"Café De Meerschblomme ? Nee, ken ik niet. In de Ruggestraat, zegt u. Ah, bij Smetje ! Ja, natuurlijk weet ik waar dat is."
...

"Café De Meerschblomme ? Nee, ken ik niet. In de Ruggestraat, zegt u. Ah, bij Smetje ! Ja, natuurlijk weet ik waar dat is." De weg vragen naar het café dat Philippe Desmet ("Philippe wel degelijk op zijn Frans, hoewel ik het zelf soms ook met 'F' schrijf, hoor") in Avelgem, bij Kortrijk, uitbaat, doe je dus best door de naam van de cafébaas te vermelden. De Meerschblomme is een bloeiende zaak. "Ik heb hier elf clubs", zegt de fiere gerant, die van 1988 tot 1997 in Landen al een sportcentrum openhield. "We zitten met vissen, duiven, een spaarkas, een pronostiekclub met 120 leden ... Ze vergaderen hier allemaal en als ze mij nodig hebben, roepen ze mij erbij. Voor tien minuutjes maar, want het is toch alleen om mij te vragen hoeveel sponsoring ze kunnen krijgen ( lacht)." Dat het voetbal hem nog boeit, toont zijn trainerschap bij eersteprovincialer Avelgem aan, maar gebeten door de voetbalmicrobe is hij niet. "Het wielrennen boeit me eigenlijk meer dan het voetbal : ik volgde deze zomer vijf dagen de Ronde van Frankrijk ter plaatse. Ik bekijk de samenvattingen op tv, maar een wedstrijd live volgen in het stadion doe ik erg zelden. Mijn dochter, Lesley ( uit Desmets eerste huwelijk, nvdr), supportert voor Standard. Schrijf maar dat ze supportert voor een slechte ploeg ( grijnst), dan staat ze hier volgende week met het artikel : pa, wat is dat hier ?!" Als voetballer kende Philippe Desmet een uitzonderlijke carrière. Zeventien jaar lang wroette hij in de spits op het hoogste niveau. Daarin speelde hij 344 wedstrijden (waarvan 80 in Frankrijk) en maakte hij 77 doelpunten (waarvan 27 in Frankrijk). Op zijn zeventiende werd hij bij vierdeprovincialer White Star Desselgem weggehaald door SV Waregem. Van vierde provinciale ineens naar eerste klasse ! "Een enorme stap, want je moet je vierde provinciale voorstellen in die tijd, meer dan vijfentwintig jaar geleden : we moesten ons buiten wassen in een ton met water. In de winter geen lachertje, maar het had ook zijn charmes. Je kon de zaken makkelijker relativeren als je nadien wat meer luxe kreeg."Van échte luxe kon je bij Waregem nu ook niet spreken. "We moesten elke dag onze uitrusting mee naar huis nemen en zelf wassen. Maar toch, van Desselgem naar Waregem : de stap was groot. Wat niet wil zeggen dat ik aanpassingsproblemen kende. Ik ben iemand die niet veel nodig heeft om vrienden te maken, om overeen te komen met andere mensen."Het was huidig bondspenningmeester en toenmalig Waregemmanager Germain Landsheere die Desmet naar Essevee haalde. "Waregem was de enige club in de streek met een scoutingapparaat, van Moeskroen of Harelbeke was nog geen sprake. Germain kwam thuis aan mijn moeder vragen : we zouden graag ulle Philippe kopen. Mijn moeder, die zich niets van voetbal aantrok, antwoordde : voor mij geen probleem, maar hij moet er geraken. In het begin reed ik vier keer per week met de fiets naar Waregem, achttien kilometer heen, achttien terug. Na een jaar mocht ik meerijden met de trainer van de Uefa's, die in Kuurne woonde." Bij Waregem maakte hij de glorieperiode mee, met de schitterende Europese campagne van het seizoen 1985/86 als absoluut hoogtepunt. Atlético Osasuna, AC Milan, Hajduk Split : ze moesten er allemaal aan geloven in het Regenboogstadion. "Een fantastische ervaring. Ik heb bij Waregem met twee generaties uitstekende voetballers mogen voetballen. Eerst de generatie Koudijzer- Delesie- Giba- Marc en Luc Millecamps, nadien de generatie Dekenne- Decraeye- Veyt." Goeie voetballers, maar ook de ambiance leidde mee tot de successen, zegt Desmet "Het gebeurde meermaals dat we de pub in het centrum van Waregem binnengingen toen het nog licht was en dat we 's morgens buitenkwamen en dat het wéér licht was. ( Mijmerend) We hebben veel plezier gemaakt. Ik herinner me een verjaardag van Urbain Haesaert, onze trainer. Hij zei : vanavond trakteer ik. Wij bestelden heel de avond 'Schweppes met kleren'. Haesaert dacht dat het gewoon Schweppes was, maar de cafébazin wist al langer dat wij daar Gin Tonic mee bedoelden. De trainer kreeg een gepeperde rekening voorgeschoteld, maar wij ook : 's anderdaags stond er een stevige straftraining op het programma ( lacht)." Na het voor België onvergetelijke WK in Mexico versierde Desmet een lonende transfer. Samen met Anderlechtspits Erwin Vandenbergh trok hij naar Rijsel. "Germain had beloofd mij niets in de weg te leggen en hij is zijn belofte ook nagekomen - chapeau daarvoor. Rijsel was ideaal voor mij : ik woonde er slechts veertig kilometer vandaan. Stond ik om kwart voor negen op, dan was ik om tien uur op training. Het viel voor dat ik over de middag thuis kwam eten om nadien opnieuw tot in Rijsel te rijden." De enige verandering vormde de verplaatsingen met het vliegtuig. Ah juist, ook de taal. "Ik sprak aanvankelijk nauwelijks een woord Frans, maar ik sloeg er toch vanalles uit. In tegenstelling tot vaak in België staat le président in Frankrijk echt boven zijn spelers. Ik sprak voorzitter Amyot het eerste jaar altijd aan met ' tu'. Daar moesten de andere spelers altijd enorm om lachen." Na zijn periode in het (dichtbijzijnde) buitenland, profiteerde Desmet van het systeem van de vrije transfers. "Bij Kortrijk kreeg ik bijna evenveel als in Rijsel. Ik moest dus niet lang twijfelen. Ik zeg het niet graag, maar ook met de overgangen naar Charleroi en Aalst heb ik geprobeerd er nogeen frank uit te halen." Wat vindt hij nu zelf, als slotbemerking, van de spelstijl - bal afschermen, kont achteruit - waarmee hij furore maakte ? "Ik woog zo'n 85 kilogram en gebruikte mijn lichaam zo goed als ik kon. De tegenstander riep dan : scheids ! Maar dat was alleen omdat ze niet aan de bal konden, want ik maakte nooit een fout ( grijnst). door Roel Van den broeck'We gingen de pub binnen toen het nog licht was en toen we 's morgens buitenkwamen, was het wéér licht.'