Benson Manuel: 'Mijn gevoel? Vandaag even terugkeren naar Genk is leuk, maar dat staat los van het voetbal. Ik zie er alle mensen terug met wie ik een tijd werkte - de kine's, anderen rond de ploeg -, maar sportief is een ander verhaal. Ik ben nu van Antwerp, voor mij is Genk een afgesloten hoofdstuk. Uiteraard ben ik er op gebrand om iets te doen, maar veel zal afhangen van de plannen van de trainer.

'Genk verlaten was geen makkelijke beslissing. Dimitri de Condé was een van de mensen die hard in mij geloofde, tegenover hem voel ik me wat schuldig. De club bood me een nieuw contract aan, bijna het dubbele van de cijfers én de jaren hier. Maar het aanbod botste met het gevoel dat ik er had. Ik speelde in het begin nog wel, maar was er niet op mijn gemak. Mijn gevoel was eerder: straks vlieg ik eruit en de trainer is niet zo tevreden, terwijl hij dat wél was. Ik dacht heel veel na. Ik sprak erover met FeliceMazzù. In Moeskroen speelde ik ook links maar was ik toch meer de vrije man op het veld. Hij wilde me echt tégen de flank, waar ik naar de buitenvoet werd gedreven. 'We moeten het ermee doen', antwoordde hij, ' Bongonda is geblesseerd en Ito staat rechts.' Ik probeerde nog, maar als het in de match niet lukt, begin je toch tegen jezelf te voetballen. Als daarop de supporters óók nog eens fluiten, soms al na tien minuten, denk je: wil ik hier wel zijn? Op den duur heb je geen goed gevoel meer als je 's morgens naar de club vertrekt. Als geld belangrijk was geweest, of die paar minuten in de Champions League, was ik er wel gebleven. Nu speelden andere dingen.

Genk bood me bijna het dubbele van de cijfers én de jaren hier bij Antwerp. Maar het aanbod botste met het gevoel dat ik er had.' - Benson Manuel

( Denkt na) 'Het is zo'n rare wereld, die voetbalwereld. Hoe ouder je wordt, hoe beter je daarmee leert omgaan. Als je geluk hebt als speler en direct aan voetballen toekomt, sla je sommige dingen over, maar als je een moeilijke weg kent zoals ik, met vaak terugvallen en veel wendingen, is het toch een moeilijke wereld. Anders dan ik me had voorgesteld. Ik heb in mijn carrière veel mensen gekend die vertelden hoe het was, maar het is zoals met studeren: je kan oefenen voor een examen, maar daar zijn de vragen toch net iets anders dan je had verwacht. In het voetbal is dat ook zo. Je moet toch je eigen versie schrijven, je eigen twist aan het verhaal geven. En dat verhaal heeft me al teleurgesteld, ja. Teleurstelling doordat je dingen van mensen verwacht, of bij een ploeg terecht komt met hele hoge verwachtingen en je het verhaal eigenlijk wat onrealistisch maakt voor jezelf.'

Antwerp

'Het lukt bij Antwerp, maar traag. Het was trainen en wachten op die minuten. Ik kwam eind augustus, laat, er stond al een ploeg. Na een gesprek met de trainer weten we wat we van mekaar verwachten. Op een bepaald moment zei hij dat ik wat meer moest tonen. Ik heb daar lang over nagedacht. Hij verwacht van mij offensieve dreiging in combinatie met verdedigend werk; daar een balans in zoeken. De trainer is voldoende gekend, zijn stijl ook, het is aan mij om me aan te passen. Het is met dat verdedigende luik waarmee ik de meeste problemen heb. Duidelijk het verhaal van de afgelopen jaren. Overal zegt de trainer: aan de bal geen probleem, maar je verdedigende werk is dat wél. Inmiddels wéét ik dat en af en toe denk ik ook tijdens een wedstrijd: allez, Manuel, nu moest je je man volgen. Het ligt een beetje aan mezelf, vrees ik; die luiheid die er insluipt als ik moet verdedigen. In de jeugd nooit gedaan, of moeten doen. Voor de aanvallende spelers uit de academie duidelijk een lacune in onze opleiding. Bongonda of ik, we hebben allemaal wat dezelfde reactie. Dat killt soms onze minuten, vrees ik. Of laat onze progressie wat trager verlopen.

Benson Manuel in actie voor Antwerp FC tijdens een vriendschappelijk duel met Vitesse. 'Toen ik tekende legden ze me voor dat ze anders gingen spelen; we zouden de bal meer laten rondgaan.', belgaimage - christophe ketels
Benson Manuel in actie voor Antwerp FC tijdens een vriendschappelijk duel met Vitesse. 'Toen ik tekende legden ze me voor dat ze anders gingen spelen; we zouden de bal meer laten rondgaan.' © belgaimage - christophe ketels

'Een evidente overstap was die naar Antwerp niet. Ik heb lang getwijfeld, want het voetbal nu is het voetbal dat ik verwachtte: de lange bal, voetballen vanuit de tweede bal. Niet direct mijn spel. Toen ik tekende, legden ze me voor dat ze anders gingen spelen en dat de aanwinsten eerder zijn aangetrokken om wat meer technisch te voetballen. De bal meer laten rondgaan. Daarin moeten we mekaar nog vinden. Elk seizoen zie ik als een leerproces, ik ben een diesel. Ik leer altijd, ook als ik in de tribune zit.'

Moeskroen

'Trainers beginnen me ook te kennen en passen zich aan mij aan. Dat kan je ook verwachten. Nu zegt iedereen: ha, met BerndStorck ging het vorig seizoen fantastisch. Dat klopt, maar ook wij hebben aan mekaar moeten wennen. In het begin hamerde ook hij op mijn verdedigende werk. Ik snapte hem, hij zag op training de hele tijd iemand dribbelen, links en rechts, maar ook hoe die plots naar de ander keek als er moest worden verdedigd. Dan is het normaal dat hij bij jou komt. Daarop hadden we een lang gesprek en ik weet niet waarom ik die dag zo vol zelfvertrouwen zat, maar ik zei: 'Als je me mijn ding laat doen, ga ik wel resultaten brengen.' Bij mijn eerste basisplaats tegen Gent zei hij: 'Dan toon het nu maar eens.' En ik speelde een van mijn beste wedstrijden. Ik voel me heel goed onder trainers die me vertrouwen geven en offensief mijn ding laten doen, want ik weet dat ik een match kan beslissen met een actie of een voorzet.

Af en toe denk ik: allez, Manuel, nu moest je je man volgen. Het ligt aan mezelf, vrees ik; die luiheid die er insluipt als ik moet verdedigen.' - Benson Manuel

'Ik zeg het niet graag, maar ik hou wel van trainers die kort op mij zitten. Je voelt je belangrijk door wat ze tegen jou zeggen. Tegelijk denk ik ook: laat spelers wat vrij en dan gebeurt het wel. Het is altijd wat geven en nemen: wat jij doet, of wil, volstaat soms niet, je moet ook doen wat zij willen. En dan ben je soms wat minder jezelf. Diep lopen, ik kan dat wel een of twee keer, maar het is mijn kwaliteit niet.

'Ik voel me hier wél goed. Antwerpen is mijn stad. Ik ben hier heel graag, heb hier veel vrienden en ben dichter bij de familie. Ik woon er wel niet, ik zocht wel naar een plek, maar ik keerde terug naar Lokeren bij mijn ouders. Iets makkelijker, alles wordt voor me gedaan, ik moet alleen met voetbal bezig zijn. ( lacht) Ik kom niet veel buiten. Hoe minder ik moet stappen en rondlopen, hoe blijer ik ben. Mocht er nu een bal in de stad liggen, ja. Maar alles zonder bal is niks voor mij ( lacht). Fysiek is alles terug oké, ook daar heb ik stappen gezet. Als één iemand jou wat zegt, twijfel je. Maar wanneer vier, vijf mensen hetzelfde herhalen, weet je dat er een probleem is. Als assistent, trainer én fysical coach in koor zeggen dat je fysiek niet goed bent, is het tijd om aan de slag te gaan. En dat lukt, elk jaar zijn mijn tests beter. Vroeger zat ik met krampen aan de 70e minuut, nu speel ik gemakkelijk 90 minuten.'

'Angola moet nog wachten'

Zijn Frans is uitstekend, Benson Manuel is zo goed als tweetalig, maar aan zijn Portugees is nog wat werk, al probeert hij wel te oefenen, in gesprekken met Borges, Buta of Rodrigues. Benson: 'Mijn vader heeft me duidelijk niet genoeg geleerd.' Inmiddels is zijn talent de Angolese voetbalbond niet ontgaan. Zij polsten hem al of hij voor hun land zou willen spelen. Benson houdt de boot nog wat af. 'Ik wil niet té snel een keuze maken, wie weet wat er binnen twee, drie jaar gebeurt. Ik ben nogal een dromer, snap je.'

Er is druk van hun kant, bevestigt hij. 'Ze willen bouwen aan een nieuw elftal. Veel jongens voetballen in Portugal, een paar in Schotland en hier hebben we Clinton Mata. ' Hij was nog nooit in zijn vaders-land, waar hij veel familie heeft. 'Vroeger hadden we de centen niet, de laatste jaren wel, maar nu ga ik liever met vrienden of mijn vriendin weg. Dan laat je Angola links liggen, al heeft mijn papa me er al wel op aangesproken. Ik denk dat ik verplicht op familiebezoek ga moeten. De familie skypet veel en komt af en toe naar België, het is niet dat ik ze nooit zie.'

Hij was al wel jonge Duivel, maar afgelopen zomer kon hij niet met de U21 naar het EK; een grote teleurstelling na een mooi jaar. Benson: 'Ik was bij de start van de play-offs even geblesseerd aan de knie, maar kwam goed terug, vond ik. Ik denk dat het in het gesprek met Johan Walem voor de vriendschappelijke wedstrijd tegen Frankrijk in de aanloop naar het tornooi is fout gelopen. Het ging over die blessure en dat ik nog niet honderd procent in de trainingen zat, maar ook over het gevoel dat ik bij de groep had. Zij waren al twee jaar samen, ik speelde maar één match mee en ik ben een stille, in de kleedkamer wat op zichzelf. Niet abnormaal, omdat ik de jongens amper kende. De trainer zag dat. Hij nam liever een hechte groep mee dan eentje met een individu dat wat apart staat. Maar die teleurstelling zet me nu niet aan om voor Angola te opteren. Dat zou een keuze zijn uit boosheid en zo ben ik niet. Rustig blijven en zien wat de toekomst brengt. Als ik over twee jaar in provinciale speel, zullen ze geen van beiden meer bellen, vrees ik. ( lacht)'

Benson Manuel: 'Mijn gevoel? Vandaag even terugkeren naar Genk is leuk, maar dat staat los van het voetbal. Ik zie er alle mensen terug met wie ik een tijd werkte - de kine's, anderen rond de ploeg -, maar sportief is een ander verhaal. Ik ben nu van Antwerp, voor mij is Genk een afgesloten hoofdstuk. Uiteraard ben ik er op gebrand om iets te doen, maar veel zal afhangen van de plannen van de trainer. 'Genk verlaten was geen makkelijke beslissing. Dimitri de Condé was een van de mensen die hard in mij geloofde, tegenover hem voel ik me wat schuldig. De club bood me een nieuw contract aan, bijna het dubbele van de cijfers én de jaren hier. Maar het aanbod botste met het gevoel dat ik er had. Ik speelde in het begin nog wel, maar was er niet op mijn gemak. Mijn gevoel was eerder: straks vlieg ik eruit en de trainer is niet zo tevreden, terwijl hij dat wél was. Ik dacht heel veel na. Ik sprak erover met FeliceMazzù. In Moeskroen speelde ik ook links maar was ik toch meer de vrije man op het veld. Hij wilde me echt tégen de flank, waar ik naar de buitenvoet werd gedreven. 'We moeten het ermee doen', antwoordde hij, ' Bongonda is geblesseerd en Ito staat rechts.' Ik probeerde nog, maar als het in de match niet lukt, begin je toch tegen jezelf te voetballen. Als daarop de supporters óók nog eens fluiten, soms al na tien minuten, denk je: wil ik hier wel zijn? Op den duur heb je geen goed gevoel meer als je 's morgens naar de club vertrekt. Als geld belangrijk was geweest, of die paar minuten in de Champions League, was ik er wel gebleven. Nu speelden andere dingen. ( Denkt na) 'Het is zo'n rare wereld, die voetbalwereld. Hoe ouder je wordt, hoe beter je daarmee leert omgaan. Als je geluk hebt als speler en direct aan voetballen toekomt, sla je sommige dingen over, maar als je een moeilijke weg kent zoals ik, met vaak terugvallen en veel wendingen, is het toch een moeilijke wereld. Anders dan ik me had voorgesteld. Ik heb in mijn carrière veel mensen gekend die vertelden hoe het was, maar het is zoals met studeren: je kan oefenen voor een examen, maar daar zijn de vragen toch net iets anders dan je had verwacht. In het voetbal is dat ook zo. Je moet toch je eigen versie schrijven, je eigen twist aan het verhaal geven. En dat verhaal heeft me al teleurgesteld, ja. Teleurstelling doordat je dingen van mensen verwacht, of bij een ploeg terecht komt met hele hoge verwachtingen en je het verhaal eigenlijk wat onrealistisch maakt voor jezelf.' 'Het lukt bij Antwerp, maar traag. Het was trainen en wachten op die minuten. Ik kwam eind augustus, laat, er stond al een ploeg. Na een gesprek met de trainer weten we wat we van mekaar verwachten. Op een bepaald moment zei hij dat ik wat meer moest tonen. Ik heb daar lang over nagedacht. Hij verwacht van mij offensieve dreiging in combinatie met verdedigend werk; daar een balans in zoeken. De trainer is voldoende gekend, zijn stijl ook, het is aan mij om me aan te passen. Het is met dat verdedigende luik waarmee ik de meeste problemen heb. Duidelijk het verhaal van de afgelopen jaren. Overal zegt de trainer: aan de bal geen probleem, maar je verdedigende werk is dat wél. Inmiddels wéét ik dat en af en toe denk ik ook tijdens een wedstrijd: allez, Manuel, nu moest je je man volgen. Het ligt een beetje aan mezelf, vrees ik; die luiheid die er insluipt als ik moet verdedigen. In de jeugd nooit gedaan, of moeten doen. Voor de aanvallende spelers uit de academie duidelijk een lacune in onze opleiding. Bongonda of ik, we hebben allemaal wat dezelfde reactie. Dat killt soms onze minuten, vrees ik. Of laat onze progressie wat trager verlopen. 'Een evidente overstap was die naar Antwerp niet. Ik heb lang getwijfeld, want het voetbal nu is het voetbal dat ik verwachtte: de lange bal, voetballen vanuit de tweede bal. Niet direct mijn spel. Toen ik tekende, legden ze me voor dat ze anders gingen spelen en dat de aanwinsten eerder zijn aangetrokken om wat meer technisch te voetballen. De bal meer laten rondgaan. Daarin moeten we mekaar nog vinden. Elk seizoen zie ik als een leerproces, ik ben een diesel. Ik leer altijd, ook als ik in de tribune zit.' 'Trainers beginnen me ook te kennen en passen zich aan mij aan. Dat kan je ook verwachten. Nu zegt iedereen: ha, met BerndStorck ging het vorig seizoen fantastisch. Dat klopt, maar ook wij hebben aan mekaar moeten wennen. In het begin hamerde ook hij op mijn verdedigende werk. Ik snapte hem, hij zag op training de hele tijd iemand dribbelen, links en rechts, maar ook hoe die plots naar de ander keek als er moest worden verdedigd. Dan is het normaal dat hij bij jou komt. Daarop hadden we een lang gesprek en ik weet niet waarom ik die dag zo vol zelfvertrouwen zat, maar ik zei: 'Als je me mijn ding laat doen, ga ik wel resultaten brengen.' Bij mijn eerste basisplaats tegen Gent zei hij: 'Dan toon het nu maar eens.' En ik speelde een van mijn beste wedstrijden. Ik voel me heel goed onder trainers die me vertrouwen geven en offensief mijn ding laten doen, want ik weet dat ik een match kan beslissen met een actie of een voorzet. 'Ik zeg het niet graag, maar ik hou wel van trainers die kort op mij zitten. Je voelt je belangrijk door wat ze tegen jou zeggen. Tegelijk denk ik ook: laat spelers wat vrij en dan gebeurt het wel. Het is altijd wat geven en nemen: wat jij doet, of wil, volstaat soms niet, je moet ook doen wat zij willen. En dan ben je soms wat minder jezelf. Diep lopen, ik kan dat wel een of twee keer, maar het is mijn kwaliteit niet. 'Ik voel me hier wél goed. Antwerpen is mijn stad. Ik ben hier heel graag, heb hier veel vrienden en ben dichter bij de familie. Ik woon er wel niet, ik zocht wel naar een plek, maar ik keerde terug naar Lokeren bij mijn ouders. Iets makkelijker, alles wordt voor me gedaan, ik moet alleen met voetbal bezig zijn. ( lacht) Ik kom niet veel buiten. Hoe minder ik moet stappen en rondlopen, hoe blijer ik ben. Mocht er nu een bal in de stad liggen, ja. Maar alles zonder bal is niks voor mij ( lacht). Fysiek is alles terug oké, ook daar heb ik stappen gezet. Als één iemand jou wat zegt, twijfel je. Maar wanneer vier, vijf mensen hetzelfde herhalen, weet je dat er een probleem is. Als assistent, trainer én fysical coach in koor zeggen dat je fysiek niet goed bent, is het tijd om aan de slag te gaan. En dat lukt, elk jaar zijn mijn tests beter. Vroeger zat ik met krampen aan de 70e minuut, nu speel ik gemakkelijk 90 minuten.'