Voor het eerst in mijn carrière was ik virtueel ontslagen. Dat waren de woorden van Stijn Vreven na de 4-2 tegen Eupen. Dat virtuele moment was er toen Eric Ocansey in de 57e minuut de bezoekers op voorsprong bracht (1-2). In de zak van de voorzitter biepte toen herhaaldelijk de gsm en stroomden de berichtjes binnen. Een club die verwikkeld zit in een strijd om te overleven, steunt op pilaren die in tijden van stress soms zeer impulsief reageren. Gelukkig voor Vreven bleef het ontslag bij 'virtueel', want Waasland-Beveren zette binnen het kwartier de scheve situatie recht.
...

Voor het eerst in mijn carrière was ik virtueel ontslagen. Dat waren de woorden van Stijn Vreven na de 4-2 tegen Eupen. Dat virtuele moment was er toen Eric Ocansey in de 57e minuut de bezoekers op voorsprong bracht (1-2). In de zak van de voorzitter biepte toen herhaaldelijk de gsm en stroomden de berichtjes binnen. Een club die verwikkeld zit in een strijd om te overleven, steunt op pilaren die in tijden van stress soms zeer impulsief reageren. Gelukkig voor Vreven bleef het ontslag bij 'virtueel', want Waasland-Beveren zette binnen het kwartier de scheve situatie recht. De Limburger wist achteraf goed wat hij zei. Anders dan na de nederlaag in Westerlo, toen de voorzitter zonder vooraf mensen van zijn bestuur te consulteren in de bres sprong voor zijn trainer en voor de camera zijn vertrouwen uitsprak, zou een nieuwe nederlaag niet tot dezelfde geste hebben geleid. Nu zou de voorzitter wél een interne consultatieronde hebben gehouden en rolde allicht het hoofd van de Limburger. Na de nederlaag in Westerlo stroomden immers al kandidaturen van opvolgers bij de club binnen. Een reeks namen werden voorgesteld, uit binnen- en buitenland. Zelfs verrassende namen. De voorzitter nam er akte van en dacht erover na welk profiel eventueel bij de ploeg zou passen, mocht het verkeerd gaan. De ommekeer tegen Eupen kwam er, toeval of niet, na het inbrengen van een tweede spits, de Zweed Ronnie Schwartz, ten koste van een flankspeler, Olivier Myny. Tien minuten later had de thuisploeg drie keer gescoord. Het is intern al weken onderwerp van gesprek: of het systeem niet aan verandering onderhevig was. Per uitbreiding iets waarmee wel vaker hoofdcoaches in de problemen worden geconfronteerd tijdens interne discussies. In hoeverre moet je afstappen van je idee en wat anders uitproberen? En vooral: wanneer? Stijn Vreven is rigide, hij geeft het zelf toe. Twee dagen voor Eupen: 'Natuurlijk heb ik een eigen mening en een eigen filosofie, dat heeft me in zeven jaar als coach geen windeieren gelegd. Ik ben, als hoofdcoach, ook de enige die wordt afgerekend op de resultaten. Dat ik met die filosofie aan de gang wil, lijkt me duidelijk.' Het is voor de spelers ook het makkelijkst. Zo spelen we, dat zijn de taken. In balbezit zijn er twee spitsen en twee flankaanvallers, mogen zeven spelers aanvallend denken en staan er drie paraat als restverdediging, om de counter eruit te halen. Bij balverlies is het ook duidelijk: ieder zijn taak, de tweede spits die onder de eerste zakt en een man krijgt toegewezen. Alleen zo kan de organisatie goed staan. Dat was meestal ook zo, op een paar wedstrijden na. Voor de rust in Oostende, thuis tegen Zulte Waregem, na de rust op STVV. Vreven: 'Onze organisatie is goed, ik ben tevreden, we zijn veel stabieler dan vorig jaar.' Hoe kom je dan op een gegeven moment toch laatste te staan? Door individuele fouten en weinig scorend vermogen. Een gebrek aan onderlinge coaching ook, en een gebrek aan bravoure. Toen Hein Vanhaezebrouck op speeldag 1 Waasland-Beveren vrijuit zag voetballen op Charleroi, loofde hij achteraf het team. Twee maanden later was dat helemaal weg en bleven over: strijdlust en verkramptheid, met niet alle zeven die zich nog voluit durfden te gooien in de strijd. En dan begint de discussie of het niet anders moet. Op de tribunes, maar ook intern, want Waasland-Beveren is een rumoerige club. Sinds juli 2012 terug in eerste klasse en met Vreven al aan zijn zesde trainer toe. Vorig seizoen een nieuwe voorzitter, een nieuwe trainer, een nieuwe staf zelfs. Een staf waarin het intern wrong, Vreven en zijn secondant versus de rest. Ze vonden hem een angstige trainer, weinig open voor suggesties, niet goed wetende hoeveel steun hij aan zijn voorzitter en zijn bestuur zou hebben, nieuw in eerste klasse ook. Het botste vaak, zeker toen het op het einde nipt werd. Daarom werd na het seizoen ingegrepen en werd de staf vernieuwd. Niet omdat men niet tevreden was over het werk of het karakter van de mensen op zich, wel omdat de werking niet leefbaar was. Bleef alles zoals het was, dan kreeg je dit seizoen hetzelfde. Het sorteerde effect, er wordt nu veel meer open gediscussieerd over alles. Ook over alternatieven, want een visie, één duidelijk systeem, heeft ook nadelen. Niet alleen de eigen ploeg kan het lezen, ook de tegenstander. Met name STVV had zijn pionnen zeer goed op die van de bezoekers ingesteld. Vandaar de interne discussie, nu al een paar weken, of er niet gevarieerd moet worden. Voorzitter of technisch directeur, ze staan bij elke training langs de kant om de polsslag te voelen. Op vrijdag is er overleg over de strategie in het weekend. De technisch directeur, tot voor kort deeltijds, is nu voltijds aan de slag, alles wordt van veel dichterbij opgevolgd. Zij zien wat ze zien op het oefenveld. Dat het niet op is tussen coach en spelers, dat die nog geregeld een speler hard aanpakt, maar dat die speler vervolgens in de reactie wel ontploft en de dingen die worden gevraagd wél uitvoert. Maar ze horen anderen morren, zij die moeilijk in de basis geraken, zeker als de resultaten niet volgen. En ze zien ook hoe het verschil bij onderlinge partijtjes tussen ploeg A en ploeg B miniem is. Dan krijg je snel de neiging om eens wat anders te doen. Er is vergeleken met vorig seizoen een en ander veranderd. Langil, op papier de beste speler, is weg. Moulin, in de praktijk de beste, ook. Vreven stipte voor Eupen nog het belang aan van een derde vertrekker: Gary Coulibaly. Vorig seizoen gehaald als 6, maar uiteindelijk achterin geposteerd, vanwege de hoge nood. Niet de meest wendbare verdediger, maar wat je noemt het verlengstuk van de coach. Sterke stem in de kleedkamer, iemand die de jongeren op de vingers durfde tikken, op het veld de juiste dingen zei en de rust bewaarde. Zijn vertrek heeft een leemte nagelaten. Waasland-Beveren wilde hem houden, deed hem ook een aanbieding. De Fransman zag daar evenwel geen heil in en vertrok. Wat kwam heeft talent, maar is nog niet af. Het is de politiek van de club: jongeren kansen geven, verder opleiden, resultaten halen en hen daarna doorverkopen om de balans in evenwicht te houden. Daarom ook de keuze voor een coach die er kort op zit, die hen kan pushen. Vreven weet wat het is, bouwen. Na een valabel eerste jaar bij Lommel voegde hij drie meerwaardespelers aan de kern toe en werd hij vicekampioen. In Beveren is het anders, was het vorige zomer weer herbeginnen. Vreven: 'Dat is een uitdaging, maar soms mag die uitdaging iets kleiner zijn.' En zoals gezegd: die uitdaging ligt ook bij de coach. Accepteren, of niet, dat met de nieuwe spelers die je hebt, het systeem misschien niet werkt als de resultaten niet volgen. Openstaan, of niet, voor wat anders. Een middenveld in ruit, twee spitsen, 4-4-2, onder welke vorm dan ook? Of blijven vasthouden aan je 4-3-3, waarbij je tweede aanvaller graag diep terugzakt om de bal te voelen, je flankspelers niet altijd in staat zijn om voorzetten te geven en er dus weinig wordt gescoord? Binnen de club gaan steeds meer stemmen op om het eens anders te proberen, eventueel in een oefenwedstrijd tijdens de interlandbreak. De trainer aarzelt nog. Er is kwaliteit genoeg en het systeem voldoet, het gaat om grinta. Durven voluit te gaan. Als 7 of 11 bij een voorzet aan de tweede paal in scorepositie willen komen, telkens weer. Dat kost kracht, fysiek én mentaal. Je potentieel volledig realiseren, niet half. Veel meer honger hebben om goals te maken. Elke dag hamert Vreven daarop, afwisselend lief tot zeer lief en dan weer hard tot heel hard. Op training staat hij ertussen en grijpt hij hen direct bij het vel. Tijdens wedstrijden is de afstand soms groot en is het hopen dat ze het op een gegeven moment oppikken. Vreven: 'Op termijn gaan dat allemaal goeie spelers worden. Op termijn. Maar ik heb niet de tijd om op termijn te denken, ik moet het gisteren doen. Liefst. Of als het kan vandaag.' Het is ook geen probleem van Waasland-Beveren alleen, zegt hij. 'Ik heb Anderlecht-Westerlo ook gezien. Die mannen hebben wél ervaring, metier én persoonlijkheid en verliezen toch van Westerlo thuis. Het is een probleem van de dag van vandaag. En daar hebben alle trainers mee te maken, het is de maatschappij van de dag.' Met andere woorden: veranderen van tactiek is in zijn ogen niet nodig. Vreven: 'We zijn stabieler dan vorig jaar. De ene week dit, de andere dat, daar hou ik niet van. Afspraken moeten bij ons superduidelijk zijn, want als we dat niet doen, komen we tekort. Wij hebben een strakke organisatie nodig.' DOOR PETER T'KINT - FOTO'S BELGAIMAGE'De ene week dit, de andere dat, daar hou ik niet van. Afspraken moeten bij ons super duidelijk zijn.' STIJN VREVEN Binnen de club gaan steeds meer stemmen op om het eens anders te proberen.