Naar aanleiding van het ontslag van Gunter Van Handenhoven, toch een reactie.

De wijze waarop Anderlecht het nieuws naar buiten bracht, toont de ernst van de crisis waarin paars-wit vertoeft. De verantwoordelijkheden van een teammanager gaan veel verder dan die kleine logistieke voetnoot. De trainer is de link tussen de spelers en het spel. De teammanager zorgt ervoor dat de aandacht voor het spelletje door niets wordt verstoord.

Hij moet bijgevolg 24/7 beschikbaar zijn voor (en liefst op) de club. Hij is de tussenpersoon tussen enerzijds de spelers en anderzijds alle managers in de club die allen grootste plannen hebben met hun vedetten. Hij is betrokken bij het trainings- en wedstrijdprogramma, de steun aan medische staf bij onderzoeken voor gekwetste spelers, de verplaatsingen en hotels, de maaltijden op de club, de kledij, de administratie rond paspoorten en licenties, de whereabouts en dopingcontroles, het uitvliegen van buitenlandse internationals, het plannen van de winterstage, het schoolprogramma van studentspelers, appartementen van de spelers, de PR en het sociale programma. De teammanager krijgt ook het uitgebreid wagenpark van leasingauto's met bijhorende ongevallen, expertises, herstellingen en verkeersovertredingen in de schoot geworpen.

Daarenboven is hij ook de veldhoekwerker van dienst voor: nieuwe spelers, ontgoochelde spelers, spelers met privé problemen etc...

Dit houd je enkel vol als het team waar je je voor uitslooft enige stabiliteit en continuïteit heeft. Anderlecht is momenteel een grote duiventil en als teammanager sta je daar middenin. Je moet een grote diplomaat zijn om hier nog loyaal te blijven. Je moet namelijk kunnen vertrouwen op het professionalisme van eenieder in de club. Wanneer je technisch directeur zich ook nog laat ringeloren op het veld (nobody is perfect) wordt het onmogelijk om de illusie van stabiliteit staande te houden. Aan het ontbreken van metier kan een goed geregeld hotel of busje niets veranderen.

Beste Gunter, ik hoop u bij deze enigszins een hart onder de riem te steken.

Naar aanleiding van het ontslag van Gunter Van Handenhoven, toch een reactie. De wijze waarop Anderlecht het nieuws naar buiten bracht, toont de ernst van de crisis waarin paars-wit vertoeft. De verantwoordelijkheden van een teammanager gaan veel verder dan die kleine logistieke voetnoot. De trainer is de link tussen de spelers en het spel. De teammanager zorgt ervoor dat de aandacht voor het spelletje door niets wordt verstoord. Hij moet bijgevolg 24/7 beschikbaar zijn voor (en liefst op) de club. Hij is de tussenpersoon tussen enerzijds de spelers en anderzijds alle managers in de club die allen grootste plannen hebben met hun vedetten. Hij is betrokken bij het trainings- en wedstrijdprogramma, de steun aan medische staf bij onderzoeken voor gekwetste spelers, de verplaatsingen en hotels, de maaltijden op de club, de kledij, de administratie rond paspoorten en licenties, de whereabouts en dopingcontroles, het uitvliegen van buitenlandse internationals, het plannen van de winterstage, het schoolprogramma van studentspelers, appartementen van de spelers, de PR en het sociale programma. De teammanager krijgt ook het uitgebreid wagenpark van leasingauto's met bijhorende ongevallen, expertises, herstellingen en verkeersovertredingen in de schoot geworpen. Daarenboven is hij ook de veldhoekwerker van dienst voor: nieuwe spelers, ontgoochelde spelers, spelers met privé problemen etc... Dit houd je enkel vol als het team waar je je voor uitslooft enige stabiliteit en continuïteit heeft. Anderlecht is momenteel een grote duiventil en als teammanager sta je daar middenin. Je moet een grote diplomaat zijn om hier nog loyaal te blijven. Je moet namelijk kunnen vertrouwen op het professionalisme van eenieder in de club. Wanneer je technisch directeur zich ook nog laat ringeloren op het veld (nobody is perfect) wordt het onmogelijk om de illusie van stabiliteit staande te houden. Aan het ontbreken van metier kan een goed geregeld hotel of busje niets veranderen. Beste Gunter, ik hoop u bij deze enigszins een hart onder de riem te steken.