Vooreerst: wat is een targetspits? Het onderscheid met een diepe spits is niet altijd duidelijk. Een diepe spits kan een targetspits zijn, maar is dat niet altijd. En al is de eerste vereiste van spitsen dat ze veel doelpunten maken, je hebt zelfs targetspitsen die niet vaak scoren maar toch als absolute top mogen worden beschouwd, leert analist en ex-spits Gert Verheyen. Hij noemt het een boeiend onderwerp, maar geeft meteen aan: "Je kan ook voetballen zonder targetspits. Ik ben een beetje bang van dat 'hokjesdenken'. Voor mij is het simpel: een goeie spits is er eentje die ze binnentrapt. Het is in elk geval de moeilijkste positie van de elf. Daarom zijn ze ook zo moeilijk te vinden. Als je er één vindt die altijd diep blijft, goed meespeelt, goed kaatst en alle voorzetten binnenkopt of binnentrapt, dan speelt die geen twee jaar in België, hoor." ( lacht)
...

Vooreerst: wat is een targetspits? Het onderscheid met een diepe spits is niet altijd duidelijk. Een diepe spits kan een targetspits zijn, maar is dat niet altijd. En al is de eerste vereiste van spitsen dat ze veel doelpunten maken, je hebt zelfs targetspitsen die niet vaak scoren maar toch als absolute top mogen worden beschouwd, leert analist en ex-spits Gert Verheyen. Hij noemt het een boeiend onderwerp, maar geeft meteen aan: "Je kan ook voetballen zonder targetspits. Ik ben een beetje bang van dat 'hokjesdenken'. Voor mij is het simpel: een goeie spits is er eentje die ze binnentrapt. Het is in elk geval de moeilijkste positie van de elf. Daarom zijn ze ook zo moeilijk te vinden. Als je er één vindt die altijd diep blijft, goed meespeelt, goed kaatst en alle voorzetten binnenkopt of binnentrapt, dan speelt die geen twee jaar in België, hoor." ( lacht) Een aantal namen uit onze recente voetbalgeschiedenis illustreren wat we bedoelen met een 'ouderwetse' targetspits: John van Loen, Johnny Bosman, René Eijkelkamp, Jan Köller, Bob Peeters, Ole-Martin Aarst, Nicolás Frutos, ... Verheyen: "Dat waren ook allemaal mannen die veel scoorden. Eijkelkamp was de uitzondering: die maakte er geen vijftien, maar hij zorgde er wel voor dat de drie man die achter hem speelden er allemaal twaalf maakten. In feite was Eijkelkamp zelfs de beste van allemaal. Je kreeg áltijd de bal terug." In de volgende omschrijving van een targetspits kan Verheyen zich wel vinden: groot, stevig, kopbalsterk, balvast, goed kaatsend, makkelijk voetballend met de rug naar het doel én vlot scorend. Toch wil Verheyen nog een aantal criteria aan de definitie van targetspits toevoegen. "Vooreerst vind ik een van de vereisten van een goede targetspits dat hij in positie, diep dus, blijft. Hij mag nooit te ver afhaken, zodat de verdedigers achteraan moeten blijven en de ruimte behouden blijft." Tweede bijkomende vereiste: hij moet de druk aankunnen. "Onderschat dat niet. Toen het niet meteen lukte bij Standard, kwam Christian Benteke onder immense druk te staan. Ik denk nog steeds dat Benteke de potentie heeft. Hij had bij KV Kortrijk de klik gemaakt en moet nu bij KV Mechelen zijn zelfvertrouwen terugvinden. Pas dan kan je die druk aan." Ten slotte is er nog een laatste voorwaarde om van een goede targetspits te mogen spreken: hij moet een voorbeeld zijn van regelmaat. Verheyen: "Bij een topclub moet je er elke match staan. Elke match een zeven, nooit daaronder. Ook omdat je daardoor de anderen op een zeven houdt. Bij Joseph Akpala is het vaak een vijf en soms een acht, begrijp je? Dat heeft iemand als Tom De Sutter niet. Ook in zijn mindere matchen, als hij niet scoort, is hij, omwille van zijn intelligentie en werkkracht, altijd verdienstelijk voor de ploeg." Tot voor kort waren de meeste klassieke targetspitsen blank, nu telt de Jupiler Pro League op die positie veel Afrikanen of zijn het spelers die tenminste zwarte roots hebben: Romelu Lukaku, Christian Benteke, Dorege Kouemaha, Elimane Coulibaly, Ibrahima Sidibe, ... Dat heeft volgens Verheyen twee redenen: "Eén: hun morfologie. Zwarten zijn nu eenmaal krachtiger en gespierder. En twee: de markt. Er zijn sowieso steeds meer buitenlanders, dan zijn buitenlandse spitsen daar een logisch gevolg van. Het is ook gemakkelijker zelf een verdediger of een middenvelder op te leiden dan een spits. Anderzijds, het talent van een spits - doelpunten maken - dat heb je of dat heb je niet. In mijn ogen is dat echt iets dat je niet kan leren, dat je hooguit wat kan bijschaven. Feeling, op de juiste plaats staan, koelbloedigheid ... Erwin Vandenbergh had dat. Dat heeft ook niets te maken met gestalte of gestel, dat zit meer tussen de oren." Dat spitsen momenteel vooral worden gezocht op het zwarte continent heeft volgens Verheyen ook te maken met de ontwikkeling van het Afrikaanse voetbal. Hij was zelfs verbaasd dat dit niet tot uiting kwam op het afgelopen WK. "In principe zijn hun voetballers sterker en sneller ontwikkeld dan blanke voetballers. En technisch is het ook oké. En toch komt het er in ploegverband niet uit. Een paar jaar geleden dacht ik echt nog dat het niet veraf meer was: een Afrikaans land dat zou uitblinken op een WK. Maar dat viel dus tegen. Dan moet het te maken hebben met tactisch vermogen, al werken veel spelers onder Europese trainers." Dat Afrikanen morfologisch bevoordeeld zouden zijn, zoals Verheyen suggereert, wil bioloog Dirk Draulans toch nuanceren. "Het is nog nergens wetenschappelijk bewezen dat zwarten per definitie significant sterker zijn dan blanken. Dat ze sterker ontwikkeld zijn, heeft meer te maken met de context waarin ze opgroeien. In die landen zijn fysieke activiteiten meer vanzelfsprekend dan bij ons waar fysieke arbeid meer is vervangen door machines. Wij leiden van jongs af aan veel meer een zittend leven, we leven in een luiere maatschappij. Tweehonderd jaar geleden zouden er in een voetbalcompetitie bij ons ook grotere en sterkere spitsen hebben rondgelopen, denk ik. Ik geloof echt niet in een superras van zwarten. Een Romelu Lukaku is inderdaad indrukwekkend groot en sterk, maar Congo telt 55 miljoen inwoners en ik heb er daar ook heel veel schriele zien rondlopen, hoor. Terwijl een blanke spits als Zlatan Ibrahimovic dan wel weer een krachtmens is, niet? Mits de nodige training van jongs af aan kan je hier even goed sterke, blanke spitsen ontwikkelen, me dunkt." Op de Beagle-expeditie ontmoette Draulans wel een Amerikaanse geneticus die poneerde dat de musculaire en explosieve kracht van veel zwarte topatleten - de Jamaicaanse sprinters bijvoorbeeld - toe te schrijven was aan de slavernij van hun voorouders. "Door de strenge selectie toen bleven alleen de sterksten over en dat werd genetisch overgedragen. Te vergelijken misschien met Keniaanse en Ethiopische afstandslopers van wie de voorouders zoveel moesten lopen dat ze andere spiercellen ontwikkelden. Je hebt ook geen Afrikaanse topzwemmers, niet? Dat zijn theorieën, maar ik heb er toch mijn bedenkingen bij om fysieke kwaliteiten statistisch te koppelen aan mensenrassen. Ik wil er geen exclusiviteit aan linken. Het gaat eerder om de context: waar en in welke omstandigheden zijn ze opgegroeid? Dat er momenteel zo veel zwarte spitsen rondlopen is volgens mij dan ook inderdaad eerder toe te schrijven aan de handel op de markt." Volgens Georges Heylens, die als trainer in Afrika werkte en de markt heel goed kent, zijn fysiek sterke voetballers en spitsen in het bijzonder in elk geval gemakkelijker in Afrika te vinden dan bij ons. "En dat heeft alles te maken met onze opleidingen", stelt de Brusselaar. "Er wordt bij de jeugd, zowel in de clubs als in de scholen, veel te weinig aandacht besteed aan kracht. Uithouding, ja - lopen, lopen - maar geen kracht. Terwijl in de geroemde Franse opleidingscentra, zoals die van Rijsel en Lens, élke dag - de ene keer een kwartier, de andere keer een halfuur - op kracht wordt getraind. Daarbij komt ook dat wij in een 'gemakkelijke' cultuur leven. We worden te weinig begeleid in discipline, waardoor er wordt gemorst met talent. Simpel uitgelegd: slapen tot 's middags als er pas 's namiddags wordt getraind. Wist je dat vader Lukaku al eens aan Ariël Jacobs heeft gevraagd om Romelu niet te veel te laten rusten? Omdat ook hij gelooft in wérken. En een derde verklaring is de motivatie, zo veel groter in Afrika. Daar wil elke jongen die een beetje kan voetballen een contract in Europa, hé. Voor zichzelf én om geld te kunnen opsturen naar zijn familie. Dat maakt Afrikanen zo veel gretiger." Dat ze, zoals Verheyen aangaf, tactisch achterop hinken, bevestigt Heylens. Maar daar wordt aan gewerkt. "Afrikanen voetballen op gevoel, minder met hun brains, dat is juist. Maar ze krijgen ook niet de opleiding die wij kennen. Het is heus geen toeval dat nu veel Franse clubs ter plaatse jeugdscholen gaan oprichten met Franse trainers, zodat die Afrikanen hier niet aankomen met te veel tactische achterstand. Het was dan ook niet verwonderlijk dat die Ivorianen van Beveren het zo goed deden: ze kregen een Europese opleiding, hé. Pas als die achterstand is weggewerkt, ligt de weg helemaal open voor Afrikaanse spelers. En spitsen." Jan Van Winckel, fysioloog en assistent-trainer bij Club Brugge, is het wat de krachttraining betreft, niet helemaal eens met Heylens. Hij vindt dat de Belgische topclubs, Anderlecht en Club Brugge voorop, sedert een jaar of vier inzake krachttraining bij de jeugd een inhaalbeweging hebben gemaakt. "Ik heb voor mijn Pro Licencediploma stage gedaan bij Rijsel en Zenit Sint-Petersburg. Het klopt dat daar met krachtschema's wordt gewerkt, maar dat gebeurt hier ook. Bij Club Brugge wordt dagelijks met jongens als Maxime Lestienne, Thibaut Van Acker, Jeroen Simaeys ... op kracht gewerkt. Jeroen kwam hier aan met een borstomtrek van 96 centimeter, intussen is die 105 centimeter, dat zegt voldoende. En hoe Ronald Vargas zich afgelopen jaar heeft ontwikkeld, is spectaculair, dat komt ook niet zomaar." Van Winckel, die als consultant in het zuiden van Afrika heeft gewerkt, gaat ook niet akkoord met Dirk Draulans. "Er zijn ontegensprekelijk genetische verschillen met Afrikanen. Op het afgelopen WK atletiek stond geen enkele blanke in de finale van de honderd meter, dat zegt veel. De genetica speelt dus heus wel mee. Spelers uit West-Afrika - Ivoorkust, Nigeria, Kameroen ... - zijn nu eenmaal musculair en morfologisch anders. Hun hielbeen bijvoorbeeld steekt verder uit, wat hen een idealere hefboom en dus meer intrinsieke snelheid biedt. We hebben met het labo van professor Helsen voor de nationale jeugdelftallen van Marc Van Geersom onderzoek gedaan naar de biologische leeftijd van jonge voetballers. Daaruit blijkt dat allochtonen van 16, 17 jaar biologisch een stuk ouder zijn en dat autochtonen op die leeftijd juist jonger dan 16 of 17 zijn. Van Acker en Simaeys waren ook zulke jongens. Die moet je langer de kans geven om zich te ontwikkelen. Autochtone jongens worden soms te snel beoordeeld. Gelukkig vinden ze, zoals met Simaeys en De Sutter het geval was, hun weg via de lagere afdelingen." Toch zijn ook volgens Van Winckel niet die genetische kenmerken de reden van de hoeveelheid zwarte targetspitsen in onze Belgische competitie. "Dat komt vooral door de marktsituatie. In Nederland moet een buitenlandse voetballer minstens 300 à 400.000 euro per jaar verdienen, in Engeland moet hij minstens vijftig procent van de interlands spelen, in België heb je die regels niet. De drempel is laag, en dus wordt een pak Afrikanen naar hier gehaald om hen eventueel met veel winst te kunnen verkopen. Clubs als Beveren en Lokeren hebben daar jarenlang hun transferbeleid op afgestemd. We hebben ook geen andere keuze: Danny Koevermans, zo'n typische targetspits maar bankzitter bij PSV, verdient een miljoen euro per jaar, wie kan dat hier betalen? Het beste bewijs dat het alleen maar te maken heeft met Belgische importpolitiek is het feit dat het fenomeen zich niet wereldwijd voordoet. Chelsea heeft nog wel Didier Drogba, maar verder vind je bij Europese topclubs veel minder zwarte targetspitsen, niet?" door frank buyse"Ik geloof echt niet in een superras van zwarten." Dirk Draulans "Er zijn ontegensprekelijk genetische verschillen met Afrikanen." Jan Van Winckel "Als de tactische achterstand is weggewerkt, ligt de weg helemaal open voor Afrikaanse spitsen." Georges Heylens: