In de week voor de confrontatie met Barcelona had José Mourinho zijn spelers Mozesgewijs Tien Geboden ingepeperd. Gebod één luidde: laat Barcelona niet als eerste scoren, en werd door de spelers van Real perfect uitgevoerd. Toen het na tweeëntwintig seconden 1-0 werd, waande Mourinho zich ongetwijfeld even echt God, of toch minstens diens handlanger Mozes.

Na de match leek die vroege openingsgoal eerder op een toegift van Barcelona: hier jongens, scoor maar, dan hebben we er ook iets aan, wordt het misschien nog een beetje spannend. Zoals in het basket ploegen uit een lagere reeks in de bekercompetitie met een voorsprong mogen beginnen. En punctueel toch worden uitgeschakeld.

Dat doelman Valdés, die Real met een roekeloze pass de voorsprong aanbood, de hele wedstrijd lang de bal bleef rondtikken in zijn eigen zestien meter, bij voorkeur naar ploegmaats die niet eens zo vrij stonden, was op zich al een bewijs van de mentale superioriteit van Barcelona en van hun mastermind Guardiola.

Mourinho koos deze keer de weg van de stilte (geen enkele boude verklaring voor de match, geen enkele opmerking over de scheidsrechter, wat overigens punt drie van zijn Decaloog was) én, zeer opmerkelijk, die van de onzichtbaarheid. Diep weggedoken op de Realbank bekeek hij de wedstrijd, niet één keer verliet hij zijn dug-out, terwijl zijn grote concurrent voortdurend langs de lijn stond, als een echte twaalfde man. Pep Guardiola coachte als een bezetene, husselde zijn pionnen door elkaar, ging al snel met drie in plaats van vier verdedigers spelen, applaudisseerde wanneer zijn doelman weer eens risico's nam in plaats van hem de levieten te lezen ... Bernabéu was bepaald niet stil, maar negentig minuten lang hoorde je Guardiola's hersenen knetteren.

Mourinho verroerde geen vin, alsof hij wou zeggen: doe maar, Pep, ik ben het statuut van opgewonden standje gepasseerd, mijn speech in de kleedkamer voor de match volstond, mijn jongens zijn op elke situatie voorbereid, jij en jouw Barça kunnen ons niet meer verrassen. Niks was minder waar. Pas toen het 1-2 werd, liet de profeet Mou zijn charismatische kop zien, maar toen was het kalf al verdronken, of beter de stier, we zijn tenslotte in Spanje, en Bernabéu leek zaterdagvond een arena, vooral op het middenveld, waar hulpeloze witte stiertjes steeds weer werden bedwelmd door de halfrode gewaden van Busquets, Xavi, Fàbregas, Iniesta en Messi: hier is de bal, kom op, pak 'm dan als je kan, en hop, de sluier erover, weg is de bal ...

Dat Mourinho in het halfuur waarin hij wel op de boeg van zijn schip stond minstens vijf keer openlijk in de clinch ging met Cristiano Ronaldo hoeft geen verwondering te wekken. Hoogstens kun je zeggen dat hij het lef ontbeerde om de Portugees naar de kant te halen, maar zijn boosheid was terecht. Niet omdat Ronaldo twee dikke kansen de nek omwrong - dat overkomt nu eenmaal iedereen, Messi verkwanselde een week geleden tegen Levante ook drie gigamogelijkheden - maar wel omdat Ronaldo opnieuw de nukkige, verwende ultranarcist uithing, weer eens voetbalde alsof hij een rechtstreeks duel met Messi moest uitvechten, weer eens geen oog had voor zijn ploegmaats, weer eens bleef staan na het zoveelste balverlies.

De Portugees Mourinho werd verraden door twee landgenoten: Pepe, die hopeloos te kort komt op dit niveau en dat compenseert met bruut geweld, en Ronaldo, op wiens Messifixatie het kruim der toekomstige Spaanse psychiaters zal doctoreren.

Ronaldo heeft een fenomenaal lichaam, maar Messi heeft betere voeten en betere ogen, en vooral: Messi is slim en Ronaldo dom. Bovendien is Messi een toffe knul en Ronaldo een ettertje. Niets typeert hem beter dan zijn vaderschap: ergens een meisje bezwangeren, de boreling (uiteraard Cristiano Jr genaamd) afkopen en door grootmoeder laten opvoeden, opdat de kans dat baby op papa lijkt toch maar zo groot mogelijk zou zijn, want de enige mens die Cristiano Ronaldo liefheeft, is zichzelf.

Al schopt hij er straks vijftig in (en die kans bestaat), de beste voetballer ter wereld wordt hij nooit. Het is waarschijnlijk hopeloos te laat, maar als Mourinho van Cristiano Ronaldo echt een nog betere voetballer wil maken, moet hij beginnen met het gebod van Mozes' baas: bemin uw naaste zoals uzelf!

Elke maand volgt S/VM een match in het spoor van Sporting Telenet. De commentator van dienst schrijft dan een column.

FILIP JOOS

"Messi is slim en Ronaldo dom."

In de week voor de confrontatie met Barcelona had José Mourinho zijn spelers Mozesgewijs Tien Geboden ingepeperd. Gebod één luidde: laat Barcelona niet als eerste scoren, en werd door de spelers van Real perfect uitgevoerd. Toen het na tweeëntwintig seconden 1-0 werd, waande Mourinho zich ongetwijfeld even echt God, of toch minstens diens handlanger Mozes. Na de match leek die vroege openingsgoal eerder op een toegift van Barcelona: hier jongens, scoor maar, dan hebben we er ook iets aan, wordt het misschien nog een beetje spannend. Zoals in het basket ploegen uit een lagere reeks in de bekercompetitie met een voorsprong mogen beginnen. En punctueel toch worden uitgeschakeld. Dat doelman Valdés, die Real met een roekeloze pass de voorsprong aanbood, de hele wedstrijd lang de bal bleef rondtikken in zijn eigen zestien meter, bij voorkeur naar ploegmaats die niet eens zo vrij stonden, was op zich al een bewijs van de mentale superioriteit van Barcelona en van hun mastermind Guardiola. Mourinho koos deze keer de weg van de stilte (geen enkele boude verklaring voor de match, geen enkele opmerking over de scheidsrechter, wat overigens punt drie van zijn Decaloog was) én, zeer opmerkelijk, die van de onzichtbaarheid. Diep weggedoken op de Realbank bekeek hij de wedstrijd, niet één keer verliet hij zijn dug-out, terwijl zijn grote concurrent voortdurend langs de lijn stond, als een echte twaalfde man. Pep Guardiola coachte als een bezetene, husselde zijn pionnen door elkaar, ging al snel met drie in plaats van vier verdedigers spelen, applaudisseerde wanneer zijn doelman weer eens risico's nam in plaats van hem de levieten te lezen ... Bernabéu was bepaald niet stil, maar negentig minuten lang hoorde je Guardiola's hersenen knetteren. Mourinho verroerde geen vin, alsof hij wou zeggen: doe maar, Pep, ik ben het statuut van opgewonden standje gepasseerd, mijn speech in de kleedkamer voor de match volstond, mijn jongens zijn op elke situatie voorbereid, jij en jouw Barça kunnen ons niet meer verrassen. Niks was minder waar. Pas toen het 1-2 werd, liet de profeet Mou zijn charismatische kop zien, maar toen was het kalf al verdronken, of beter de stier, we zijn tenslotte in Spanje, en Bernabéu leek zaterdagvond een arena, vooral op het middenveld, waar hulpeloze witte stiertjes steeds weer werden bedwelmd door de halfrode gewaden van Busquets, Xavi, Fàbregas, Iniesta en Messi: hier is de bal, kom op, pak 'm dan als je kan, en hop, de sluier erover, weg is de bal ... Dat Mourinho in het halfuur waarin hij wel op de boeg van zijn schip stond minstens vijf keer openlijk in de clinch ging met Cristiano Ronaldo hoeft geen verwondering te wekken. Hoogstens kun je zeggen dat hij het lef ontbeerde om de Portugees naar de kant te halen, maar zijn boosheid was terecht. Niet omdat Ronaldo twee dikke kansen de nek omwrong - dat overkomt nu eenmaal iedereen, Messi verkwanselde een week geleden tegen Levante ook drie gigamogelijkheden - maar wel omdat Ronaldo opnieuw de nukkige, verwende ultranarcist uithing, weer eens voetbalde alsof hij een rechtstreeks duel met Messi moest uitvechten, weer eens geen oog had voor zijn ploegmaats, weer eens bleef staan na het zoveelste balverlies. De Portugees Mourinho werd verraden door twee landgenoten: Pepe, die hopeloos te kort komt op dit niveau en dat compenseert met bruut geweld, en Ronaldo, op wiens Messifixatie het kruim der toekomstige Spaanse psychiaters zal doctoreren. Ronaldo heeft een fenomenaal lichaam, maar Messi heeft betere voeten en betere ogen, en vooral: Messi is slim en Ronaldo dom. Bovendien is Messi een toffe knul en Ronaldo een ettertje. Niets typeert hem beter dan zijn vaderschap: ergens een meisje bezwangeren, de boreling (uiteraard Cristiano Jr genaamd) afkopen en door grootmoeder laten opvoeden, opdat de kans dat baby op papa lijkt toch maar zo groot mogelijk zou zijn, want de enige mens die Cristiano Ronaldo liefheeft, is zichzelf. Al schopt hij er straks vijftig in (en die kans bestaat), de beste voetballer ter wereld wordt hij nooit. Het is waarschijnlijk hopeloos te laat, maar als Mourinho van Cristiano Ronaldo echt een nog betere voetballer wil maken, moet hij beginnen met het gebod van Mozes' baas: bemin uw naaste zoals uzelf! Elke maand volgt S/VM een match in het spoor van Sporting Telenet. De commentator van dienst schrijft dan een column.FILIP JOOS"Messi is slim en Ronaldo dom."