Het olympisch kwalificatietoernooi in Oostende van afgelopen weekend was al voor de eerste opworp een succes: helemaal uitverkocht - op enkele vipzitjes na. Drie dagen baadde de Versluys Dôme in een sfeer van enthousiasme en Belgicisme. De grote vraag voordien was of de Belgian Cats opnieuw zouden zwichten onder de druk van het moeten, zoals hen vorige zomer overkwam op het EK, het eerste toernooi waar ze niet langer als underdog startten.

Wat de Cats donderdagavond in de eerste helft tegen Canada op het parket brachten, was van het slechtste in de voorbije drie jaar. Geen beweging, te traag passenspel, te weinig initiatief. Dan toch weer die verlammende stress. Bondscoach Philip Mestdagh beaamde achteraf dat hij zijn ploeg totaal niet herkende. Het blijft de vraag hoe je zoiets oplost, want een mental coach - de zeer capabele Ellen Schouppe - loopt er al enkele jaren bij in de staf rond de Cats. Na drie grote toernooien en met ondertussen internationals die over heel Europa uitzwermden, zou zoiets eigenlijk geen issue meer mogen zijn. Benieuwd hoe dat probleem zal evolueren.

Gelukkig kwamen ook de positieve elementen snel weer bovendrijven: wilskracht, teamspirit... en het ontembare talent van Emma Meesseman natuurlijk. De West-Vlaamse golden girl zou zich tot MVP van het toernooi kronen met gemiddeld 20 punten per wedstrijd.

Tegen Canada zorgden de Cats na de pauze voor een serieuze comeback, helaas onvoldoende voor de winst (61-56). Tegen Japan (92-84), als gastland van de OS al zeker van kwalificatie, hervonden ze hun ritme en tegen het lager geklasseerde Zweden maakten onze basketbalvrouwen de klus helemaal af (53-61). Daarmee gaat een droom in vervulling. Al vanaf de knappe vierde plaats op het WK van 2018 begon de gedachte te leven dat het mogelijk zou zijn om die Olympische Spelen in Tokio te halen. Iets wat enkel onze nationale vrouwelijke hockeyploeg de Cats voordeed in 2012. Vooral voor Ann Wauters is het verwezenlijken van die droom een emotioneel gegeven: op haar 39e kan ze die grootse apotheose van haar indrukwekkende carrière schrijven. Maar tenzij ze de komende maanden haar niveau weer kan opkrikken, zal Wauters in Tokio vooral een rol als mentor vervullen.

Het dromen hoeft echter niet te stoppen. Dit België bezit een pak troeven om straks in Tokio uit te groeien tot een van de sensaties. Kyara Linskens, met haar sterke lichaam en goede handen, heeft alle potentieel om een dominante center te worden. Antonia Delaere kan alles, maar is te timide. De zusjes Hanne en Kim Mestdagh zouden met hun schutterskwaliteiten een vrouwelijke variant van de Splash Brothers ( Stephen Curry en Clay Thompson bij Golden State Warriors) kunnen zijn. Julie Allemand heeft de vista en de grinta om een echte floorleader te zijn. Bovendien kunnen ze op de Spelen zonder druk starten en nemen er slechts twaalf landen deel. Buiten het ongenaakbare VS kunnen de Cats daar iedereen aan. Op één voorwaarde: dat ze klauwen en niet spinnen.

Het olympisch kwalificatietoernooi in Oostende van afgelopen weekend was al voor de eerste opworp een succes: helemaal uitverkocht - op enkele vipzitjes na. Drie dagen baadde de Versluys Dôme in een sfeer van enthousiasme en Belgicisme. De grote vraag voordien was of de Belgian Cats opnieuw zouden zwichten onder de druk van het moeten, zoals hen vorige zomer overkwam op het EK, het eerste toernooi waar ze niet langer als underdog startten. Wat de Cats donderdagavond in de eerste helft tegen Canada op het parket brachten, was van het slechtste in de voorbije drie jaar. Geen beweging, te traag passenspel, te weinig initiatief. Dan toch weer die verlammende stress. Bondscoach Philip Mestdagh beaamde achteraf dat hij zijn ploeg totaal niet herkende. Het blijft de vraag hoe je zoiets oplost, want een mental coach - de zeer capabele Ellen Schouppe - loopt er al enkele jaren bij in de staf rond de Cats. Na drie grote toernooien en met ondertussen internationals die over heel Europa uitzwermden, zou zoiets eigenlijk geen issue meer mogen zijn. Benieuwd hoe dat probleem zal evolueren. Gelukkig kwamen ook de positieve elementen snel weer bovendrijven: wilskracht, teamspirit... en het ontembare talent van Emma Meesseman natuurlijk. De West-Vlaamse golden girl zou zich tot MVP van het toernooi kronen met gemiddeld 20 punten per wedstrijd. Tegen Canada zorgden de Cats na de pauze voor een serieuze comeback, helaas onvoldoende voor de winst (61-56). Tegen Japan (92-84), als gastland van de OS al zeker van kwalificatie, hervonden ze hun ritme en tegen het lager geklasseerde Zweden maakten onze basketbalvrouwen de klus helemaal af (53-61). Daarmee gaat een droom in vervulling. Al vanaf de knappe vierde plaats op het WK van 2018 begon de gedachte te leven dat het mogelijk zou zijn om die Olympische Spelen in Tokio te halen. Iets wat enkel onze nationale vrouwelijke hockeyploeg de Cats voordeed in 2012. Vooral voor Ann Wauters is het verwezenlijken van die droom een emotioneel gegeven: op haar 39e kan ze die grootse apotheose van haar indrukwekkende carrière schrijven. Maar tenzij ze de komende maanden haar niveau weer kan opkrikken, zal Wauters in Tokio vooral een rol als mentor vervullen. Het dromen hoeft echter niet te stoppen. Dit België bezit een pak troeven om straks in Tokio uit te groeien tot een van de sensaties. Kyara Linskens, met haar sterke lichaam en goede handen, heeft alle potentieel om een dominante center te worden. Antonia Delaere kan alles, maar is te timide. De zusjes Hanne en Kim Mestdagh zouden met hun schutterskwaliteiten een vrouwelijke variant van de Splash Brothers ( Stephen Curry en Clay Thompson bij Golden State Warriors) kunnen zijn. Julie Allemand heeft de vista en de grinta om een echte floorleader te zijn. Bovendien kunnen ze op de Spelen zonder druk starten en nemen er slechts twaalf landen deel. Buiten het ongenaakbare VS kunnen de Cats daar iedereen aan. Op één voorwaarde: dat ze klauwen en niet spinnen.