In april jl. hadden we Victor Van Schil aan de telefoon. Of hij er iets voor voelde om samen met enkele oud-ploegmaats te praten over de eerste Tourzege van Eddy Merckx, nu 40 jaar geleden? Het moest een reportage worden voor ons zusterblad Knack, dat op 26 juni de eerste van een reeks extra nummers uitbracht, over de Zalige Zomer van 1969. En daarin moest er uiteraard plaats zijn voor de Ronde van Frankrijk waarin Merckx geschiedenis schreef en een ware ravage aanrichtte. Natuurlijk wilde Van Schil meewerken. Heel graag zelfs. "Ik heb een idee", zei hij. "We maken een afspraak in het restaurant dat de dochter van Jos Spruyt in Wommelgem openhoudt. Jos zal ook graag over vroeger vertellen. En laten we er ook nog Martin Van Den Bossche bij pakken, de luitenant van Eddy, die neemt geen blad voor de mond en hij ligt nog met iets op zijn lever." Van Schil verheugde zich op het weerzien: "Bel me als je een datum hebt, ik kan me ieder moment vrijmaken."
...

In april jl. hadden we Victor Van Schil aan de telefoon. Of hij er iets voor voelde om samen met enkele oud-ploegmaats te praten over de eerste Tourzege van Eddy Merckx, nu 40 jaar geleden? Het moest een reportage worden voor ons zusterblad Knack, dat op 26 juni de eerste van een reeks extra nummers uitbracht, over de Zalige Zomer van 1969. En daarin moest er uiteraard plaats zijn voor de Ronde van Frankrijk waarin Merckx geschiedenis schreef en een ware ravage aanrichtte. Natuurlijk wilde Van Schil meewerken. Heel graag zelfs. "Ik heb een idee", zei hij. "We maken een afspraak in het restaurant dat de dochter van Jos Spruyt in Wommelgem openhoudt. Jos zal ook graag over vroeger vertellen. En laten we er ook nog Martin Van Den Bossche bij pakken, de luitenant van Eddy, die neemt geen blad voor de mond en hij ligt nog met iets op zijn lever." Van Schil verheugde zich op het weerzien: "Bel me als je een datum hebt, ik kan me ieder moment vrijmaken." De afspraak met de drie helpers was in nauwelijks een uur geregeld. En zo vielen ze elkaar op een donderdag in mei als gezworen kameraden in de armen, kinderlijk blij met de reünie. De champagne knalde, er werden aperitiefhapjes aangerukt en vervolgens een delicieus gerecht, overgoten met de heerlijkste wijnen. Vijf uur lang zou het interview duren, de ene anekdote volgde de andere op, er werd gelachen en gedold en toen de avond langzamerhand viel, bestelde Martin Van Den Bossche, getrouwd met een Italiaanse, nog een paar grappa's. "Is er iets lekkerder dan dat?", vroeg hij en hief het glas. Sigfrid Eggers, de fotograaf van dienst die in het midden van het interview binnenviel, keek verwonderd naar de uitgelaten bende. Of er hier nog een foto te maken viel? Niets tijdens deze lange namiddag liet uitschijnen dat Vic Van Schil met problemen worstelde die hem uiteindelijk in een diepe en tot zelfmoord leidende depressie deden tuimelen. Hij vertelde over zijn carrière. Over die memorabele Luik-Bastenaken-Luik waarin hij met Eddy Merckx voorop reed, over zijn periode bij het Franse Mercier waarin de renners als vrije vlinders door het peloton fladderden, over de discipline in de ploeg van Merckx waarin iedereen in dezelfde kledij aan tafel moest verschijnen en je meteen weer naar boven moest als je T-shirt een klein vlekje vertoonde. En natuurlijk ging het vooral over de mythische Tour van 1969, over de eerste demonstratie van Eddy Merckx op weg naar Ballon d'Alsace, over de andere epische nummers die hij in de bergritten opvoerde. "In feite", zei Van Schil, "kwam het er voor ons in de bergritten alleen op aan om op tijd binnen te zijn." En hij vertelde over de eigen competitie die hij met zijn kamergenoot Jos Spruyt uitvocht: degene die eerste eindigde in de rit, mocht in het grootste bed slapen. Net zoals zijn voormalige ploegmaats herinnerde Van Schil zich nog ieder detail van deze Ronde van Frankrijk, de nachtelijke autorit naar België bijvoorbeeld na de Tour terwijl er voor Merckx een privévliegtuig was ingezet, iets waarvoor Paul Van den Boeynants had gezorgd. De ontvangst op het koninklijk paleis, de mensenzee tijdens de criteriums. Het deed hem deugd in de herinneringen te grasduinen. "Het waren mooie tijden", mijmerde hij en zijn gabbers knikten instemmend. "Nog een laatste grappa", riep Martin Van den Bossche toen de klok van zes uur al was gepasseerd en niemand sprak hem tegen. De wonderlijke verhalen bleven komen, alsof het allemaal op hun netvlies stond gebrand. Hoe later het werd, hoe pittiger. Het was ook voor ons een heerlijke uitstap in het verleden, een nostalgische vlucht uit de werkelijkheid. Of ze elkaar nog zouden terugzien, bedachten we op een gegeven moment. "Natuurlijk", zei Van Schil. "Ik ga met enkele oud-renners 's zaterdags geregeld fietsen met Eddy Merckx. Jos komt dan ook. Eddy geeft dan het tempo aan en laat ons afzien. Die drang om zich te bewijzen, heeft hij niet verloren." Martin Van Den Bossche beklemtoonde dat die fietstochtjes niet aan hem waren besteed. Dat hij, Martin, in de Tour van 1969 van Merckx niet als allereerste de top van de Tourmalet had mogen overschrijden, dat stak nog. "Ik heb Eddy toen gezegd dat een kleine renner een groot gebaar had verwacht", zei Martin. Vic Van Schil schudde met het hoofd. Hij maakte een tevreden indruk, Vic Van Schil, gepensioneerd nadat hij eerder als redder in het sportcentrum van Nijlen had gewerkt. Tevreden ook over zijn carrière, die in 1977 eindigde, blij dat het nomadenbestaan voorbij was. In die loopbaan had hij zich vooral uitgesloofd voor anderen. Natuurlijk waren er een paar zeges, twee ritten in de Ronde van Spanje, de Brabantse Pijl, maar de klasse om een ploeg te dragen, die ontbrak, zo veel zelfkennis had hij wel. Ook al kwam hij als grote belofte naar de profs en moest hij in zijn allereerste Tour, in dienst van Mercier, niet werken voor kopman Raymond Poulidor. Van Schil werd zeventiende. Ooit eindigde hij ook vijfde in Parijs-Roubaix en tweede in het Kampioenschap van Zürich. Hij koketteerde nooit met zijn prestaties. Ook niet tijdens die lange namiddag in Wommelgem. Van Schil verpersoonlijkte de bescheiden meesterknecht. Veel liever zwoegde hij voor iemand anders dan zelf te winnen. Sterker zelfs: op de parking vertelde hij dat hij, net voor hij naar de ploeg van Merckx overstapte, had overwogen om te stoppen. Aan een alternatief ontbrak het Vic niet: zijn vader had een diamantslijperij en stelde 60 mensen tewerk. Guido Reybrouck zorgde ervoor dat hij onderdak kreeg bij het legendarische team van Faema. Maar blij, dolblij was Van Schil dat hij onder de vleugels van Merckx een lang vervolgstuk kon breien aan zijn carrière. Glimmend van tevredenheid stapte hij die donderdag in mei in de wagen. "Een schitterende gast", zei Jos Spruyt en Martin Van Den Bossche knikte instemmend. Niemand die toen kon vermoeden dat Vic Van Schil zijn laatste interview had gegeven. door jacques sysHij koketteerde nooit met zijn prestaties.