Sinds Dániel Tözsér in de zomer van 2008 AEK Athene verruilde voor Genk is hij dikke maatjes met zijn Hongaarse landgenoot Roland Juhász, de voorbije vijf jaar de enige constante in de verdediging van Anderlecht. Eigenlijk kennen ze elkaar al van lang daarvoor. Tözsér: "We hebben dezelfde gemeenschappelijke vrienden, onder wie Szabolcs Huszti van Zenit Sint-Petersburg, en we debuteerden zeven jaar geleden ongeveer tegelijkertijd bij de nationale ploeg. Minstens één keer per maand spreken we met enkele Hongaren af - wij twee plus Balázs Tóth (VV Venlo), Lásló Köteles (Genk) en Boldiszár Bodor (Roda JC) - om samen te gaan eten."
...

Sinds Dániel Tözsér in de zomer van 2008 AEK Athene verruilde voor Genk is hij dikke maatjes met zijn Hongaarse landgenoot Roland Juhász, de voorbije vijf jaar de enige constante in de verdediging van Anderlecht. Eigenlijk kennen ze elkaar al van lang daarvoor. Tözsér: "We hebben dezelfde gemeenschappelijke vrienden, onder wie Szabolcs Huszti van Zenit Sint-Petersburg, en we debuteerden zeven jaar geleden ongeveer tegelijkertijd bij de nationale ploeg. Minstens één keer per maand spreken we met enkele Hongaren af - wij twee plus Balázs Tóth (VV Venlo), Lásló Köteles (Genk) en Boldiszár Bodor (Roda JC) - om samen te gaan eten." "Tegenwoordig minder vaak dan vroeger, door het drukke programma met Anderlecht", vult Juhász aan. Zijn kleine pupillen en rooddoorlopen ogen verraden een tekort aan slaap. We zijn daags na het 1-0-verlies van Anderlecht op Cercle Brugge, dus van het feesten zal het wel niet zijn ... al polsen we toch maar even voor de zekerheid. "Nee nee," kan er bij de verdediger een glimlachje af, "ik heb vijf uurtjes geslapen, wat eigenlijk een succes genoemd kan worden de nacht na een wedstrijd. Normaal gezien slaap ik dan amper drie uurtjes. Het zal wel gaan. Straks uitlooptraining met de ploeg." Waarna hij twee koppen warme chocomelk bestelt en een stokbrood in een mum van tijd naar binnen werkt. Het leven van een profvoetballer ... Dániel Tözsér: "Zo zie ik het niet. In topmatchen doet rangschikking of vorm niet ter zake. Al ontken ik niet dat we in supervorm verkeren." Roland Juhász: "Wij staan onder druk, dat is normaal bij Anderlecht wanneer er verloren wordt. Het draait momenteel niet, anderzijds zeg ik: het kampioenschap begint pas in maart. Wij hadden vorig seizoen twaalf punten voorsprong op Club bij het ingaan van de play-offs en opeens werd dat gereduceerd tot zes punten." Juhász: "Tuurlijk, je moet het niet op zijn beloop laten, maar geloof me: dat doen we niet. Integendeel, we trainen heel scherp! Tegen Zulte en zelfs op Standard waren wij de dominante ploeg, hadden we op alle gebieden betere statistieken, en toch verliezen we. Het is heel vreemd wat ons nu overkomt, we weten zelf niet waar het aan ligt." Tözsér: "Met dat gebrek aan vertrouwen lijkt het mij toch mee te vallen, hoor. Het heeft eerder te maken met het feit dat een paar spelers - vooral offensief - uit vorm zijn. Kijk naar Genk: Jelle Vossen scoort momenteel met de ogen dicht, vorig seizoen had Anderlecht met RomeluLukaku een gelijkaardige man in vorm in huis. Een vlotscorende spits maakt een wereld van verschil voor een ploeg." Juhász: "En toch zijn het bij Anderlecht dikwijls de verdedigers die op de korrel genomen worden. Houden we negen competitiewedstrijden op rij de nul, dan heet dat normaal. Verliezen we, dan kunnen we zogezegd ineens niet meer voetballen. Nu goed, met die druk heb ik ondertussen leren omgaan." Tözsér: "Het voordeel bij ons is dat door de grote concurrentie iedereen op scherp staat. Als je ziet wie er soms op de bank zit: Barda, Buffel, Dugary, Camus ... Maar als die dan invallen of mogen starten, maken ze wel het verschil." Juhász: "Weet je wat mij opvalt? Niemand spreekt over Genk als titelkandidaat. Zelfs niet nu ze los op kop staan." Tözsér: "Kom, kom, Anderlecht blijft in onze ogen de grote favoriet. Standard, Genk en Club Brugge volgen daar kort achter." Juhász: "Onderschat Club niet, ze zijn sterker dan vorig seizoen." Tözsér: "Wij willen gewoon een mooi kampioenschap spelen en attractief voetbal brengen, de prijzen volgen later wel. Genk is een rustige stad, laat dat zo maar blijven." Juhász (lachend): "Dat is het mooie leven, hé, zo zonder druk." Tözsér: "Hij werkt heel gedisciplineerd en houdt de spelers kort. Hij laat geen verslapping toe. ( Juhász knikt) De vorige trainers - Ronny Van Geneugden, Hein Vanhaezebrouck - waren misschien wat te braaf voor deze groep. Je merkt ook dat Frankie, door de kleine tips die hij meegeeft, zelf een topspeler is geweest. Een trainer die nooit op het hoogste niveau speelde, kan dat niet." Juhász: " Jacobs is psychologisch heel sterk, hij weet perfect hoe hij elke speler moet aanpakken: soms slaan, soms zalven." Tözsér: "Hij lijkt mij toch zachter dan Vercauteren, nee?" Juhász: "Daar vergis je je in, Jacobs kan ook heel streng zijn." Tözsér: "Vercauteren behandelt iedereen gelijk, hij kijkt niet naar namen. João Carlos kan zich niet meer permitteren dan iemand van de beloften. Dat is de grote kracht van Vercauteren. Want je ziet het zo vaak in ploegen waar het misloopt: de ene mag iets meer dan de andere en zo begint de ellende." Juhász: "Als zoiets gebeurt, weet je dat daar vroeg of laat problemen van komen. Favoritisme is nefast voor de teamspirit." Juhász: "Absoluut. Zo weet ik dat ze naar Genk - Anderlecht komen kijken." Tözsér: "Roland zorgt wel dat ik er de volgende keer bij ben. Weinigen weten dat, maar eigenlijk stelt hij de ploeg op. ( lacht) Ik ben er soms wel en soms niet bij, maar er valt geen touw aan vast te knopen." Juhász: "Bijlange niet! Alles kan natuurlijk, maar ... In Hongarije is er geen middenweg: ofwel vinden ze ons top, ofwel breken ze ons compleet af." Juhász (schuddebolt): "België heeft een van de vreemdste nationale ploegen ter wereld. Met zoveel goede spelers valt het echt niet te begrijpen dat daar niet meer uitkomt." Tözsér: "Volledig mee eens. Dat zijn stuk voor stuk toppers! Als je die namen afloopt: ( blaast) indrukwekkend. Jonge gasten met veel talent die bovendien in sterke competities spelen. Een van de sterkste selecties in de wereld, en dat meen ik." Juhász: "Wij speelden onlangs met Hongarije tegen Finland, ik begrijp nog steeds niet hoe België erin slaagde van zo'n traag en loom team te verliezen ( 1-0, op 11 augustus 2010, nvdr)." Juhász: "Tot mijn eigen verbazing heb ik vorige week van de federatie een prijs ontvangen. Blijkbaar ben ik door spelers en ex-spelers verkozen tot beste Hongaarse speler van het voorbije decennium." Tözsér: "Roland is zelden geblesseerd, op hem kan je altijd rekenen. In Hongarije is hij welbekend." Juhász: "Toen ik na de gewonnen interlands even in Boedapest was, kwam men mij voortdurend feliciteren op straat. Zelfs in de wagen staken mensen hun duim omhoog naar mij of toonden ze de kranten met mijn foto in. In Hongarije is voetbal belangrijk voor de bevolking." Tözsér: "Het valt niet te vergelijken met België. Hier zijn ze in alles - dus ook in het voetbal - veel gematigder. Volgens mij te verklaren door de grote afstand tussen rijk en arm in Hongarije." Juhász: "In West-Europese landen zoals Duitsland of België vormt de middenklasse de voornaamste economische groep, in ons land is dat anders, daar bestaat die middenklasse bijna niet." Tözsér: "Klopt, dat geeft wel eens problemen. Als je met je dure wagen ginds door de straten rijdt, voel je de jaloerse blikken op je huid branden." Juhász: "Ik vind het jammer dat er steeds zo op dat geld gefocust wordt. ( geïrriteerd) Alsof wij dat ergens met de lotto gewonnen hebben! Wij verdienen inderdaad grote sommen geld, maar men vergeet dat wij ons op amper tien jaar een bestaanszekerheid bij elkaar moeten voetballen én dat we er ook veel voor moeten laten. Wij hebben drie weken vakantie per jaar, we moeten voetballen op Kerstmis, we moeten elke dag honderd procent klaar staan op training ... Daar staat de buitenwereld zelden bij stil. De mensen die dicht bij ons staan, begrijpen dat beter." Tözsér: "Als mensen zich jaloers uitlaten over mij, voel ik mij niet aangesproken." Juhász: "Je kan zo op de gezichten aflezen of iemand je je succes gunt of niet. In Hongarije is de eerste vraag die je krijgt: hoeveel verdien je? In België krijg ik die vraag niet." Tözsér: "Wij leiden een mooi leven, dat ga ik niet ontkennen, maar denk je dat wij constant bezig zijn met hoeveel er op onze bankrekening staat? Neen. Ons gezin ..." Juhász: "... onze gezondheid ..." Tözsér: "Dat zijn dingen die primeren." Tözsér: "Beide. Boedapest is daar het beste voorbeeld van, het wordt in tweeën gesneden door de Donau. In het oostelijke deel ervan, Pest, heb je meer Oost-Europese invloeden. Arm en grijs. Het leunt dichter bij Oekraïne en Roemenië aan. In het westelijke gedeelte, Buda, woont de gegoede burgerij. Daar worden de belangrijke evenementen georganiseerd. Ik ben opgegroeid in het oosten, op een uurtje rijden van de grens met Roemenië." Juhász: "Met de Roemenen hebben we een bizarre relatie, er heerst een bepaalde rivaliteit tussen ons. Dat komt door onze geschiedenis: vroeger was Hongarije één groot rijk, waar Roemenië deel van uitmaakte. Er wonen nu nog steeds een pak Hongaren." Tözsér: "Absoluut. Heel vreemd is dat. Voor de aftrap tegen Standard nam onze stadionspeaker het woord. Hij kondigde de elftallen aan, eerst in het Nederlands dan in het Frans. Waarna het hele stadion begon te fluiten bij de Franse vertaling. Ik snap niet goed dat er in zo'n klein landje zoveel verschillen kunnen bestaan." Tözsér: "Problemen? Neen. De zigeuners zijn typisch voor Hongarije, ze behoren tot ons cultureel erfgoed. We mogen trots zijn op hun muziek bijvoorbeeld. Het probleem is dat de media focussen op de 'slechte' zigeuners. Zij die in armoede leven, hun kinderen niet naar school sturen en aanzetten tot criminaliteit. Daarbij wordt te makkelijk vergeten dat er ook Roma bestaan die perfect geïntegreerd zijn en hun brood verdienen met een deftige job." Juhász: "Mijn iPod staat vol zigeunermuziek, hoor maar." ( laat enkele Hongaarse nummers horen, nvdr) Juhász: "Valt mee. Eén keer per maand komen ze naar België, en wanneer ik in Boedapest ben, zoals laatst na de interlands, blijf ik gewoon bij hen. Sowieso ben ik weinig thuis door de vele wedstrijden en verplaatsingen. Het is een complexe situatie, maar we zijn niet uit elkaar. ( op dat moment gaat zijn gsm, nvdr) Kijk, ze belt me net. Het is met ups en downs. Maar ik heb er goede hoop op, het komt wel goed. "Drie jaar geleden, toen mijn vader plotseling overleed, ben ik daags na de begrafenis teruggekeerd uit Hongarije en stond ik op het veld tegen AA Gent. Frankie ( Vercauteren,nvdr) vond dat spelen de beste manier was om met dat verlies om te gaan. Hij had gelijk. Ook van de supporters kreeg ik die wedstrijd veel steun, dat vergeet ik niet. Uiteindelijk is voetbal een goede uitlaatklep, ik kan die knop vlot omdraaien." Juhász: "Soms voel ik me wel zo. Zeker wanneer je geen dag vrijaf krijgt. Maar kom, ik kan iets doen dat ik graag doe. Nog zeker vier jaar. Zolang loopt mijn contract bij Anderlecht. Na mijn voetbalcarrière ga ik management studeren, op die manier wil ik in het voetbal blijven. Je moet immers vermijden dat je na je actieve voetbalperiode in een zwart gat valt. Wij profvoetballers leven in een totaal onrealistische wereld, dat besef ik maar al te goed." Juhász: "Nee, dat was enkel tijdens mijn eerste jaren. Dan nam ik het vliegtuig om 10 uur en keerde ik terug om 20 uur. Ik deed dat enkel wanneer we lange tijd geen verlof hadden. Ik miste Hongarije, nog steeds trouwens. Na mijn carrière keer ik zeker terug." door matthias stockmans - beeld danny gys (reporters)"Als wij naar Hongarije terugkeren, voelen we daar de jaloerse blikken op onze huid branden." Dániel Tözsér "Favoritisme is nefast voor de teamspirit." Roland Juhász