Vorige week gaf Zlatan Ibrahimovic een interview in France Football. Eén quote zegt alles: 'Ik mis de Gouden Bal niet. De Gouden Bal mist mij.' Zlatan is een voetballer die geen last heeft van de spotlights. Integendeel, hij zoekt ze op met het plezier van een kind dat zijn kunstje wil tonen. Typisch was ook zijn reactie toen hij positief testte op het coronavirus: 'Covid had de moed om me uit te dagen. Slecht idee.' Hoewel hij dat later nuanceerde ('Daag het virus niet uit. Jij bent Zlatan niet'), draagt het bij tot het beeld van de ongenaakbare übervoetballer. Een pose waarvan je de humor kan inzien maar waarmee je ook, zeker als jonge fan, kan beginnen dwepen. Wie wil nu niet een van zelfvertrouwen blakende topvoetballer zijn d...

Vorige week gaf Zlatan Ibrahimovic een interview in France Football. Eén quote zegt alles: 'Ik mis de Gouden Bal niet. De Gouden Bal mist mij.' Zlatan is een voetballer die geen last heeft van de spotlights. Integendeel, hij zoekt ze op met het plezier van een kind dat zijn kunstje wil tonen. Typisch was ook zijn reactie toen hij positief testte op het coronavirus: 'Covid had de moed om me uit te dagen. Slecht idee.' Hoewel hij dat later nuanceerde ('Daag het virus niet uit. Jij bent Zlatan niet'), draagt het bij tot het beeld van de ongenaakbare übervoetballer. Een pose waarvan je de humor kan inzien maar waarmee je ook, zeker als jonge fan, kan beginnen dwepen. Wie wil nu niet een van zelfvertrouwen blakende topvoetballer zijn die overal op handen gedragen wordt? Wat vaak over het hoofd gezien wordt: tegenover één Zlatan staan, aan de andere kant van het spectrum, tientallen, honderden, misschien wel duizenden Craig Bellamy's. Toen Anderlecht een tiental dagen geleden bekendmaakte dat de Welshe coach opnieuw worstelt met een depressie - waar hij ook tijdens zijn voetbalcarrière al vaker mee kampte - was dat even een dingetje. Vincent Kompany sprak er geëmotioneerd over tijdens een persconferentie, Hendrik Van Crombrugge zei in Extra Time dat mentaal welzijn nog te veel wordt genegeerd en dat was dat. Op naar de volgende match. Het is misschien een symptoom van de tijd waarin we leven: we staan niet meer stil. The show must go on.Maar wegkijken en voortdoen of er niks aan de hand is, kan eigenlijk niet meer. Emiliano Martínez, de keeper van de Argentijnse nationale ploeg en van Aston Villa, zei recent nog dat elke topspeler in feite een psycholoog nodig heeft om de druk de baas te blijven. En was het niet Genkspits Iké Ugbo die in dit blad 'iedereen een psycholoog zou aanraden'? Ook Charleroiverdediger Jules Van Cleemput getuigde onlangs over zijn mentale problemen. Openlijk erover communiceren is alvast één (moedige) stap, maar dé vraag blijft: hoe komt het dat zoveel voetballers een psycholoog nodig hebben? Is er dan niet iets fundamenteel fout in de voetbalwereld? En wat kunnen we daar zelf aan veranderen? De heatmap van Hans Vanaken tijdens het EK was een gesmaakte meme, maar vraagt iemand zich af wat dat doet met de mens Vanaken? Jelle Vossen zegt verderop in dit magazine dat zulke grapjes de Gouden Schoen niet raken. En gelukkig maar. Het kan ook anders uitdraaien. Een getuigenis die bijbleef, is die van The Secret Footballer. Dat is een speler die jarenlang meedraaide in de Premier League en de Championship en die anoniem boeken en columns schreef over het échte leven van een topvoetballer. In zijn eerste boek (2012) biecht hij op dat ook hij kampte met een depressie nadat een lucratieve transfer niet door was gegaan. Hij beschrijft hoe hij elke dag na de training thuis in een stoel ging zitten en er niet meer uitkwam tot het bedtijd was. Urenlang deed hij niks, hij zat daar maar te zitten, in stilte. Zijn vrouw ging met hem lunchen of shoppen om hem af te leiden, maar het enige waar hij aan kon denken, was zijn stoel. De berichten over mentale gezondheidsproblemen in alle geledingen van de maatschappij overspoelen ons steeds vaker. In een steeds complexere wereld is het niet meer vanzelfsprekend om je geest gezond te houden. Het helpt om erover te praten, maar de volgende stap moet zijn om er daadwerkelijk iets aan te doen. Dat begint al in het jeugdvoetbal. Laat de (prestatie)druk daar alstublieft zo lang mogelijk achterwege. Moet voetbal niet een plaats zijn waar jongeren zich kunnen uitleven en plezier maken? Waar ze leren denken in teamverband en waar ze al spelend een betere mens worden? Want: niet iedereen is Zlatan.