'Ha, uit België? Er hangt hier een portret van jullie koning', zegt een kenner wanneer de Belgische bezoekers de Heilig Grafkerk betreden. Dat klopt slechts ten dele. Het gaat niet om Boudewijn I maar om een in steen uitgehouwen portret van Godfried van Bouillon, een van de legeraanvoerders van de Eerste Kruistocht, die in 1098 Jeruzalem innam.
...

'Ha, uit België? Er hangt hier een portret van jullie koning', zegt een kenner wanneer de Belgische bezoekers de Heilig Grafkerk betreden. Dat klopt slechts ten dele. Het gaat niet om Boudewijn I maar om een in steen uitgehouwen portret van Godfried van Bouillon, een van de legeraanvoerders van de Eerste Kruistocht, die in 1098 Jeruzalem innam. De rit vanuit Tel Aviv was verward, gsm of gps bestonden nog niet. Wanneer gastheer en chauffeur Peter Kerremans een afslag mist, volgt een lichte vorm van paniek. Ineens zit de auto met een gele Israëlische nummerplaat in een dichtbevolkte wijk vast tussen muilezels, verbaasd kijkende mannen met keffiyehs en aanschuivende auto's met een blauwe Palestijnse nummerplaat. Bij het plannen van het bezoek aan Jeruzalem en Bethlehem had de Belgische doelman zijn gasten gerustgesteld: 'Niet bang zijn. Een vriend van me zal zijn revolver meenemen.' Maar die vriend is er niet bij, en maar goed ook. Wanneer men hoort dat de verkeerd gereden wagen enkel Europeanen bevat, op zoek naar het graf van Christus, komt alles goed. In Betlehem kijkt Kerremans, een flamboyante kerel die zich overal thuis voelt, toch enigszins ongerust wanneer hij ziet dat op alle huizen rond het geboortehuis van Christus tot de tanden gewapende soldaten zitten. Hij geeft toe dat hij, hoewel niet erg gelovig, sinds hij hier is geregeld door de Bijbel bladert en graag religieuze discussies voert met Joden. Vrienden die hem voorheen kenden, moeten die zin twee keer lezen voor ze geloven wat er staat. Het was voor Kerremans even schrikken toen hij voor het eerst de kleedkamer binnen stapte bij zijn nieuwe club, Hapoel Tel Aviv. Zijn ploegmaats komen recht van de kazerne, in uniform, en hangen bij het omkleden nonchalant hun geweer aan de kapstok om hun voetbalschoenen aan te trekken. De normaalste zaak van de wereld in een land waar op dat moment elke jongen drie en elk meisje twee jaar verplichte legerdienst vervult. Een jaar eerder werd Tel Aviv tijdens de Eerste Golfoorlog met raketten bestookt. Net dat jaar gingen ook de grenzen voor buitenlandse voetballers open. Meestal spelers uit Oost-Europa, en dit keer uitzonderlijk een Belg. Kerremans heeft het aanvankelijk naar zijn zin. Hij is een goeie keeper, al kan hij tijdens ons bezoek een blamage in de topper tegen stadsrivaal Maccabi niet verhinderen. Na de wedstrijd zijn de spelers en hun gasten uitgenodigd in het spelershome. De stilte is er ijzig, niemand durft na zo'n pandoering een woord te zeggen. Na een halfuur verlaten we opgelucht het stadion, de straat op. Kerremans belandde in zijn carrière van het ene Beerschot in het andere, alsof hij een neus had voor clubs in de problemen. Nochtans kreeg hij bij de nationale jeugdselecties als doelman vaak de voorkeur op Gilbert Bodart, Dany Verlinden en Philippe Vande Walle. Op zijn negentiende wilde iedereen de keeper van Boom, maar die koos voor een langzame opgang én de centen van toenmalig tweedeklasser Seraing, dat ook Nico Claesen en Jules Bocandé haalde. Als jonge snaak vond hij zijn weg in Luik, waar hij nog steeds woont. Seraing promoveerde, maar geraakte vervolgens in de schulden. Bij de keuze tussen Beerschot en Club Liégeois meende de doelman met de Antwerpse eersteklasser meer kans te maken op Europees voetbal. Opnieuw verkeerd gegokt. Terwijl Robert Waseige de Luikenaars omvormde van een degradatiekandidaat tot een club die geregeld Europees speelde, geraakte Beerschot, dat hem hemel en aarde had beloofd, financieel in vieze papieren. Toen Kerremans het voor zijn jongere en al maanden niet betaalde ploegmaats opnam, werd hem dat kwalijk genomen door de fans en voorzitter Paul Nagels. Met de Bijbel werd het niets. Kerremans keerde al na een jaar terug naar België en gleed verder af op de sportieve ladder. In 2020 ging hij aan de slag als teammanager bij de reïncarnatie van zijn oude liefde Seraing, dat wat later naar 1B zou promoveren.