N enad Stojanovic : "Na de moeilijke periode bij Genk had ik nood aan verse lucht. Plots en totaal onverwacht bleek er bij de Limburgse club geen vertrouwen meer in mij en kreeg ik geen speelkansen meer. Ik vind het nog altijd onbegrijpelijk, maar toen mijn vroegere club eerst Ivan Bosnjak en daarna Goran Ljubojevic aantrok, was het alsmaar duidelijker dat ik er niet veel kansen meer zou krijgen. Ik had natuurlijk nog twee jaar rustig mijn geld kunnen opstrijken, maar ik wilde echt spelen. Toen duidelijk was dat ik uit de gratie van Hugo Broos was gevallen, namen Lokeren, Zulte Waregem en Germinal Beerschot contact op, maar ik was onmiddellijk gecharmeerd van de visie van Johan Vermeersch. Hij is ambitieus en weet waar hij naartoe wil. Bovendien wilde trainer Albert Cartier me absoluut bij de groe...

N enad Stojanovic : "Na de moeilijke periode bij Genk had ik nood aan verse lucht. Plots en totaal onverwacht bleek er bij de Limburgse club geen vertrouwen meer in mij en kreeg ik geen speelkansen meer. Ik vind het nog altijd onbegrijpelijk, maar toen mijn vroegere club eerst Ivan Bosnjak en daarna Goran Ljubojevic aantrok, was het alsmaar duidelijker dat ik er niet veel kansen meer zou krijgen. Ik had natuurlijk nog twee jaar rustig mijn geld kunnen opstrijken, maar ik wilde echt spelen. Toen duidelijk was dat ik uit de gratie van Hugo Broos was gevallen, namen Lokeren, Zulte Waregem en Germinal Beerschot contact op, maar ik was onmiddellijk gecharmeerd van de visie van Johan Vermeersch. Hij is ambitieus en weet waar hij naartoe wil. Bovendien wilde trainer Albert Cartier me absoluut bij de groep hebben. Voor mij is dat zeer belangrijk. Dat ik een contract kon tekenen voor drie jaar geeft aan dat ze veel van me verwachten. Ik polste ook mijn vriend Igor De Camargo en hij wees me erop welke ideale springplank de Brusselse club voor hem was geweest. FC Brussels ademt een bepaalde stijl waarin jeugdig enthousiasme en werkkracht centraal staan. Die waarden ken ik goed. Met het kleine Leotar Trebinje behaalde ik ooit een louter op enthousiasme en collectieve inzet gestoelde landstitel in Bosnië-Herzegovina. Dat seizoen scoorde ik in de beker en de competitie samen liefst 33 keer. Daarom draag ik nu het shirt met rugnummer 33. Het liep toen zo goed dat ik door een keuze voor de Bosnische nationaliteit in de nationale ploeg van Bosnië-Herzegovina had kunnen spelen, maar ik heb dat uiteindelijk geweigerd, omdat het politiek nog steeds gevoelig ligt. Ik wilde mijn Servische roots niet verloochenen. "Bij Brussels werd ik goed onthaald. Ik weet dat ik het bij mijn debuut tegen Germinal Beerschot niet zo best deed. Daarom heb ik mij nadien op training dubbel geplooid. Maar dat moet eigenlijk altijd. Ik voel me hier bevrijd, want ik krijg krediet. Wie uit vorm is, kan uiteraard naast de ploeg vallen. Terecht. Maar bij Genk moest ik ook na een goede prestatie vaak op de bank plaatsnemen. Dat begreep ik niet zo goed. Genk is een ploeg die vaak het spel controleert en daardoor veel kansen krijgt. Als een spits een kans mist, weet hij dat er nog zullen komen. FC Brussels moet het meer hebben van een uitstekende organisatie, van een sterke balrecuperatie, van geduld en van de nodige koelbloedigheid om het geringste foutje van de tegenstander uit te buiten. Goals maken is voor mij echter geen obsessie. Alleen winnen telt. Het belangrijkste is dat de spitsen elkaar goed vinden. Hoewel ik graag als zwervende spits speel, zal de kleinere Dieudonné Kalulika hier normaal rond mij draaien, terwijl ik door mijn lengte ( 1.89 meter, nvdr) meer de klassieke diepe spits ben. "Ik stel de dialoog met Albert Cartier enorm op prijs. Wat een verschil met Hugo Broos, die nooit met de spelers communiceerde. Maar over hem wil ik niet te veel zeggen. Die eer gun ik hem niet. Eigenlijk was hij bij de Limburgse club mijn enige probleem. Maar hoe kan men goed doen voor iemand als die niet zegt wat hij precies verlangt ? Als hij me nodig had, leek het of ik belangrijk was. Maar als het hem goed uitkwam, vertelde hij ook dat ik vermoeid was door de schuld van mijn anderhalf jaar oude tweelingdochtertjes Tea en Mia. Te gek om los te lopen ! "Wellicht was ik wat te braaf, zoals Bob Peeters heeft laten verstaan. Onder René Vandereycken was alles nochtans schitterend begonnen. Ik ben bij Genk beland in januari 2005 en Vandereycken integreerde me geleidelijk in de groep. Hij communiceerde wel erg goed. Als ik aan de befaamde barragewedstrijden voor de derde plaats tegen Standard terugdenk, krijg ik nog kippenvel. Vooraan liep het uitstekend tussen mij, Kevin Vandenbergh en Paul Kpaka. Na zo'n sterk seizoen vond ik het heel eigenaardig dat Vandereycken moest opstappen, maar wie ben ik om daarover uitspraken te doen ? "Ik hield van de Limburgse rust, maar ben toch in de Brusselse voorstad komen wonen. Zo ben ik snel thuis en kan ik mijn vrouw Jelena (22) helpen met de opvang van de tweeling. Uiteraard heb ook ik met belangstelling de wedstrijd Servië-België gevolgd. Het was duidelijk dat Servië na de verjonging die bondscoach Javier Clemente doorvoerde nog werk aan de winkel heeft. Maar rond de ervaren Dejan Stankovic kan er iets moois groeien. Zeker als je ziet dat Nikola Zigic zich steeds duidelijker ontpopt tot een enorme troef. Nadat hij al de ban brak tegen Azerbeidzjan deed hij dat tegen België nog eens over. Klasse." PIERRE BILIC