Geen voetballer is in een lange carrière zijn uitgangspunt zo trouw gebleven als jij. Nooit heb je je laten kooien door tactische plannetjes van angstige trainers, nimmer liet je je overhalen om je kwaliteiten te beknotten op het altaar van het naakte resultaat. Veel meer dan alle titels, bekers, persoonlijke trofeeën en interlands vond ik dát de grootste overwinning uit negentien jaar topvoetbal : het altijd maar weer zoeken naar die artistieke toets, naar die vorm van verfijning en betovering waarvoor de mensen naar het stadion komen. Maar ook : het rechtuit en rechtaan verkondingen van je mening, niet met goedkope en holle kreten die in deze tijd van vervlakking zo graag in de mond worden genomen, maar doordacht en onderbouwd, geargumenteerd en gemotiveerd. Nooit gebruikte je...

Geen voetballer is in een lange carrière zijn uitgangspunt zo trouw gebleven als jij. Nooit heb je je laten kooien door tactische plannetjes van angstige trainers, nimmer liet je je overhalen om je kwaliteiten te beknotten op het altaar van het naakte resultaat. Veel meer dan alle titels, bekers, persoonlijke trofeeën en interlands vond ik dát de grootste overwinning uit negentien jaar topvoetbal : het altijd maar weer zoeken naar die artistieke toets, naar die vorm van verfijning en betovering waarvoor de mensen naar het stadion komen. Maar ook : het rechtuit en rechtaan verkondingen van je mening, niet met goedkope en holle kreten die in deze tijd van vervlakking zo graag in de mond worden genomen, maar doordacht en onderbouwd, geargumenteerd en gemotiveerd. Nooit gebruikte je daarbij de pers als een podium om conflicten uit te vechten.egentien jaar heb ik met een gevoel van bewondering en verwondering gezien hoe die kleine en aanvankelijk zo bedeesde voetballer zich ontwikkelde tot een steeds grotere kunstenaar. De omstandigheden zaten je daarbij in het begin zeker niet tegen. Ik herinner me hoe je bij Club Brugge opkeek naar Jan Ceulemans, maar hoe je schroom snel wegsmolt omdat de vedetten van Club uitblonken door hun eenvoud, omdat jonge spelers werden beschermd en gekoesterd. Ik weet nog hoe je plots heel even leek te ontsporen omdat het kennelijk moeilijk was om de stap te zetten van puber naar prof, maar gelukkig werd je door Henk Houwaart, zelf nochtans een onvervalste levensgenieter, op een brutale manier wakker geschud. Ik zag vervolgens hoe je je verder vervolmaakte bij Anderlecht en hoe je openbloeide omdat je daar verantwoordelijkheid kreeg. Ik herinner me een interview in mei 1995, thuis in Dilbeek, nadat je voor de derde keer was uitgeroepen tot Profvoetballer van het Jaar en je vertelde hoe belangrijk Aad de Mos voor jou ontwikkeling was geweest. Omdat hij je leerde functioneren zonder bal, omdat hij je bewuster liet trainen. Ik begreep niet waarom je bij Sheffield vervolgens wilde gaan ploeteren in de rauwe Engelse middenmoot, tegen houterige en vervaarlijk ogende voorstoppers, omdat je daar met je technische finesse niets kon gaan uitrichten. Ik snapte niet waarom je je niet profileerde bij PSV terwijl je er altijd van droomde om omringd te zijn door aanvallend denkende spelers. Maar ik zag je later toch weer opveren, bij AA Gent en zeker bij Germinal Beerschot waar je onvoorstelbaar veel warmte kreeg en voelde. Natuurlijk werd er in die nadagen van je carrière al eens geklaagd omdat het verdedigende werk wat minder was, maar wat stond daar niet tegenover ? Die fluwelen baltoets, dat doorzicht en inzicht, dat vermogen om vooruit te denken en zo het spel snel te maken, ook al ben je zelf nooit een vat vol explosiviteit geweest en ging het wel eens wat moeizamer als de snelheid van uitvoering te hoog lag. Maar die spelintellegentie camoufleerde veel. Op en naast het veld. Geen voetballer die het moment waarop hij uit de arena stapte zo goed kon bepalen. Je speelde geen wedstrijd te veel, je ging niet gauw ergens geld opscheppen in een exotische competitie. Je koos voor een afscheid in stijl. Op het moment dat je door je collega's nog uitgeroepen werd tot de tweede beste voetballer van de competitie.aterdag mocht je voor de laatste keer je trukendoos opentrekken. Nog een laatste dribbel, nog een laatste splijtende voorzet, nog een laatste subtiel hakje. Toen je later door de stille nacht naar huis reed en in de laatste rechte lijn nog eens het Brugse Olympiastadion passeerde, moet de weemoed zijn bovengekomen. Daar waar het allemaal begon, in die stad waar je steeds weer naartoe vloog, als een vogel op zoek naar zijn nest. En waar je nu, na bijna 750 officiële wedstrijden en net geen 200 doelpunten, even de batterijen herlaadt. In de wetenschap dat het mooi is geweest. En dat geen enkele speler in België zo'n afscheid heeft kunnen afdwingen.door Jacques Sys,