Hij miste op de slothelling frisheid om Alejandro Valverde en co te volgen, zei Greg Van Avermaet nadat hij in Luik-Bastenaken-Luik (als beste Belg) elfde was geworden, op zeven seconden van El Imbatido. Een niet te onderschatten prestatie voor de énige renner die én al actief was in het Belgische openingsweekend én daarna álle grote klassiekers reed - het illustreert nog maar eens zijn polyvalentie.
...

Hij miste op de slothelling frisheid om Alejandro Valverde en co te volgen, zei Greg Van Avermaet nadat hij in Luik-Bastenaken-Luik (als beste Belg) elfde was geworden, op zeven seconden van El Imbatido. Een niet te onderschatten prestatie voor de énige renner die én al actief was in het Belgische openingsweekend én daarna álle grote klassiekers reed - het illustreert nog maar eens zijn polyvalentie. Van Avermaets elfde plaats leverde hem 70 punten op voor de World Tourranking. Mede daarom kwam hij ook aan de start. De olympische kampioen is immers soeverein leider met 533 punten voorsprong op Valverde (2528 vs 1995) - of het equivalent van één zege in een grote eendagskoers, zoals Luik-Bastenaken-Luik. Om die koppositie tot eind 2017 vast te houden - en om als tweede Belg, na Philippe Gilbert in 2011, de WorldTour te winnen - zal de Oost-Vlaming echter nog flink moeten scoren in de eendagsklassiekers in de zomer en in het najaar én op het WK. Valverde, maar ook Nairo Quintana en Chris Froome, zullen in de komende kleine en grote rondes immers de punten opstapelen. Alleen al de eindzeges in de Tour, Giro/Vuelta, en de Ronde van Romandië/ Dauphiné zijn respectievelijk 1000, 850 en 500 punten waard. Dankzij onder meer Van Avermaet, de successen van Gilbert en de definitieve ontbolstering van Oliver Naesen staat België ook op kop van het landenklassement van de World Ranking, met 15.164 punten, ruim 2000 meer dan Frankrijk en Spanje. Dat klassement winnen zou een unicum zijn. Het beste Belgische resultaat in de voormalige UCI/WorldTourlandenranking is immers een tweede plaats, in 1999 en 2011, de wonderjaren van Frank Vandenbroucke en Gilbert. Of naast Van Avermaet ook België zijn leiderspositie tot eind 2017 zal kunnen vasthouden, is te betwijfelen. Want nu breekt een periode met vooral rittenkoersen aan. En het afgelopen voorseizoen bewees (alweer) dat ons land daar, in tegenstelling tot in de kasseiklassiekers, amper in meespeelt, wegens een gebrek aan klimmers. Ben Hermans won weliswaar de (niet sterk bezette) Ronde van Oman, maar in de belangrijkste vier WorldTourrondes (Parijs-Nice, Tirreno-Adriatico, Rondes van Catalonië en het Baskenland) finishte geen énkele Belg in de top 25: het beste resultaat kwam op naam van Laurens De Plus (26e in Catalonië). Het is al van 1993 (!) geleden dat er in die vier rittenkoersen geen enkele landgenoot in de top 20 eindigde. Het valt te vrezen dat ook deze week, in de Ronde van Romandië, en in de Giro, Dauphiné en de Rondes van Zwitserland, Frankrijk en Spanje geen Belg in de eerste tien te vinden zal zijn. Dertigers als Ben Hermans, Jan Bakelants, Serge Pauwels en Maxime Monfort kunnen op een toptwintigplaats of een ritzege (in de grote rondes) mikken, maar meer niet. Potentieel zit er wel in jongere talenten als Laurens De Plus (21), Louis Vervaeke (23e, in 2016 11e in Ronde van het Baskenland) en Dylan Teuns (25, verrassend 3e in de Waalse Pijl), en ook in Bjorg Lambrecht (20, winnaar van Luik-Bastenaken-Luik voor beloften). De weg naar de wereldtop - in de grote rondes, en zelfs in de Waalse klassiekers - is echter nog lang en steil. Tim Wellens (25) weet er, na alweer een tegenvallend Ardens tweeluik, alles van. JONAS CRETEUR