Vandaag brengt Sport/Voetbalmagazine een jongerenspecial, een nummer waarin de grote artikels op de jeugd gericht zijn. We trokken aan de mouw van enkele tieneridolen en vroegen hen de kleren van het lijf, om te weten te komen wat je precies moet doen en laten om ooit zo ver te raken als zij.
...

Vandaag brengt Sport/Voetbalmagazine een jongerenspecial, een nummer waarin de grote artikels op de jeugd gericht zijn. We trokken aan de mouw van enkele tieneridolen en vroegen hen de kleren van het lijf, om te weten te komen wat je precies moet doen en laten om ooit zo ver te raken als zij. De baas fluisterde me dan ook in dat ik, als jongste snotneus van de redactie, de intro voor deze editie zou schrijven. Ik zal je eerlijk verklappen, Tom, dat ik lang heb zitten nadenken over hoe ik dat zou doen. Ik wou iets meegeven aan de jongeren. Een boodschap. Maar toen hoorde ik het over jou. Jij, de getalenteerde keeper van de knapen van Cercle Brugge. Jij die anderhalve week geleden nog de match van je leven keepte tegen Dender. 0-0, een punt dankzij jou. 's Avonds lag je op de achterbank van de auto te slapen. Papa aan het stuur, mama ernaast. Plots die klap. De sirenes. Het ziekenhuis. Niks meer. Ik slikte even, Tom. Voor jou maakte het plots niks meer uit wat ik zou schrijven. Want jij wordt vandaag begraven. Dat klinkt te hard. Keepers van dertien horen niet te sterven. Ik moet over Tom schrijven, dacht ik toen. Kan ik dat wel maken ? Zo donker, zo triest. Nee. Maar wat dan met zijn vrienden, de klasgenoten, ploegmakkers, trainers, familie, omgeving ? Zij zijn dat guitige, altijd lachende gezichtje kwijt, kunnen er niet voor kiezen om de andere kant op te kijken. Zie me hier nu zitten. Ik die het over uitgaan wou hebben, over boenken, zoals dat tegenwoordig heet. En over jumpen. Jij had het niet in je om een fuifbeest te worden, hoorde ik. Maar misschien zouden ze gekomen zijn, die kriebels om in een rokerig, donker zaaltje te dansen op goede muziek. Pintje drinken, lonken naar dat meisje aan de toog. Of zij naar jou, want je was populair. Ik wou zeggen dat een jongen die profvoetballer wil worden, nee moet kunnen zeggen als zijn vrienden vragen om een stapje in de wereld te zetten. Vaker dan leuk is. Niet gemakkelijk, want je weet nog niet hoe het voelt als een heel stadion je naam scandeert na een wereldsave. Pas dan ervaar je dat het al de opofferingen waard was. Plots hoefde die boodschap niet meer voor jou. Mensen die achter je doel stonden bij die laatste match, kregen een krop in de keel toen ze me vertelden hoe ze je nog zien vliegen voor hun ogen. Vliegen, zo zeiden ze dat, Tom. Fier als een gieter was je achteraf. En vanonder de schouderklopjes vertelde je dat het dankzij Cédric was dat je zo'n prestatie had neergezet, je collega-keeper met wie je een beurtrol had om in doel te staan. Hij had je goed opgewarmd, zei je. Zo'n uitspraak typeerde je. Je was een ploegspeler. Als het minder ging, pepte je de anderen op. Positieve gast. Gemanierd, beleefd. We trokken voor dit nummer met jongens als jij naar hun idool, Tom. Weet je wat dé boodschap was die je leeftijdsgenoten te horen kregen ? 'Heb plezier ! Tijdens de training, tijdens de match.' Gelukkig kende jij die les al. Jij was een werker, haspelde thuis de oefeningen voor je lenigheid en buikspieren plichtsgetrouw af, toonde een discipline waaraan de rest een voorbeeld mocht nemen en kon je enorm concentreren voor een match. Maar je had ook dat speelse in je. Pakte op training wel eens met iets onbesuisds uit. En tijdens een wedstrijd, na een goede redding, verraadde de twinkeling in je ogen dat je voldoening schepte in wat je deed. Zoals het hoort. Nu jij wolken vangt in plaats van ballen, wint de boodschap van die grote spelers nog aan kracht, krijgt ze een extra dimensie. Eén die je voor elk van ons kan doortrekken, oud én jong, eender wat onze uitlaatklep is. Een betekenis waar we niet constant aan mogen denken, om onszelf niet gek te maken. Maar vandaag even wel. Voetballende kinderen mogen nog niet als profs behandeld worden. Zeker zij moeten zich op de groene mat in de eerste plaats rot amuseren, elke keer weer, alsof ze die bal nadien nooit meer een lel zullen mogen geven. Simpelweg omdat het altijd écht de laatste keer kan zijn. S door KRISTOF DE RYCK