Van de vijftien spelers uit de Belgische competitie aan de aftrap van België-Denemarken op het EK 1984 verdedigen er acht de kleuren van Anderlecht, onder wie Morten Olsen en Frank Arnesen. Even zijn het er in de tweede helft zelfs negen, wanneer Kenneth Brylle invalt bij de Denen.
...

Van de vijftien spelers uit de Belgische competitie aan de aftrap van België-Denemarken op het EK 1984 verdedigen er acht de kleuren van Anderlecht, onder wie Morten Olsen en Frank Arnesen. Even zijn het er in de tweede helft zelfs negen, wanneer Kenneth Brylle invalt bij de Denen. De Belgen blijven met een kater achter. Ze leiden met 2-0, maar worden in de slotfase genekt door Preben Elkjaer Larsen die de 3-2 scoort. Hij is één van de drie Deense basisspelers uit de Belgische competitie die niet voor paars-wit voetbalt. Hij speelt voor Lokeren en zal aan dat fameuze EK een transfer naar Hellas Verona overhouden, een provincieploeg die mét hem een jaar later de Italiaanse titel wint. Naast Elkjaer zijn de andere niet-Anderlecht-Belgen verdediger Sören Busk van de Gantoise en middenvelder Jens Bertelsen van FC Seraing. Wanneer René Vandereycken zijn Anderlechtploegmaat Arnesen vol op de knie raakt, komt de meest stoïcijnse Deen, Morten Olsen, van op dertig meter aangestormd. In zijn ren duwt hij verbolgen zijn Anderlechtploegmaat Vandereycken ruw tegen de grond. 'Had ik een pistool gehad, ik had hem neergeschoten', vertelt de verder minzame Olsen later. Er hadden die dag meer dan vijftien spelers uit de Belgische competitie kunnen zijn. Per Frimann, een jaar eerder basisspeler toen Anderlecht tegen Benfica de UEFA Cupfinale won, was niet geselecteerd wegens nog te jong. Birger Jensen was er ook niet bij. De beste Deense keeper van zijn generatie en één van de beste doelmannen in Europa werd niet meer opgeroepen na een incident met de nieuwe Deense bondscoach in 1979, een jaar nadat Jensen het doel van Club verdedigde in de Europacup I-finale op Wembley tegen Liverpool. 'Oh nee, toch geen Duitser', zou Preben Larsen uitgeroepen hebben toen hij vernam wie de nieuwe Deense bondscoach medio 1979 werd: Sepp Piontek. Larsen was rancuneus vertrokken uit Duitsland waar hij bij FC Köln vooral bij de reserves wegkwijnde, alvorens bij Lokeren tot bloei te komen. Sponsor Carlsberg was in 1978 het amateurisme in het Deense topvoetbal beu en vroeg bij het afsluiten van een sponsorcontract hoeveel het kostte om een ploeg naar het WK 1982 in Spanje te krijgen (wat uiteindelijk niet zou lukken). Dat hield de oprichting van een semiprofessionele competitie in, waardoor de betere spelers niet meer gratis als vrije amateurs konden weggeplukt worden door vooral Nederlandse, Belgische en Duitse clubs. Plus de aanduiding van een nieuwe, buitenlandse bondscoach. Tot medio 1979 reisden Deense internationals graag naar huis voor interlands. Niet voor de wedstrijden zelf, want daar bakten ze er niets van, maar voor de derde helft. Die speelde zich altijd af in de toenmalige Kopenhaagse nachtclub Tordenskjold, door de internationals herdoopt tot 'ons clubhuis'. De toenmalige bondscoach Kurt Nielsen vond het vooral fijn dat zijn spelers zich amuseerden. Tactische besprekingen waren niet aan hem besteed. Tegen Italië was zijn speech: 'Kom jongens, klop die spaghetti-eters!' Eén keer voorzag hij een tactische analyse: tegen Zweden, waarna de spelers vragen mochten stellen. Vraag één was: waarom staan er maar tien namen op het bord? Vraag twee: waarom ontbreekt onze kapitein? Oeps. En of Piontek discipline bracht. Na een onvergetelijke uitzege in Spanje in een van zijn eerste matchen maande hij om half twaalf 's avonds in het hotel Birger Jensen, Jan Sörensen (ook van Club) en Jan Sivebaek aan om meteen naar de kamer te gaan. Het drietal bleef zitten, en werd daarna niet meer geselecteerd. De andere feestvierders hadden het begrepen. Of toch bijna. Na een zege tegen Italië in 1981 liet Piontek even zijn strenge hand varen. De spelers mochten op stap tot twee uur 's nachts, maar om twee uur zat Piontek in zijn eentje met de af te vinken spelerslijst bij de hotelbalie, toen de eerste feestvierders arriveerden. Om drie uur trok hij zelf naar de discotheek. Daar trof hij een aantal internationals die hij al in het hotel gezien had maar die vervolgens weer door het raam gekropen waren en naar het 'clubhuis' terugkeerden. Eén speler verborg zich op het toilet tot Piontek aan de deur zei: 'Kom er maar uit, jongen.' Een tweede lag op de bank met een paar dames, en een derde was op de dansvloer aan het slowen toen hij een tik op de schouders voelde. Er werd voortaan minder gevierd, en meer gewonnen. Je kan niet alles tegelijk hebben.