Vorige zondag won Sebastian Vettel de Europese grote prijs in Valencia, maar hét feit van de race was zonder twijfel de crash van zijn teamgenoot Mark Webber. De Australiër reed tegen de Lotus van Heikki Kovalainen, ging de lucht in en keerde om, kwakte dan weer tegen de grond om dan tientallen meters verder tot stilstand te klappen in de bandenmuur. Terwijl iedereen nog de adem inhield, kroop Webber ongedeerd uit de auto. Hoewel F1-coureurs al jaren de vreselijkste klappen overleven, mag dat een klein wonder...

Vorige zondag won Sebastian Vettel de Europese grote prijs in Valencia, maar hét feit van de race was zonder twijfel de crash van zijn teamgenoot Mark Webber. De Australiër reed tegen de Lotus van Heikki Kovalainen, ging de lucht in en keerde om, kwakte dan weer tegen de grond om dan tientallen meters verder tot stilstand te klappen in de bandenmuur. Terwijl iedereen nog de adem inhield, kroop Webber ongedeerd uit de auto. Hoewel F1-coureurs al jaren de vreselijkste klappen overleven, mag dat een klein wonder heten. Na iedere crash lees je het immers opnieuw: die F1-auto's zijn zo sterk gebouwd, dat de helden niet meer kunnen verongelukken. Kubica in Montréal 2007, Kovalainen in Barcelona 2008 of Webber gisteren in Valencia, ze bewezen het elk op hun manier. Klappers waarvan een mens zich afvraagt: hoe is het mogelijk dat iemand dat overleeft? Het klopt dan ook, van die stevige auto's. F1-wagens beantwoorden qua crashbestendigheid aan onwaarschijnlijk strenge normen, nauwelijks te bevatten voor mensenverstand. Je kunt er met 280 per uur mee tegen een betonnen muur rijden, je kunt er lustig salto's mee maken bij een net iets lagere snelheid, zoals zondag in Valencia. En toch kroop Mark Webber het voorbije weekend echt door het oog van de naald. De Australiër crashte immers op zowat de enige manier die nog tot een heel dramatische afloop kan leiden: als de wielen loskomen van de grond. Dan gaat de auto immers een eigen leven leiden en weet je niet waar het verhaal eindigt: met een band op het hoofd van een andere coureur, of met het eigen hoofd tegen een afsluiting of muur. Soortgelijke crashes in het verleden bevestigen dat alleen maar. Zoals Jacques Villeneuve in Melbourne 2001, ook vol achterin op een tegenstander, van de grond en in de afsluiting. Een baancommissaris, geraakt door brokstukken, overleefde het niet. Of de Braziliaan Marco Campos in 1995, in een F3000-koers: zelfde incident als Webber maar met het hoofd op een muurtje terechtgekomen. Dood. Net zoals Jeff Krosnoff in de Amerikaanse Indy Car in 2006: de lucht in, tegen de afsluiting met al genadeloos snijdende ijzeren palen. Dood. Omdat het hoofd het enige deel van de coureur is dat niet wordt beschermd als iets uit de lucht komt vallen of de auto omkeert. In dergelijke situaties moet de man achter het stuur rekenen op een beschermende hand, zoals er vorige zondag eentje boven het hoofd van Webber zat. Vandaar trouwens dat na dit type van ongeval telkens opnieuw stemmen opgaan om toch eens na te gaan of het niet opportuun zou zijn om een soort onverwoestbaar dak op die F1-wagens te zetten. Stemmen die dan snel weer worden gedoofd door de puristen, die argumenteren dat een dak op een F1-wagen gewoon not done is. Het is zeer de vraag of dat nu nog zo was geweest als Webber zondag niet op een beschermende hand had kunnen rekenen.