MAXIME CHANOT: 'Ik ben hyperactief, zéér hyperactief, en eigenlijk is het enige wat mij daarbij helpt mezelf afmatten. In mijn eerste seizoen bij Kortrijk ging ik elke dag naar Fitness De Kaai. Nu wissel ik dat af met lopen. Maar thuis sla ik nog altijd elke avond op mijn bokszak. Enkele maanden geleden ben ik verhuisd omdat mijn buren er gek van werden. Lang stilzitten, is iets wat ik absoluut niet kan. Vorig seizoen ben ik aan de universiteit van Rijsel Duits beginnen studeren, omdat het de taal is die het meest verwant is met het Luxemburgs dat bij de nationale ploeg wordt gesproken. Dat was twee keer per week drie uur, maar tijdens de eerste les ben ik na één uur al vertrokken. Ik wist meteen weer waarom ik vroeger op school niet kon aarden. In september ben ik nog eens met mijn vrouw naar de cinema geweest, maar na een uur zei ik: 'Kom, we zijn weg.' Ik ben thuisgekomen, heb mijn sportschoenen aangetrokken en ben gaan lopen. Voor de mensen rond mij is dat heel moeilijk om mee om te gaan, voor mezelf is het heel moeilijk geweest om een evenwicht te vinden. Toen ik vijf was, overleed mijn vader; en zonder vader kende ik een heel moeilijke jeugd en een heel moeilijke adolescentie. Het voetbal, mijn vrouw en mijn geloof redden mij.'
...

MAXIME CHANOT: 'Ik ben hyperactief, zéér hyperactief, en eigenlijk is het enige wat mij daarbij helpt mezelf afmatten. In mijn eerste seizoen bij Kortrijk ging ik elke dag naar Fitness De Kaai. Nu wissel ik dat af met lopen. Maar thuis sla ik nog altijd elke avond op mijn bokszak. Enkele maanden geleden ben ik verhuisd omdat mijn buren er gek van werden. Lang stilzitten, is iets wat ik absoluut niet kan. Vorig seizoen ben ik aan de universiteit van Rijsel Duits beginnen studeren, omdat het de taal is die het meest verwant is met het Luxemburgs dat bij de nationale ploeg wordt gesproken. Dat was twee keer per week drie uur, maar tijdens de eerste les ben ik na één uur al vertrokken. Ik wist meteen weer waarom ik vroeger op school niet kon aarden. In september ben ik nog eens met mijn vrouw naar de cinema geweest, maar na een uur zei ik: 'Kom, we zijn weg.' Ik ben thuisgekomen, heb mijn sportschoenen aangetrokken en ben gaan lopen. Voor de mensen rond mij is dat heel moeilijk om mee om te gaan, voor mezelf is het heel moeilijk geweest om een evenwicht te vinden. Toen ik vijf was, overleed mijn vader; en zonder vader kende ik een heel moeilijke jeugd en een heel moeilijke adolescentie. Het voetbal, mijn vrouw en mijn geloof redden mij.' 'Als kind was ik een echte jongen. Ik wist wat ik wou, was nogal turbulent en hield wel van een beetje heibel. Nu denk ik: ik miste een vader om mij af en toe op mijn plaats te zetten. In mijn geval desnoods zelfs af en toe met een mep, als woorden niet volstonden. Voor iemand als ik was het een grote handicap om zonder vader op te groeien. Gelukkig hield ik van sport. Dat hielp mij om mijn energie te kanaliseren in een goeie richting. 'Niemand in de familie had iets met sport, maar ik werd door het voetbal aangestoken nadat Frankrijk in 1998 wereldkampioen was geworden. Toen ben ik met vrienden in een klein clubje zelf beginnen te voetballen. Een paar jaar later begon ik ook te boksen. Ik kijk nu zelfs liever naar een goeie bokswedstrijd dan naar een goeie voetbalwedstrijd. Maar voetballen kon ik beter en zeker toen ik tot het centre de préformation van AS Nancy werd toegelaten, veranderde er voor mij veel ten goede. Ik kreeg er de druk van het voetbal en van de coaches, en mijn gedragsproblemen op school verminderden. Want ik werd bang om iets fout te doen en niet te mogen spelen in het weekend. Toch stopte het voor mij op veertien jaar bij AS Nancy, ook omdat ik niet het grootste talent was. Maar gelukkig kreeg ik in het centre de formation van Stade Reims wel een kans. Ik vergeet nooit meer de dag dat ik er ben gaan testen. Mijn moeder zou mij er met de wagen heen brengen, maar ze was ziek en zelf was ik eigenlijk ook een beetje grieperig. Dus zei ik: 'We zullen niet gaan.' Want het was drie uur rijden. Maar zij wou per se dat we toch gingen. Toen zijn we op de autosnelweg bij elk benzinestation moeten stoppen, zo ziek was ze. We zijn er zelfs een keer in slaap gevallen, en pas door de claxon van een camion weer wakker geworden. Daardoor kwamen we te laat. Maar in Reims is de geschiedenis van mijn carrière echt begonnen. Het liet mij ook toe om wat afstand te nemen van mijn vrienden in Nancy. Het eerste seizoen ben ik zelfs maar drie keer naar huis teruggekeerd. Ik besefte dat het voetbal mijn enige kans was om te slagen en mijn toekomst en die van mijn familie te verzekeren, want op school was ik zero. Dat is een ongelooflijke motivatie geweest. 'Maar aanvankelijk kende ik in Reims veel problemen. Ik was toen nog iemand die nood had aan iemand die achter mij stond en die mij hielp om mij goed te voelen. Alles wat tegen mij was, werkte niet. Maar daar had ik een coach die wel van mij hield, maar die mij uitdaagde om mij te laten reageren en dat werkte dus niet. Ik werd enkele keren weggestuurd en kreeg van de voorzitter van het centre zelfs te horen dat het mijn laatste kans was. Mijn moeder wist ervan, want ze kreeg thuis brieven en ik schaamde mij daar tegenover haar voor. Ik was haar blik niet vergeten van toen ze bericht kreeg dat ik weg moest bij Nancy en ik wou deze nieuwe kans niet weer verknallen. Uiteindelijk is dat een keerpunt in mijn carrière geweest. Die coach, Antony Ramel, bracht mij het tweede jaar veel bij. Rigueur, besef van wat professionalisme is. In het derde seizoen, toen ik zestien was, werd ik opgeroepen voor het tweede elftal, dat in vierde klasse uitkwam. Tijdens de opwarming blesseerde de rechtsachter zich en zo mocht ik meteen starten. Een scout van Sheffield United die kwam kijken naar de rechtsachter van Sedan, een speler van Nantes die na een blessure was uitgeleend, merkte mij op en twee weken later tekende ik een profcontract van drie jaar bij een Premier Leagueclub! Ongelooflijk.' 'Maar die stap bleek voor mij veel te groot. En het enige Engels dat ik sprak, was 'good morning', maar door mijn accent begrepen ze zelfs dat niet. Ik wist meteen dat ik voor een calvarietocht stond. Gelukkig kwam ik er een coach als Brian Kidd tegen, die er toen assistent was van Bryan Robson en die nu assistent is bij Manchester City. Hij legde mij uit dat ze wel degelijk in mijn potentieel geloofden en dat ze mij de eerste twee jaar zouden vormen om het derde seizoen met de eerste ploeg mee te kunnen doen. Maar na één jaar bij de U18 kwam er een nieuwe staf en met de nieuwe hoofdcoach, Kevin Blackwell, klikte het niet. En toen ik uitgeleend werd aan vierdeklasser Mansfield verloor ik een beetje het hoofd. In Engeland is zoiets normaal voor jonge spelers, zelfs David Beckham werd ooit uitgeleend, weet ik nu, maar bij mij kwam dat over als: ze willen je niet meer, Maxime. Ik raakte geënerveerd, pakte twee rode kaarten in vijf matchen en na een maand stuurden ze mij al terug. In december werd ik dan voor een maand ter beschikking gesteld van de Schotse eersteklasser Hamilton, om een geblesseerde speler te vervangen. Maar bij mijn debuut daar kregen we al in de eerste minuut een goal tegen door mijn schuld. Ik keerde terug naar de U21 van Sheffield, maar ik begon te twijfelen. Want ik voelde dat ik niet klaar was voor het profniveau. 'Achteraf bekeken, was ik in Engeland veel te veel aan mezelf overgeleverd en miste ik een beetje sérieux. In mijn gastgezin deed ik wat ik wou. Dan ging ik 's avonds nog eens weg, at ik niet zoals het hoorde en in plaats van om tien uur te gaan slapen, speelde ik soms nog tot een gat in de nacht op de console. Van de ene dag op de andere kreeg ik veel geld en ik miste de begeleiding om daarmee te leren omgaan. Mijn enige voorbeelden waren voetballers, ervaren profs als Christian Nadé en David Sommeil die met een Lamborghini op de club aankwamen. Na mijn tweede seizoen kreeg ik van Blackwell te horen dat hij niet meer op mij rekende. Ik testte drie dagen bij Leeds United, dat toen in derde speelde, maar liep er een enkelverstuiking op. Onder invloed van makelaars maakte ik dan de fout mijn contract te ontbinden om transfervrij te zijn. Maar mijn blessure sleepte langer aan dan verwacht en eind augustus zat ik zonder club, zonder inkomen en zonder verzekering. Dat was een groot probleem, want ik stond ook in voor mijn moeder en voor de betaling van de advocatenstudies van mijn vriendin in Montpellier.' 'Toen ben ik mij gaan laten verzorgen in het centrum voor profsporters in de buurt van Bordeaux en daarna kende ik het geluk dat ik een contractje van twee jaar kon tekenen bij Le Mans. Het tweede seizoen verhuurden ze er mij aan Gueugnon. Maar daar waren financiële problemen en vanaf november werden we niet meer betaald. Toch ben ik blijven voortspelen, om belangstelling van een andere club te wekken. Maar in maart brak ik bij een tackle enkele voetbeentjes en kon ik niet meer gaan. Toen is de zwaarste etappe in mijn leven begonnen. 'Drie en een halve maand lang verbleef ik in datzelfde ziekenhuis van het centrum voor profsporters. Ik wilde niet meer horen spreken over voetbal. Mijn moeder schreef mij zelfs in om in september weer te beginnen studeren. Terwijl jongeren met wie ik bij Sheffield in dezelfde ploeg had gespeeld als Kyle Walker en Kyle Naughton 3 à 400.000 euro verdienden, zat ik helemaal aan de grond. Nog altijd zie ik de wanhoop in de ogen van mijn vriendin toen ik haar zei: 'Ik stop met voetballen.' Om niet meer lastiggevallen te worden door makelaars, veranderde ik zelfs van gsm-nummer. Ik wou een normaal leven. Zij is toen in een restaurant gaan werken om haar studies te kunnen blijven betalen. In die tijd woonde ik met haar en met mijn neef in Montpellier in een hele kleine studio waarin alleen een canapé en een tafel stonden. Mijn neef sliep onder de tafel. 'Toen ik uit het ziekenhuis kwam, kon ik nog altijd niet stappen. In het begin ging ik iedere dag naar het strand en dat deed mij goed. Langzaamaan ben ik weer begonnen met bewegen. Eerst een beetje wandelen, dan een beetje basket spelen en ten slotte toch ook weer een beetje lopen. Tot je begint te beseffen: eigenlijk is voetballen het enige wat ik kan, want ik deed nog nooit iets anders. In die periode ben ik gaan klussen als kelner en zelfs als verhuizer. Want ik zweer het je: ik had niets meer!' 'Op een avond eind september was ik nieuwe nummers in mijn gsm aan het steken en vielen mijn ogen opeens op de naam Michel Farin, de voorzitter van White Star Woluwe. Met de jeugd van Sheffield speelde ik ooit een wedstrijd tegen zijn club en toen wisselden we coördinaten uit. Zegt mijn vrouw tegen mij: 'Stuur hem een bericht.' Maar ik dacht: het is al tien uur en die man zal mij niet meer kennen, ik zal hem niet storen. Maar ze drong aan en zei: 'Je hebt het nummer om je problemen op te lossen op zak, wat wil jij eigenlijk nog meer?' Uiteindelijk stuur ik hem toch een sms en belt hij mij vijf minuten later al: White Star was naar tweede gestegen, zocht spelers en hij vroeg of ik geïnteresseerd was. Zo ben ik weer van nul begonnen. 'Bij Woluwe kwam ik terecht in een vuile woning, één die al drie jaar niet meer bewoond was. Er hing zelfs pipi aan de muren! Mijn financiële problemen waren ook niet meteen opgelost. De eerste drie maanden leefde ik niet. Alles wat ik kreeg, gebruikte ik om mensen geleend geld terug te betalen. Om op het internet te geraken, gebruikte ik de wifi van de Quick. Maar ik wist: dit is mijn allerlaatste kans. En op een dag won mijn vrouw een prijs van 2000 euro, omdat ze op de universiteit alweer als primus van 800 studenten was uitgekomen, en gaf ze die aan mij. Daarmee ben ik een frigo gaan kopen. Want... leefde je ooit al eens zonder frigo? Je kunt niets eten! Geen vlees, geen yoghurt, geen melk,... Uiteindelijk is mijn geluk geweest dat ik bij Woluwe Felice Mazzu ben tegengekomen en dat die mij na een tijd een kans en het vertrouwen gaf. Sindsdien zette ik mij overal door, bij Beerschot en bij Kortrijk. Na een enkelbreuk kwam ik sterker terug, via mijn Luxemburgse roots aan moederszijde werd ik international, speelde ik intussen tegen de beste landen ter wereld en scoorde ik zelfs tegen Buffon. 'Telkens ik het veld opga, denk ik aan alles wat ik al meemaakte. Dat sterkt mij in de overtuiging dat niemand mij kan passeren. Het is zoals ze in Engeland zeggen: hard work beats talent. Ik weet wat mijn kwaliteiten zijn. Om het met Hein Vanhaezebrouck uit te leggen: je neemt Chanot om met hem naar de oorlog te gaan en niet om de beslissende pass te geven. Bovendien weet ik dat ik er niet alleen voor sta. Met de hulp van God kom je zelfs de moeilijkste situaties door. Voor wie gelooft, is er altijd een oplossing. Bidden maakt mij sterk. Ik ben ermee begonnen toen ik helemaal aan de grond zat. Op een nacht bracht een verpleegster mij in het ziekenhuis een bijbel en ik ben erin beginnen lezen. Sindsdien doe ik dat iedere avond. Zo vond ik mijn evenwicht en raakte ik op de goede weg. Nu doe ik zowat alles in gebed. Uit dankbaarheid. De beproevingen waarvoor ik werd gesteld, waren nodig om mij te veranderen, om te groeien en om een man te worden. Het geloof was het puzzelstukje dat in mijn leven ontbrak.' DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE - FOTO'S KOEN BAUTERS'Ik miste een vader om mij af en toe op mijn plaats te zetten.' MAXIME CHANOT