Het stond in de sterren geschreven. In de veertiendaagse waarin Kim Clijsters en Justine Henin respectievelijk twintig en eenentwintig jaar werden, brachten ze heel België in een roes. Met verbluffend veel maturiteit, beroepsernst en vernieuwend tennis gaven ze iedereen het nakijken op Roland Garros. Parijs was Belgisch grondgebied en zal dat waarschijnlijk nog enkele jaren blijven.
...

Het stond in de sterren geschreven. In de veertiendaagse waarin Kim Clijsters en Justine Henin respectievelijk twintig en eenentwintig jaar werden, brachten ze heel België in een roes. Met verbluffend veel maturiteit, beroepsernst en vernieuwend tennis gaven ze iedereen het nakijken op Roland Garros. Parijs was Belgisch grondgebied en zal dat waarschijnlijk nog enkele jaren blijven. Onze twee boegbeelden raasden door hun carrière. Kwamen binnen door de grote poort, maakte elk seizoen progressie, verteerden het jaar van de bevestiging met gemak en bereikten de top van de tenniswereld. De finale in Parijs was een tussentijdse beloning, maar zeker geen eindpunt. Het heeft een tijdje geduurd voor ze voldoende, vooral mentale, bagage in huis hadden om de familie Williams aan te pakken. Op Frans grondgebied veroverden ze toch al het graveldeel van het tennisimperium. Langzamerhand zullen ze de rest annexeren. Misschien niet onmiddellijk, maar naarmate er nog meer ervaring opgeslagen wordt en naarmate er nog meer in eigen kunnen geloofd wordt, zullen er nog andere Grand Slams volgen. Tennistiek steken de twee dames er immers bovenuit : Henin met een technisch kwaliteitslabel en Clijsters door haar présence en weerbaarheid. De Waalse verloor dit jaar maar één keer vóór de halve finales en stak vier toernooizeges op zak ; de Limburgse was op elk evenement bij de laatste vier en wist zich drie keer op het hoogste schavotje te hijsen. Met vereende krachten knaagden ze aan de onverslaanbaarheid van de Williamsen en creëerden tegelijkertijd voor zichzelf een aura van onoverwinnelijkheid. Zie maar hoe Clijsters zonder haar beste tennis boven te halen en op haar minst geliefde ondergrond haast probleemloos de finale bereikte. Henin had andere katten te geselen in haar tableauhelft. Vooral de halve finale tegen het nummer één van de plaatsingslijst was een dubbeltje op zijn kant. Serena Williams had zich in de kwartfinale immers als een wild dier op haar prooi geworpen. Amélie Mauresmo liep al anderhalve week met het hoofd in de wolken, maar werd door de jongste Williams brutaal met de voeten op de grond geplaatst. Henin begreep door die wedstrijd wat haar te doen stond : onmiddellijk bij de les zijn en de panter niet laten losbreken. Het resulteerde in misschien wel haar beste set ooit. Dat ze daarna even moest slikken toen het richting eindstreep ging, blijft normaal. Het derde bedrijf was een thriller waarbij suspens, emoties en overgave zich verdrongen in belangrijkheid. Het publiek speelde een rol van betekenis door Serena op een belangrijk moment wat op te jutten. De toeschouwers gingen lichtjes over de schreef, maar een serene Serena had zich daar nooit in laten meeslepen. Misschien dat de dominantie van de Williamsen, en de hooghartigheid die daar in het begin van hun carrière mee gepaard ging, nu als een boemerang in hun gezicht kwam teruggekeerd. Dat mama Williams achteraf de Frans-Belgische kijkers een totaal gebrek aan klasse verweet, was natuurlijk de ironie ten top. Henin greep alleszins dat moment van verzwakking bij haar tegenspeelster aan om weer boven zichzelf uit te stijgen. Het werk dat deze winter in Florida onder Pat Etcheberry is verricht, heeft de pupil van Carlos Rodriguez zeker geen windeieren gelegd. Ze beheerste alle hoeken van het grote veld op le stade Philippe Chatrier. Ze varieerde de effecten en brak op gepaste wijze het ritme. Maar bovenal bleef ze met haar hoofd bij de zaak, daar waar de Amerikaanse in haar gedachten enkele lawaaierige Belgen van repliek aan het dienen was. Bovendien werd het zoontje van coach Rodriguez op de schoot genomen om wat ontspanning tijdens het oogcontact te bekomen. Het professionalisme van de clan Henin-Hardenne benadert de perfectie. Aan elk detail wordt aandacht besteed en daarom staat de vrouw van Pierre-Yves op de derde plaats in de wereld, met doorgroeimogelijkheden in het verschiet. Ook Kim Clijsters heeft nog een progressiemarge. Jammer genoeg wordt ze daar amper op getest. Ze steekt zover boven de rest uit dat zelfs een offday haar niet van winst kan houden. Half België schoot dan ook wakker toen Kim in de vierde ronde zowaar gedurende één set een pandoering kreeg van de Bulgaarse Maleeva. Zonder zich te overhaasten maar simpelweg door de concentratie weer aan te scherpen, legde ze de partij bijna onmiddellijk terug in de juiste plooi. Van hetzelfde laken een broek in de halve finale tegen Nadia Petrova. Na een ietwat stroeve start waarbij ze te weinig spreiding in haar slagen legde en de manke Russische niet genoeg rondstuurde, dwong ze met lef en intuïtie het geluk af. De veer van de twintigjarige brak en Clijsters zat voor de tweede maal in de finale van Roland Garros. Jammer genoeg bracht die eindstrijd niet wat de hele natie ervan verwachtte. Henin was vanaf bal één bij de zaak en Clijsters liep vanaf de opening achter de feiten aan. De Breese heldin maakte in het begin van de partij te veel fouten om het perfecte graveltennis van Henin te kunnen afstoppen. De korte eerste set gaf evenwel een wat vertekend beeld, want Clijsters had zelfs meer breakkansen dan haar opponente. Toch was te zien dat Henin net dat tikkeltje meer gedrevenheid in zich had - mama keek van boven mee - om haar droom waar te maken. Een wedstrijd tussen twee speelsters die elkaar zo goed kennen, is sowieso geen sinecure. Tactische plannetjes hebben weinig nut, alles is al gezien, alles is al gebeurd. Het meisje dat de coupe Suzanne Lenglen het liefst mee naar huis nam, zou uiteindelijk zegevieren. Zaterdag was dat duidelijk de vermoedelijke nieuwe Sportvrouw van het Jaar. Justine Henin verdiende die eindzege meer dan ooit. Ze zal de geschiedenis ingaan als eerste Belgische Grand-Slamwinnares, maar het voornaamste dat we moeten onthouden is de fantastische opmars van onze twee protagonisten. Beiden zijn net de twintig gepasseerd en domineren nu al een wereldsport. Hun professionele omkadering is een pluim op de hoed van de Belgische tennisfederatie, maar mag ook niet overschat worden. Bij beide sterren komt het tennis van binnenuit en is het talent puur en onversneden. Ze hebben de juiste mensen rond zich geschaard en hebben het karakter getoond om succes te halen in een erg competitieve wereld. Het is hún verdienste, waarmee België alleen maar kan pronken. In het mannentoernooi beleefde Martin Verkerk, die vrolijke gozer uit Alphen aan de Rijn, de veertiendaagse van zijn leven. Met onbevangen en aanvallend tennis, steunend op een dijk van een service, liep hij alle tegenstand onder de voet. Verkerk combineert aardig wat kwaliteiten. Met de bluf van een Hollander, de motivatie van een debutant en de fysieke capaciteiten van een moderne atleet deed hij beter dan de halve finale van zijn landgenoot Richard Krajicek in 1993. Zijn opgang in het tennismilieu leest overigens als een jeugdroman. Als rijkeluiszoontje met uitzonderlijke gaven verloor hij zichzelf in gemakzucht en het mooie leven om uiteindelijk na hard labeur dan toch het licht te zien. In oktober 2001 startte hij zijn succesvolle samenwerking met de in Leuven gewortelde Nieuw-Zeelander Nick Carr. Deze coach was in een ver verleden nog verbonden aan het VTV-centrum in Wilrijk, maar verkaste bijna onmiddellijk naar Nederland. Carr bracht Verkerk het gedisciplineerde circuitleven bij en lange Martin begon zowaar in een doorbraak te geloven. In het voorseizoen winnaar van het indoorevenement van Milaan heeft hij nu toch bewezen dat zijn favoriete ondergrond in Parijs ligt. Enkel in de finale moest hij zijn meerdere erkennen in iemand die het rode gravel óók wel kan appreciëren : Juan-Carlos Ferrero. El Mosquito was de hele quinzaine onberispelijk. Op geen enkel ogenblik was de verovering van de kroon in gevaar. In de halve finales verteerde hij marathonman Albert Costa met gemak, nadat hij in de kwartfinales enkel door toedoen van zichzelf de zege tegen de fantast Gonzalez een beetje in gevaar had gebracht. Ferrero, residerend in een klein dorpje in de buurt van Alicante, verdiende al een tijdje een grote onderscheiding. Met zijn twee halve finales in de vorige twee edities van Roland Garros en zijn overwinningen in de toernooien van Monte- Carlo en Valencia, was hij één van de meest vooruitgeschoven favorieten. Als één van de weinigen maakte hij dat predikaat ook waar. In een winderige en weinig hoogstaande finale gaven de ervaring en slimheid van de bescheiden Spanjaard de doorslag. Snel de set in handen nemen en zo het zelfvertrouwen waarop Verkerk twee weken lang gezweefd had, ondermijnen. Ferrero toonde zich heer en meester in Parijs en leek op zijn ondergrond moeilijk te verschalken. Nogmaals werd het mannencircuit dus opgeschrikt door een nieuwe naam in de eindstrijd. Schuett- ler nam die taak op zich tijdens de Aus- tralian Open, Verkerk speelde zijn rol uitstekend in Frankrijk. De nivellering blijft doorwoekeren en de nieuwe generatie toppers neemt maar mondjesmaat haar stellingen in. Over twee weken dient Wimbledon zich aan en de bookmakers zien hun lijst van mogelijke kanshebbers aangroeien tot bijna iedereen. Nu zelfs de Zuid-Amerikaanse pletwals zich stilaan manifesteert op het groene gras, met vorig jaar Nalbandian als speerpunt, wordt het voor de ATP-bonzen weer een hachelijke onderneming om bekende gezichten te promoten. De kans dat er opnieuw een onaangekondigde figuur opduikt in de finale is niet onbestaand, wat de verwarring bij het grote publiek enkel maar verhoogt. Nu al staat vast dat de opvolgers van Clijsters en Henin een aartsmoeilijke taak te wachten staat om nog maar aan de hielen van deze twee godendochters te reiken. Om zo ver te raken moet het talent, statistisch gezien nu eenmaal niet dik gezaaid in onze ministaat, absoluut over het juiste karakter beschikken. In die zin is het opvallend dat de beide winnaars van Roland Garros 2003 persoonlijk leed te verwerken kregen in hun jeugdjaren. Het verhaal van Justine Henin is genoegzaam bekend ; Juan-Carlos Ferrero moest op zeventienjarige leeftijd afscheid nemen van zijn vader. Laten we proberen de ontstane tennishype om te zetten in een voortdurende zoektocht en begeleiding van de Kims en Justines van morgen. door Filip DewulfHet is hún verdienste, waarmee België alleen maar kan pronken.