Moussa Niakhate speelde zes jaar samen met Obbi Oulare, vijf seizoenen bij Lille en één bij Wasquehal, en is nog altijd met hem bevriend. Ook hij kreeg te horen dat er voor hem geen plaats was in het centre de formation van LOSC. Intussen debuteerde hij als linksback al in de basis van de Franse tweedeklasser Valenciennes FC. We ontmoeten hem tussen twee trainingen in de brasserie van het Grand Hotel tegenover het station. "Ik speelde al bij LOSC toen Obbi er kwam testen", begint hij hun gelijklopend verhaal. "Hij was veel groter en steviger dan alle anderen, fysiek maakte hij toen ook al indruk en dat zou ervoor zorge...

Moussa Niakhate speelde zes jaar samen met Obbi Oulare, vijf seizoenen bij Lille en één bij Wasquehal, en is nog altijd met hem bevriend. Ook hij kreeg te horen dat er voor hem geen plaats was in het centre de formation van LOSC. Intussen debuteerde hij als linksback al in de basis van de Franse tweedeklasser Valenciennes FC. We ontmoeten hem tussen twee trainingen in de brasserie van het Grand Hotel tegenover het station. "Ik speelde al bij LOSC toen Obbi er kwam testen", begint hij hun gelijklopend verhaal. "Hij was veel groter en steviger dan alle anderen, fysiek maakte hij toen ook al indruk en dat zou ervoor zorgen dat hij soms in een hogere leeftijdscategorie werd opgesteld. Maar het laatste jaar sukkelde hij met blessures en speelde hij heel weinig. Als je dan te horen krijgt dat je na vijf jaar moet vertrekken, werkt dat op het moreel. Dan denk je: wat gebeurt er?! Je droomt ervan prof te worden, bent vijftien en geblesseerd en weet niet wat je er te wachten staat." "We waren beiden triest, maar niet ontmoedigd", benadrukt hij. "We keken elkaar in de ogen en zeiden: ons doel is en blijft profvoetballer worden, we zullen alles doen om te laten zien dat Lille zich vergiste. We revolteerden, we wilden wraak nemen. Bij Wasquehal zijn we alle twee begonnen in de B-ploeg van de U17. Maar we voelden er ons bevrijd. Eigenlijk is mijn carrière daar begonnen. Bij LOSC was het constant hameren op wat niet goed was. Bij Wasquehal was het niet zo erg als je miste. Er was veel minder druk. Daar ben ik beginnen te worden wie ik nu ben. Ik was er meer tevreden over mezelf, ik deed heel goeie trainingen, ik was gewoon beter daar. Voor Obbi geldt hetzelfde, denk ik. Bij LOSC voelde hij zich niet vrij en daar verzette hij zich wel eens tegen. Bij Wasquehal maakten we echt de déclic. Ik herinner mij dat Obbi daar op zijn looptechniek trainde om sneller te worden, want toen liep hij anders dan de anderen. Dat deed hij omdat hij wilde slagen. Maar daar maakte ik mij nooit zorgen om, want hij bezit alle kwaliteiten. Hij is groot, indrukwekkend, op zijn gemak aan de bal en zijn vader is profvoetballer geweest en weet wat er nodig is om dat te worden. Indien nodig kan hij hem met de voeten op de grond en op het rechte pad houden. Ik ben helemaal niet verrast door wat er nu met Obbi gebeurt. Bij Club Brugge kreeg hij meteen het onvoorwaardelijke vertrouwen van de trainer en zijn entourage, en van zodra hij zich goed voelt bij een club kan hij openbloeien. Dan is hij op zijn gemak, dan weet hij: als ik een slechte match speel, is het niet erg. Dan behoudt hij het vertrouwen en het geloof dat hij zal slagen." "Waren we bij LOSC gebleven, dan waren we misschien niet geslaagd", besluit Moussa Niakhate. "Misschien is het iets positiefs dat ze ons daar niet meer wilden. Het bracht ons in elk geval revanchegevoel bij en de kracht om hun ongelijk te bewijzen. Misschien is het daarom dat we er nu zo hard voor knokken op het veld. Obbi zei het mij al vaak: c'est un plus. Stel dat we er nog twee of drie jaar waren gebleven, zouden we dan staan waar we nu staan? Misschien moeten we zeggen: merci Lille."