Vooraf : met Puma werd Duitsland dan toch wereldkampioen.
...

Vooraf : met Puma werd Duitsland dan toch wereldkampioen. Voor het WK vroeg ik me af of we tactisch iets nieuws zouden zien. Het antwoord is : nee. De meeste ploegen startten met een 4-3-3 of een platte 4-4-2 die beide dikwijls uitmondden in een 4-5-1. Met andere woorden : men opteerde voor een serieus behoudende aanpak, met bijna altijd negen man achter de bal. Dat betekent dat bijna alle wedstrijden op slot bleven tot het verschil gemaakt werd op een stilstaande fase of met een zeldzame actie. Interessant voor analytici, maar de voetbalsupporter bleef door het gebrek aan spektakel op zijn honger zitten. Bij ongeveer alle teams zag je een goede snelle omschakeling van achter naar voor en omgekeerd, maar de invulling van de vleugelbacks of, zoals bij Duitsland, de centrale verdedigers die nog opgevoed zijn in een systeem mét libero, bleef problematisch. Dan zie je dat ploegen die in moeilijkheden komen, terugvallen op drie centrale verdedigers. Uitzonderingen waren Italië, Spanje, Argentinië en Frankrijk. Italië toonde zich meester in de kunst van het verdedigen, kon als een van de weinige ploegen met twee centrale verdedigers de twee spitsen van de tegenstander opvangen omdat ze over verdedigers beschikten die de wedstrijd kunnen lezen. Dat heeft niets met techniek, maar alles met voetbalintelligentie te maken. Ontgoocheld ben ik in Engeland, dat veel te verdedigend voetbalde, antipropaganda bracht voor het spelletje dat ze zelf uitvonden, in Brazilië dat op een paar minuten na nooit spetterend speelde. Pelé mag dan zeggen dat ze wel drie ploegen konden opstellen, met hun sterkste team traden ze op dit WK niet aan. Afrikaanse ploegen zijn beter georganiseerd dan vroeger, maar hebben gemiddeld nog altijd 30 procent meer kansen nodig om te scoren dan andere teams. Nederland en Argentinië toonden zich wel. Nederland had meer verdiend. Misschien was Argentinië te vroeg in vorm en daarom ook te vroeg opgehemeld. Frankrijk groeide langzaam, bevrijdde zich na de eerste ronde van de interne strubbelingen. De absolute topspeler in dit toernooi was Zidane, die zelf zijn eigen feestje vergalde. Algemeen zag je toch weer de kwaliteiten van de vedetten, al waren ze moe. Beckham blonk niet uit, maar was belangrijk in de statistieken. Grote spelers kunnen altijd iets meer, zelfs als ze moe zijn. Bij de jonge talenten vielen Robben en Van Persie me op. Lahm vond ik een sterke verdediger, Podolski maakt nog fouten en de computer van Rooney moet opnieuw geprogrammeerd worden wil hij de echte top halen. Verder wordt het tijd dat men durft te praten over de aanpassing aan de arbitrage. Wat de scheidsrechters op dit niveau moesten doen, was onmenselijk. Die moeten in topvorm zijn, in bijna betere conditie dan de spelers, om het ene moment in de ene backlijn te staan en één seconde later aan de overkant te zien of iemand in de andere zestien meter zijn elleboog gebruikt. In het handbal, nog een sport die gebaseerd is op een snelle omschakeling, heeft men twee scheidsrechters voor een veld van dertig meter, in het basket ook. Waarom niet in het voetbal ? Als één doelpunt over een wedstrijd beslist, kan het toch niet dat men die ene goal af en toe niet eens ziet ? Heeft het WK straks invloed op de Belgische competitie ? Voor één keer waren wij in België voorlopers van wat op het WK getoond werd. Wij speelden altijd al behoudend. Wij hebben de cultuur om niet te verliezen, Nederland die van altijd te willen winnen. Daarom zie je in België al langer vooral ploegen met 4-5-1, rekenend op een snelle omschakeling of een doelpunt op stilstaande fase om het verschil te maken, omdat we de individuele kwaliteiten ontberen waarmee je combinerend je wil oplegt. In principe heeft Anderlecht spelers met wie dat wel kan. Benieuwd of het hen lukt. De anderen werken verder op kracht en atletisch vermogen. Wat moeten we anders ? Een ploeg die zeker wil zijn dat ze hoger mag mikken dan de twaalfde plaats, moet kwaliteit kopen. Maar kwaliteit gaat eerder uit België weg dan het er bij komt. Dat gaat ten koste van de factor amusement. Ik vrees voor de spektakelwaarde in de komende competitie. Herman Vermeulen