Het was een kille novembermorgen in 1949 en rond Maine Road, het stadion van Manchester City, stonden meer dan 20.000 fans. Ze waren boos. Razend. Er vielen harde woorden - 'smerige nazi!' en 'oorlogsmisdadiger' - en ze zouden de club massaal boycotten, want enkele dagen ervoor had Bernhard Carl Trautmann - Bert - een contract bij The Citizens getekend. Een doelman (26), maar vooral een Duitser.
...

Het was een kille novembermorgen in 1949 en rond Maine Road, het stadion van Manchester City, stonden meer dan 20.000 fans. Ze waren boos. Razend. Er vielen harde woorden - 'smerige nazi!' en 'oorlogsmisdadiger' - en ze zouden de club massaal boycotten, want enkele dagen ervoor had Bernhard Carl Trautmann - Bert - een contract bij The Citizens getekend. Een doelman (26), maar vooral een Duitser. De dagen erop werd de sfeer nog grimmiger toen bleek dat Trautmann met het IJzeren Kruis was onderscheiden, maar de doelman kreeg hulp uit onverwachte hoek. Eric Westwood, de kapitein van de club die had meegevochten in Normandië, zei dat 'oorlog geen plaats heeft in een voetbalkleedkamer'. En Alexander Altmann, de plaatselijke rabbi die de duizenden Joden in de stad vertegenwoordigde, noteerde in een krant dat Trautmann met respect moest behandeld worden. 'Hij mag niet gestraft worden voor de vreselijke misdaden van zijn landgenoten.' Trautmann zou op Maine Road een held worden. De verplaatsingen bleven een hel voor de Duitse doelman, die constant werd uitgescholden, maar in het blauwe deel van de stad werd hij op handen gedragen. Zeker na de finale van de FA Cup in 1956, tegen Birmingham City, toen hij bij een 3-1-voorsprong in de voeten van Peter Murphy dook. Hij kreeg de knie van de spits vol op de nek en bleef even liggen. Maar er mocht nog niet gewisseld worden en hij wilde zijn ploeg niet in de steek laten. Trautmann zou nog 17 minuten, op wankele benen, in het doel staan en pakte nog uit met enkele spectaculaire reddingen. 'Het was alsof ik in een waas leefde', zei hij later. Vier dagen na de wedstrijd bleek dat één nekwervel was gebroken, een levensbedreigende blessure. Hij zou 545 matchen voor Manchester City spelen, was de eerste doelman die door de Engelse sportjournalisten werd verkozen tot Speler van het Jaar (1956) en werd in 2004 geridderd als officier in de Order of the British Empire. Toen hij Queen Elizabeth II ontmoette, vroeg ze droogweg: 'Ah, Herr Trautmann. Ik kan mij u herinneren. Nog altijd pijn in de nek?' De heroïsche verhalen gingen in Manchester van vader op zoon en op kleinzoon, ook lang na zijn afscheid na 15 seizoenen (1964) aan Maine Road. Hij was, zo leerde de overlevering: 'Onze Bert. Geen nazi die Joden, homo's en zigeuners naar de kampen en de dood had geleid, maar een goede Duitser.' Maar dat beeld strookte niet helemaal met de realiteit. Trautmann was opgegroeid in Bremen, in een arbeidersgezin dat het begin de jaren dertig moeilijk had om te overleven. Hij was een goede atleet, bewonderde de manier waarop Adolf Hitler de economie wilde herstellen, werd lid van het Deutsches Jungvolk, de jongerensectie van de Hitlerjeugd, en ging op zijn 17e vrijwillig onder de wapens. Catrine Clay, zijn biografe, omschreef de jonge Trautmann als 'een modelnazi: blond, blauwe ogen, onverdraagzaam en meedogenloos.' Hij werd paracommando en vocht aan het oostfront, waar de Duitse opmars hard tot een einde kwam. Maanden erna, in Frankrijk, vocht hij tegen de oprukkende geallieerden. Hij werd gevangengenomen - eerst door Russen later door Britten - maar kon telkens vluchten, na het bombardement in Kleve was hij een van de amper 90 overlevenden van zijn 1000-koppig regiment. Hij werd nog maar eens opgepakt door de Britten, die hem meenamen naar een krijgsgevangenkamp in Lancashire. Daar stond hij, in de jeugd van Blau und Weiss in Bremen nog een middenveldertje, voor het eerst onder de lat. En zou hij op die positie een legende worden.