niet met Jan Verheyen, toen de centrale pion bij Beerschot. Gekomen als nummer tien verliet Belin - in Kroatië bij de verkiezing van de 100 beste voetballers van de eeuw op nummer 38 gezet - Beerschot in 1972 langs een achterpoortje. In 1970 haalde Beerschot nog een naam. Belgisch international en enfant terrible Roger Claessen - wiens portret nog altijd de voorgevel van Sclessin siert na zijn uitverkiezing tot Standardspeler van de Eeuw - wilde na een verblijf bij Alemannia Aachen zijn carrière in België nieuw leven inblazen. Aachen had Claessen in 1968 gekocht voor omgerekend 150.000 euro, toen een recordsom voor de Bundesliga. Na twee jaar Bundesliga waren de verwachtingen in de 29-jarige spits hooggespannen, maar de Luikenaar met de flamboyante levensstijl - hij werd weleens Roger la Honte (Roger de Schande) genoemd - kon ze niet inlossen. Te veel drank en vrouwen was de conclusie. Claessen speelde het eerste seizoen maar 3 wedstrijden en scoorde in zijn tweede jaar 4 keer in 8 matchen. Met veel adelbrieven kwam Harry Lubse in de zomer van 1980 van PSV over. Hij zou veel goals maken, maar het bleef bij één doelpunt in elf wedstrijden. Bij PSV was middenvelder Lubse van 1972 tot 1980 basisspeler met meer dan 200 competitiewedstrijden, waarbij hij drie titels en twee bekers won. Lubse had met zes goals een aanzienlijk aandeel in de winst van de UEFA Cup in 1978. De meest memorabele goal was het doelpunt waarmee hij in de allerlaatste seconde van de kwartfinale het Oost-Duitse Magdeburg wipte. Bij Beerschot werd het niets. De Mannekens startten de competitie met vier nederlagen en de Nederlandse trainer George Knobel, die Lubse gehaald had (samen met nog twee Nederlanders), mocht al in oktober beschikken. Na het seizoen degradeerde Beerschot na een klacht wegens omkoping. "Het ging niet goed met de club en de Nederlanders hadden het gedaan", reageerde Lubse. DOOR GEERT FOUTRÉ