Doelmannen. Ze hebben ons altijd gefascineerd. Gordon Banks, Sepp Maier, Christian Piot en... Tony Goossens. Hij was de eerste die we, op een zachte herfstavond in 1971, in levende lijve aan het werk zagen. Dat was in Berchem Sport-Lierse, op het Rooi, geëindigd in een spectaculaire 3-3. Ook al brachten we een deel van onze kindertijd in Anderlecht door, voor paars-wit gaan supporteren leek ons iets te makkelijk. Dus werd het Berchem Sport, waar we onze eerste twee levensjaren doorbrachten, vlakbij het Rooi.
...

Doelmannen. Ze hebben ons altijd gefascineerd. Gordon Banks, Sepp Maier, Christian Piot en... Tony Goossens. Hij was de eerste die we, op een zachte herfstavond in 1971, in levende lijve aan het werk zagen. Dat was in Berchem Sport-Lierse, op het Rooi, geëindigd in een spectaculaire 3-3. Ook al brachten we een deel van onze kindertijd in Anderlecht door, voor paars-wit gaan supporteren leek ons iets te makkelijk. Dus werd het Berchem Sport, waar we onze eerste twee levensjaren doorbrachten, vlakbij het Rooi. Tien jaar later keerden we er terug als vurige supporter van geel-zwart. Een zitplaats in de grote tribune kostte 250 frank, een hot-dog twintig frank. Dat waren nog eens tijden. Tony Goossens vormde het betrouwbare sluitstuk van het grote Berchem uit die tijd. Ludo Coeck was net verkocht aan Anderlecht, maar de ploeg die op het veld stond mocht gezien worden : Jan Corremans, Ronny De Beuckelaer, Jim De Schrijver, Mike Kear, Danny Koekelkoren, Paul Schellens, Roger Busschots, Walter Rodenkamp, Adri Versluys, Pierre Van Staay en Ludo Verjans. Allicht vergeten we er nog een paar, maar één man is ons altijd bijgebleven : Tony Goossens. Goossens : "Mijn sterkste punt waren de strafschoppen. Lambert, Lozano en Rensenbrink, om er maar die drie te noemen, kregen van op de stip geen bal binnen tegen mij. Nochtans was ik niet zo sterk op mijn lijn en was ik vaak geklopt op lage ballen in de hoek. Uitkomen en vooral hoge ballen, daar moest ik het van hebben. Misschien had ik het ook wel als aanvaller kunnen maken. Voor een bekerwedstrijd in de kwartfinales tegen het grote Standard zette trainer Beres mij na een halfuur op de rechtsbuiten, nadat één van onze aanvallers geblesseerd was uitgevallen. Zo kwam ik tegen Jean Thissen te staan. Wij speelden toen nog in tweede klasse en wonnen met 2-0. Nee, ik scoorde niet. Voor eerste klasse kwam ik als aanvaller allicht te kort, maar in derde bijvoorbeeld had ik wel mijn plan getrokken." "Berchem speelde in 1971/72 een fantastisch seizoen. We waren kampioen geworden in tweede klasse en de ploeg was nauwelijks versterkt. Integendeel, Coeck was vertrokken. Wij vormden een elftal dat mooi voetbal wilde brengen en met een trainer als Rik Coppens slaagden we daar ook in. Ondanks dat fantastisch jaar, waarin we achtste werden, bleven we de derde club van 't stad. Zeker qua publieke belangstelling konden we niet tippen aan Antwerp en Beerschot. Berchem was de rand, waar vooral de gegoede burgerij woonde en die zakte nu eenmaal niet massaal af naar het stadion. Zelfs voor toppers tegen Anderlecht, Brugge en Standard kwam er nooit meer dan 12.000 man, terwijl er toch plaats was voor 14.000. Toch kwamen die ploegen niet graag naar het Rooi dat seizoen. Zelden namen ze de twee punten mee terug naar huis. "Later is het met Berchem Sport serieus bergaf gegaan. Ik ben beginnen werken als zelfstandig kantoorhouder van een bank in Niel. Ik kon mijn job goed aan het voetbal aanpassen. Ook in mijn Anderlechtperiode viel het goed te combineren. Ik zat er veel op de bank, maar dat wist ik vooraf. Iemand als Jacky Munaron speel je zomaar niet uit de ploeg. Ik wilde echt weg bij Berchem omdat ik het spelen tegen de degradatie beu was en bij Anderelcht een behoorlijk contract kreeg. Spelen deed ik echter nooit. Geen seconde in de eerste ploeg. "Eén keer was ik er nochtans dicht bij; voor de wedstrijd op Lokeren kwam ik in aanmerking. Helaas, een interview met dit blad is mij toen heel slecht bekomen. Ik had daarin nogal wat kritiek geuit over het gebrek aan communicatie bij trainer Paul Van Himst. Toen moest ik helemaal niet meer op een plaats in het eerste elftal rekenen en is Dirk Vekeman gekomen. Ik ben dan nog voor twee jaar naar Antwerp gegaan, waar ik meer aan spelen toekwam. In de bank maakte ik intussen ook carrière en kreeg ik de job van kantoorhouder in Hoboken aangeboden. Het grootste kantoor uit de hele regio. Maar sinds de bank van naam veranderde en het voor de kantoorhouders niet meer zo aantrekkelijk is, ben ik met pre-pensioen. Voor mij was dat de beste oplossing en ik heb het mij nog geen seconde beklaagd." "Ik kan niet stilzitten. Ik zit meer op mijn fiets dan ik thuis ben. Tochten van 150 kilometer schrikken mij niet af. Toen je mij belde voor dit interview, had ik net het parcours van de Grote Prijs Rik Van Steenbergen afgelegd ( Goossens woont in Aartselaar, nvdr). Ook tijdens mijn vakanties kan ik niet zonder de fiets. De cols in de Alpen en de Pyreneeën, ik heb ze allemaal beklommen. Werkelijk indrukwekkend. "Ja, ik ben er echt aan verslaafd. Als ik iets doe, wil ik het ook goed doen. Dat was ook zo bij het tennissen. Op een bepaald moment had ik een vrij aardig klassement, maar toen ik ondervond dat ik niet hoger meer kon, ben ik gestopt. Er moest ook altijd strijd zijn. Ik was nooit een slechte verliezer, maar ik wilde me in een wedstrijd wel de evenknie van mijn tegenstander voelen."door Stefan Van Loock