Toen ik op de lagere school zat, mocht ik elke middag bij jou en oma komen eten. Van de klas tot aan jullie voordeur moest ik maar twee minuten stappen. Oma maakte dan vaak patatjes met kipfilet en appelmoes. Na het eten manilden ( kaartspel, nvdr) wij met ons tweeën. Of vogelpikten we in de garage. In het eerste was jij beter. In het tweede droogde ik jou af - laat ons eerlijk zijn.
...

Toen ik op de lagere school zat, mocht ik elke middag bij jou en oma komen eten. Van de klas tot aan jullie voordeur moest ik maar twee minuten stappen. Oma maakte dan vaak patatjes met kipfilet en appelmoes. Na het eten manilden ( kaartspel, nvdr) wij met ons tweeën. Of vogelpikten we in de garage. In het eerste was jij beter. In het tweede droogde ik jou af - laat ons eerlijk zijn. Op één vlak zal ik je nooit kunnen verslaan: mijn vuisten zullen nooit zo gigantisch worden als de jouwe. Je toont ze graag. 'Dat zijn nogal eens kastaars, hé', zeg je dan. Als ploegmaatjes vroeger goedendag kwamen zeggen, sloeg je ook al graag eens lachend met jouw vuist op de hunne. Toen ik bij de U13 van Excelsior Moeskroen speelde, stond jij me elke dag na schooltijd op te wachten met je auto. Jij bracht me naar iedere training. Ettelijke uren spendeerden we samen in de wagen. Onderweg stopte je me dan een drankje toe - vaak een vers geperst appelsiensapje. 'Hier, drink maar, zodat je straks goed kunt trainen.' En toen ik al iets ouder was en bij Club Brugge speelde, deed je er wat supplementen in. 'Om sterker te worden.' Op de terugweg vertelde je wat ik goed gedaan had en somde je ook op wat minder geweest was. Tot ik zei: ' Allez pepe, niet overdrijven, hé. ' Dan zweeg je. Maar echt streng ben je nooit geweest. Je kan niet boos zijn, denk ik. Al jaar en dag knipt oma alle artikels uit die over mij verschijnen. Dózen vol heeft ze intussen. Maar jij bent pas écht bezeten door het voetbal. Toen ik je drie maanden geleden voor het eerst ons zoontje Jerome kwam tonen, was je ongelooflijk fier. Maar na één minuut begon je weer over het voetbal, zoals altijd. 'Ben je gaan trainen?' 'Hoe was het op de training?' Je kan het niet loslaten. Soms moet ik zelfs zeggen: 'Wees eens rustig over dat voetbal, pepe.' Naar de wedstrijden kan je door je gezondheid niet meer komen. Je zou in het stadion ook te veel stress krijgen. Maar je volgt iedere match op tv. Enfin, toch als ik op het veld sta. Wanneer ik vervangen word, zet je de tv af en ga je boos slapen. De laatste maanden moesten we je door een paar tromboses enkele keren naar het ziekenhuis brengen. Gelukkig was je telkens snel terug thuis. Blijf in deze coronatijden nu maar even binnen, bij oma. En dank je wel voor alle tijd die je voor mij hebt genomen en voor de auto's die je voor mij hebt versleten. Het heeft geloond. Vuistje,