Bernt Evens: "Kleedkamerhumor, het blijft een apart gegeven, maar een uniek en plezant gebeuren. Niet alleen kan het irritaties verhinderen, maar vooral de interne sfeer sterk bevorderen. Ik was nog een jong broekje van 22 toen ik bij Antwerp op de proef werd gesteld door Marc Van Britsom, Stefaan Leleu, Kris Mampaey, Patrick Goots en trainer Regi Van Acker. Ze stonden bekend om hun grappen.
...

Bernt Evens: "Kleedkamerhumor, het blijft een apart gegeven, maar een uniek en plezant gebeuren. Niet alleen kan het irritaties verhinderen, maar vooral de interne sfeer sterk bevorderen. Ik was nog een jong broekje van 22 toen ik bij Antwerp op de proef werd gesteld door Marc Van Britsom, Stefaan Leleu, Kris Mampaey, Patrick Goots en trainer Regi Van Acker. Ze stonden bekend om hun grappen. "Na een paar gewonnen wedstrijden kwam Goots de kleedkamer binnen met de melding dat ik dringend naar het secretariaat moest, want er was een belangrijke fax gekomen met een oproep voor de nationale ploeg. Ik loop in de stromende regen naar het secretariaat, waar ze natuurlijk spontaan in de lach schoten. Het was nog maar eens het bewijs dat de jongeren, zeker als ze nieuw zijn, getest worden. Met mijn naïviteit bleek ik net als Gunter Ribus een gedroomd slachtoffer. Het maakte me wel sterker, ik was constant op mijn hoede. Ondanks het feit dat we sportief moeilijke jaren kenden, werd er heel wat afgelachen. Ik ben sowieso een vrolijke jongen, ik probeer altijd het positieve te onthouden. Nooit zal ik vergeten hoe Ibrahim Yattara op een dag in een authentiek Afrikaans gewaad de kleedkamer binnenstapte. Zijn voorbeeld kreeg snel navolging, zelfs wij mochten het ooit eens dragen. ( met een brede glimlach) Prachtig, het kweekt een band. "Bij Westerlo maakte ik kennis met de luchtigheid en de nuchterheid van de Kempen. Dat is echt een ouderwetse vestiaire, misschien wel de beste van België. Samen na het seizoen vijf dagen naar Ibiza, waar zie je dat nog? Dat blijft hangen, je leert elkaar echt kennen. Het is een belangrijke factor in de successen van de afgelopen jaren. In Westerlo kan alles, binnen bepaalde grenzen weliswaar, in een ongedwongen sfeer. Vooral assistent-trainer Danny Vlayen moest het daar vaak ontgelden. Vaseline aan de ruitenwissers smeren, de vier wielen van de wagen losmaken en de carrosserie van de auto op stenen plaatsen, met sneeuwballen naar hem gooien in de winter. Marc Wagemakers was daarin een goede gangmaker, net als Bart Van den Eede - wiens haar we ooit eens tijdens zijn siësta vol strooiden met talkpoeder - en Wouter Scheelen. Bij Westerlo was niemand veilig, zelfs de trainers niet. "Je kan natuurlijk niet hetzelfde uitspoken bij een topclub als Club Brugge, waar alles met een vergrootglas wordt gevolgd. Maar ik ben aangenaam verrast, want tot nu toe was er nog geen enkel akkefietje. Geert De Vlieger en ik proberen aan de sfeer te denken. Zo was de aankoop van een muziekinstallatie een van onze eerste realisaties. Zo kan iedereen naar believen zijn voorkeur afspelen. Stijn Stijnen draait echter altijd dezelfde songs van Clouseau, Johan Verminnen en Milk Inc. Als hij dan een danspasje uitvoert, dat is hilarisch! Maar evengoed komen de smartlappen van André Hazes aan bod, waarop uit volle borst wordt meegezongen. Muziek is een mooi bindmiddel, ook voor de buitenlandse jongens. Onlangs lagen we in een deuk toen Ivan Leko typisch Kroatische liederen bracht. "Ik bewonder wel de manier waarop een oude rot als Geert de jongeren aanpakt: enorm uitdagen, heel competitief zijn om ze uit hun kot te lokken, maar hen evenzeer aanmoedigen. Bovendien is hij altijd goedgezind, ook al komt hij binnengewandeld met een zware verkoudheid." S door frédéric vanheule