Een gewapende man, verscholen in het halfduister, klopt aan. Zich niet bewust van de valstrik die straks zal openklappen, doet de goedgelovige penningmeester de deur open. Enkele seconden later wordt de scène herschapen tot de plaats delict van een overval. De zoveelste in een rij. We zijn midden de jaren 2000 en in het Brusselse voetbalmilieu verspreiden de winstgevende rooftochten van een serie-overvaller zich als een lopend vuurtje. Hij, een voetballer van in de dertig, heeft het gemunt op de enveloppes met geld van zijn collega-voetballers die actief zijn bij provincialers in de buurt van de hoofdstad. Op donderdag, traditioneel de dag waarop de spelers betaald worden, zijn schatbewaarders plots loslopend wild. Een tiental onder hen zal uiteindelijk neus aan neus staan met de overvaller. De man wordt nooit gevat en niemand heeft er klaarblijkelijk baat bij om een klacht in te dienen. De gestolen enveloppes met spelersvergoedingen zijn belastend bewijsmateriaal en staven de vermoedens dat er enorme hoeveelheden zwart geld circuleren binnen de gedupeerde clubs. Het toont hoe pervers het hele apparaat in elkaar zit.
...

Een gewapende man, verscholen in het halfduister, klopt aan. Zich niet bewust van de valstrik die straks zal openklappen, doet de goedgelovige penningmeester de deur open. Enkele seconden later wordt de scène herschapen tot de plaats delict van een overval. De zoveelste in een rij. We zijn midden de jaren 2000 en in het Brusselse voetbalmilieu verspreiden de winstgevende rooftochten van een serie-overvaller zich als een lopend vuurtje. Hij, een voetballer van in de dertig, heeft het gemunt op de enveloppes met geld van zijn collega-voetballers die actief zijn bij provincialers in de buurt van de hoofdstad. Op donderdag, traditioneel de dag waarop de spelers betaald worden, zijn schatbewaarders plots loslopend wild. Een tiental onder hen zal uiteindelijk neus aan neus staan met de overvaller. De man wordt nooit gevat en niemand heeft er klaarblijkelijk baat bij om een klacht in te dienen. De gestolen enveloppes met spelersvergoedingen zijn belastend bewijsmateriaal en staven de vermoedens dat er enorme hoeveelheden zwart geld circuleren binnen de gedupeerde clubs. Het toont hoe pervers het hele apparaat in elkaar zit. Een half decennium na die vermakelijke episode krijgt de fiscus het provinciale voetbal in het vizier. Vandaag kijken clubs niet meer op van een nauwgezette controle door de belastingdienst, maar dat houdt de hardnekkige fraudeurs niet tegen. In provinciale, zo wordt gezegd, valt er soms meer geld te rapen dan in eerste klasse. Een stadslegende of de harde werkelijkheid? Gonzague Vandooren, ex-Moeskroen en Standard, sloot zijn carrière af bij toenmalig eersteprovincialer FC Helkijn en denkt er het zijne van. 'Toen ik nog bij Standard voetbalde, wisten we dat sommige jongens die we tegenkwamen in de beker van België op het einde van de maand meer overhielden dan wij. Eigenlijk verwonderde ons dat niet: ze werken voltijds en ze krijgen er een mooi extraatje bij als amateurvoetballer. Het getuigt van vastberadenheid om de twee te combineren. Ik vind het dus niet abnormaal dat de verloning navenant is.' Toch blijft de zondagsvoetballer met een bedenkelijke reputatie zitten: die van een hebzuchtige huurling die zijn ziel zou verkopen voor enkele eurocenten extra. Het lijkt alsof het amateurvoetbal, waar oplichterij en bedrog gedoogd worden, geen dag zou overleven zonder het zwart geld dat erin wordt gepompt. De meerderheid kijkt er stilzwijgend tegenaan. Spelers die met een klein hartje naar de onderhandelingstafel stappen, goedgelovige voetballers, verblind door het spelletje, die zich belangeloos inzetten voor hun club en oppermachtige voorzitters die de regels bepalen - tot hier en niet verder. Het is pure fictie, weet Alain Bouche nu. De voorzitter van de Brabantse derdeprovincialer KFC Wezembeek, door de clubs uit de buurt spottend 'de miljoenenploeg' genoemd, kwam enkele jaren geleden tot de vaststelling dat de doorsneevoetballer in de eerste plaats een zo hoog mogelijke financiële rendabiliteit tracht te halen uit zijn carrière. 'Noem mij een naïeveling, maar ik betaalde mijn spelers goed en ik ging ervan uit dat ze voor hun plezier tegen een bal stampten', zegt Bouche. Het droombeeld van Bouche wordt brutaal aan diggelen getrapt wanneer hij twee jaar geleden snoeit in de premies. Voortaan krijgen de spelers van de A-kern hetzelfde: 40 euro voor een zege en 20 euro voor een gelijkspel. 'Iedereen is gaan lopen. Zelfs de zogenaamde clubspelers hebben de deur dichtgedaan zonder een dankjewel. In mijn ogen zijn driekwart van de amateurvoetballers huursoldaten. Ik moet lachen als ik sommige voorzitters hoor zeggen dat hun spelers gratis zouden voetballen. Ik daag hen uit om de proef op de som te nemen: staak van de ene dag op de andere de betalingen en kijk hoeveel spelers er dan overblijven.' Een paar kilometers verderop krijgt de voorzitter van Stade Everois ook te maken met inhalige spelers die hun koopwaar aanbieden. De Brusselse club zal volgend seizoen voor het eerst in zijn bestaan in de hoogste provinciale reeks uitkomen en dat trekt gold diggers aan. 'Ik kan het aantal aanvragen niet meer bijhouden. Maar ik heb de indruk dat ze mij met Roger Vanden Stock verwarren', vertelt Antonio Cappeddu met het nodige cynisme. 'Ik kreeg onlangs een speler over de vloer die 5000 euro tekengeld vroeg en een gegarandeerd maandloon van 300 euro. Te vermeerderen met een winstpremie van 300 euro. Dat soort lolbroeken kom je af en toe tegen. Meestal zijn het anciens die in de laatste jaren nog van het systeem willen profiteren.' De speler in kwestie is een zwaargewicht in het milieu en kan zich decadente looneisen permitteren omdat hij ooit in tweede klasse voetbalde. Bij de West-Vlaamse eersteprovincialer KSKV Zwevezele zweren ze zelfs bij spelers die een stevige carrière in eerste klasse achter de rug hebben. Het team werd tussen september 2015 en maart 2017 gecoacht door de ondertussen doorgestuurde Henk Houwaart en heeft na Tim Smolders en Vincent Provoost nu ook oud-eersteklasser Hans Cornelis, ooit kampioen met Club Brugge en Genk, te pakken. De vergoedingen die ze ontvangen zijn taboe - een geheim gedijt nu eenmaal beter in een omgeving waar iedereen zwijgt - maar er wordt gefluisterd dat de goedbemiddelde en razend ambitieuze voorzitter zich financieel borg heeft gesteld voor die jongens. De galácticosstrategie is een overweldigend succes: in drie jaar promoveerde de club van vierde naar eerste provinciale. Vorige maand slaagden de West-Vlamingen er net niet in om zich een weg te banen naar de derde amateurreeks na verlies tegen Stekene in de interprovinciale finale. Clubvoorzitters zijn dus minstens even schuldig aan de jarenlange wedloop van amateurvoetballers naar harde valuta's en mogen gerust mee op de beklaagdenbank plaatsnemen. Ze doen gretig mee aan het opbodspelletje van kandidaat-spelers. Om de financiële eisen van spelers te drukken, betalen sommige voorzitters hen in natura of bieden ze hen een postje aan in hun bedrijf. En zo belandt het cv van een voetballer al eens bovenaan de stapel. Dat hij niet over de juiste competenties beschikt, is maar bijkomstig. Het kan zelfs gaan om een spookjob. Dergelijke halsbrekende toeren waren niet zo heel lang geleden schering en inslag aan de top van het provinciale voetbal. Maar in tegenstelling tot Penelope Fillon, de echtgenote van de voormalige republikeinse presidentskandidaat François Fillon die ervan verdacht wordt jarenlang een riant loon te hebben ontvangen voor een fictieve functie, zal geen haan daarnaar kraaien. Elke preses functioneert volgens zijn eigen principes en gedragsregels, maar ze hebben wel met elkaar gemeen dat ze de grenzen van de inventiviteit aftasten. Elke overeenkomst neemt een andere vorm aan. Als het moet, betalen ze de telefoon-, gas- of elektriciteitsfactuur van hun doelpuntenmaker om hem te behouden. Het gaat dan niet om astronomische bedragen - die zijn de laatste tien jaar aan het wegebben uit provinciale. 'De crisis laat zich ook in provinciale voelen', zegt Maxime*, die 50 euro per zege verdient bij een Luikse vierdeprovincialer. 'Ik ben al eens gaan klappen met een clubvoorzitter die een meubelbedrijf had. Om mij over de streep te trekken, mocht ik in zijn showroom een woonkamer kiezen. Dat gebeurt nog vaak.' Of de voorzitter laat bij de speler gratis een nieuwe keuken zetten. 'Ik heb de tijd gekend dat trainers in brood en kolen betaald werden', herinnert de secretaris van een Vlaams-Brabantse derdeprovincialer zich. 'Dat was niet vergezocht: in het bestuur zat een bakker en een kolenhandelaar. Dat bestaat nu niet meer. Nu worden auto's of zelfs appartementen als lokaas gebruikt... We zaten ooit in vergevorderde onderhandelingen met een talentvolle buitenlandse voorspeler. We hadden al veel toegevingen gedaan - iemand binnen het bestuur wilde zelfs bijleggen om zijn premies te betalen - en alles leek in orde te komen. Plots kwam die jongen af met een bijkomende eis: we moesten zijn schoolgeld van 4000 euro betalen. Om zijn verblijfsvergunning te krijgen moest hij werken of naar school gaan, anders zou hij het land worden uitgezet. We hebben uiteindelijk alles afgeblazen. Als een clubje uit tweede of derde provinciale het schoolgeld moet betalen, dan klopt er iets niet. Sommige denken dat ze na twee jaar in de eerste ploeg Maradona zijn. Het is hun goed recht om een aantrekkelijke deal te marchanderen. Ze hebben niets te verliezen: als wij hen afwijzen, krijgen ze het wel op een ander.' Elke list is goed om in een zo kort mogelijke periode zoveel mogelijk geld binnen te rijven. Ook het verraden van zijn eigen ploegmaats behoort tot de basiseigenschap van de weinig scrupuleuze jobhoppers. Het fenomeen is berucht: een ploeg die voor de winterstop recht op de titel afstevent, zakt in de terugronde helemaal weg en laat in de laatste weken van de competitie de promotie schieten. Een reeks hoger spelen staat immers synoniem voor minder winstpremies. En daar huivert elke rechtgeaarde arrivist van. 'Ik kan mij verzoenen met spelers die 30.000 euro aan tekengeld ontvingen', zegt Olivier*, een onvervalste goaltjesdief die de nationale reeksen afschuimt. 'Maar ik word gek als ik mijn ploegmaats hoor zeggen dat we beter niet opgaan omdat het slecht is voor de portemonnee. Op zulke momenten speel je tegen de elf aan de overkant en tegen je eigen maten.' In Oost-Vlaanderen is er een geval bekend van een vlotscorende aanvaller die kampioen wordt met zijn Gentse tweedeprovincialer, maar niet mee opgaat. De officiële reden klinkt bekend in de oren: zijn werk neemt zoveel tijd in beslag dat hij te veel trainingen dreigt te missen. Uiteindelijk sluit hij zich aan bij zijn ex-club in derde provinciale, waar hij een vaste maandvergoeding krijgt zonder regeling over het aantal trainingen dat hij moet bijwonen. Zijn neus voor doelpunten levert de ploeg genoeg punten op om de speler carte blanche te geven. De ophefmakende Panoramareportage die eind 2012 wordt uitgezonden, is een kantelmoment in de strijd tegen zwart geld in het Belgische voetbal. Hoewel de clubs uit provinciale niet rechtstreeks geviseerd worden in de reportage - de documentairemakers betrapten uitsluitend clubs uit eerste, tweede, derde en vierde klasse op heterdaad - voelden ze zich ook aangesproken. De maatschappelijke verontwaardiging is zodanig groot dat de provincialers ook aan een introspectie toe zijn. Al gaat het bij clubs uit de provincie over 'gewoon' zwart geld, dat op een legale manier is verkregen, maar niet wordt aangegeven aan de belastingdienst. Donkerzwart geld, bekomen via drugshandel, diefstal, oplichting, overvallen enzovoort, komen minder vaak voor. 'Daarom stoort het mij dat veel mensen rondbazuinen dat er veel smerig geld omgaat op het provinciale niveau', zucht de Vlaams-Brabantse secretaris. 'Enige nuance is op zijn plaats: het is wit geld dat zwart wordt omdat spelers het niet aangeven. Vaak gaat het om sympathisanten die hun persoonlijke spaarcenten willen gebruiken om de club te helpen. Ze zeggen dan: doe daar mee iets, betaal er een speler mee. Oké, het is niet honderd procent koosjer, maar probeer zoiets eens te elimineren.' Sommige pleiten dan weer voor nultolerantie. Didier De Baere is zo'n kruisvaarder tegen zwart geld in het voetbal. De man is jurist, waarnemend voorzitter van het Oost-Vlaamse SV Sottegem en is een nieuwbekeerde. Aan het begin van de 21e eeuw was zijn club nog een stevige nationaler. Tot het een decennium geleden bankroet ging omdat het zich financieel vergaloppeerd had. 'Wij zijn failliet gegaan omdat we te veel betaalden. De klassieke dingen: je verkoopt je installaties aan de stad, huurt die dan terug, maar met de opbrengsten hang je de bon vivant uit en bied je dwaze lonen aan. Als je betrapt wordt, zoals wij in 2008, kan het heel snel gaan. We stonden aan de drempel van tweede klasse, maar met leningen aan de stad die we niet konden terugbetalen, zaten we plots boven het miljoen euro aan schulden. Dan is het: boeken toe.' SV Sottegem ging herbronnen in vierde provinciale en heeft dit seizoen met veel machtsvertoon de titel gewonnen in tweede provinciale B. Nationaal voetbal wenkt dus opnieuw. Deze keer met een gezond beleid. Al moet dat nog doordringen bij een bepaalde groep spelers. De Baere: 'Als wij tijdens onderhandelingen met spelers zeggen dat de gouden tijden voorbij zijn, lachen ze eens schamper. Voetballers zullen blijven proberen. Het risico dat hij wordt betrapt, weegt niet op tegen wat hij kan verdienen. Ze krijgen soms een extra aanslag, maar de vergoedingen liggen soms zo hoog, dat je je het wel eens kan veroorloven om één jaar betrapt te worden. En het risico op vervolgcontroles blijkt zeer klein.' De remedie tegen het wijdverspreide zwartwerk is simpel: meer controles en gerichte opsporingsacties tegen frauderende clubs. Volgens De Baere moet de fiscus proactief op zoek gaan naar sjoemelaars. 'Weet je hoe het vandaag werkt? Als er iemand vanuit zijn professionele activiteiten bij de fiscus rode lampjes doet branden, zal de club een audit krijgen. Toen de voorzitter van Olsa Brakel genoemd werd in de Panama Papers, werd zijn club ook gecontroleerd. In West-Vlaanderen was er ook wat meer controle, waardoor clubs als Damme, VG Oostende en nog een paar anderen ertussenuit zijn gegaan.' De verschillende vleugels binnen de Belgische voetbalbond zijn zich bewust van de ondergrondse economie die groteske vormen aanneemt onder hun voeten. De intussen overleden Carlo Six, administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, voerde het aantal controles vanaf 2011 stelselmatig op. Zes jaar na het plan-Six is er haast geen ontsnappen meer aan voor de bijna duizend Vlaamse clubs. Maar hoe lager een club zich op de sportieve ladder bevindt, hoe kleiner de kans op controles, weet Karel*, een bekend gezicht in de nationale reeksen. 'In de hoogste amateurreeksen moet een club minimaal zeven spelers onder contract nemen. De inspecties gebeuren dus frequenter. Ik ken veel clubs die het dus niet zien zitten om hoger dan eerste provinciale te spelen. Ze weten dat ze tot die reeks redelijk safe zitten.' 'De andere reeksen vallen niet onder het toezicht van de voetbalbond', aldus David Delferière, secretaris-generaal van de Franstalige clubs verenigd in de Association des clubs francophones de football (ACFF). 'Meer dan 90 procent van de amateurclubs is in orde met hun boekhouding. Ik durf zelfs te zeggen dat royale weddes, waar voortdurend naar verwezen wordt in het geruchtencircuit, minder voorkomen. Veel is stoerdoenerij. De meerderheid van de clubs voert een gezond beleid.' Bij de Vlaamse tegenhanger Voetbal Vlaanderen is ongeveer hetzelfde te horen. 'We zijn reuzenstappen aan het zetten in de goede richting', aldus Benny Mazur, secretaris-generaal van Voetbal Vlaanderen. 'De periode dat clubs een schoenendoos met zwart geld bijhielden om hun topschutter te betalen ligt ver achter ons. Ik pretendeer niet dat aanvallers met een crazy maandloon helemaal uitgeroeid zijn, maar het is geen dagdagelijkse realiteit meer. Clubs kunnen zich niet meer permitteren om krankzinnige sommen onder tafel te betalen. Zij die het wel doen en gepakt worden, riskeren een boete die drie keer hoger ligt dan de inbreuk. Zoiets kan de club knock-out slaan.' Dat was bijna het geval voor de Vlaams-Brabantse entiteit uit derde provinciale. Tegen de afspraken met de overheid in wordt de boekhouding van de club ondersteboven gehaald in 2011 voor de inkomstenjaren 2009 en 2010. Om het faillissement af te wenden, moet de club een lening van 15.000 euro aangaan bij zijn grootste geldschieter. Een schuld die vandaag nog niet is afgelost. De overheid gebruikt de zware boetes als afschrikmiddel en dat lijkt te werken. Eind 2013 lanceert Steven Martens, ex-CEO van de voetbalbond, een grootschalig plan om zijn leden, waarvan een deel zich al bij een sociaal secretariaat heeft aangesloten, te helpen om hun situatie te regulariseren. In samenwerking met de overheid worden er onder andere opleidingen georganiseerd met als doel de club te responsabiliseren op fiscaal vlak. Mazur: 'De problemen zijn nog niet van de baan, maar er is bij onze Vlaamse clubs een verbetering merkbaar inzake fiscaliteit. Er zullen er altijd door de mazen van het net glippen, maar veel bestuursleden hebben door dat er op een dag een controleur aan de deur kan aankloppen.' Aan de andere kant van de taalgrens worden er overuren geklopt door de Franstalige minister van Sport René Collin om het nieuwe statuut voor sportbeoefenaars erdoor te krijgen. 'Maar dat zal zeker niet voor morgen zijn', zegt Willy*, penningmeester van een Luikse provincialer die in volle expansie is. 'Ik heb de minister ontmoet en hij vertrouwde mij toe dat zijn voorstel op weinig bijval kan rekenen bij zijn partijgenoten van de cdH. Zijn voorstel is gewaagd: hij wil dat clubs meer kunnen aangeven. Wat hem betreft, is zwart geld tot op een zeker niveau niet schadelijk voor het voetbal.' Waarmee de minister zelf aangeeft dat een zuivere voetbalsport op amateurniveau een utopie is. Reinaart*, doelman in het Luikse, bekent kleur. 'De dag dat het geld in het provinciale voetbal verbannen wordt, hang ik mijn schoenen aan de haak. Als je er eenmaal van geproefd hebt, kan je niet meer zonder. Toen ik jong was, beschouwde ik de inkomsten uit het voetbal als een studentenjob. Met het geld ging ik feesten en zette ik wat opzij om een huis te kopen. Vandaag heb ik via het voetbal bijna een tweede salaris.' Over het hele land is een soort tegenbeweging ontstaan die ijvert voor een stelsel waarin spelers niet meer betaald worden in het provinciale voetbal. VV Gent 9000, een club die pas vorig seizoen ontstond, is daar een mooi voorbeeld van. Het is een hechte vriendengroep van twintigers en dertigers waar principieel niemand een bijdrage krijgt. Ze promoveerden vanuit vierde provinciale en willen ook een reeks hoger hun visie trouw blijven. Enkele jaren geleden gaf het Oost-Vlaamse Union Astene al het goede voorbeeld, maar uiteindelijk diende de club te stoppen door een verminderd engagement bij hun leden. Het gebrek aan betrokkenheid van de spelers, die in hun verbintenissen nu al worden gedwongen om x aantal kaarten af te nemen voor de jaarlijkse kaas- en wijnavonden, is niet nieuw. Dat het meewerkend personeel in de kantine erdoor aangestoken is en in vele gevallen ook een vergoeding ontvangt, is een kwalijke trend geworden. Nog niet zo lang geleden kon een bestuur rekenen op een grote schare vrijwilligers die zich enkele uren per week kosteloos wilden inzetten voor de club. Zou het provinciale voetbal niet beter af zijn zonder de premies, tekengelden en andere financiële constructies voor spelers? De grootste optimisten geloven van wel. Maar dan is er een mentaliteitswijziging nodig bij de hoofdrolspelers. Hier en daar hoor ik mensen pleiten voor de invoering van een salary cap of barema's per afdeling', zegt Mazur. 'Maar dan riskeer je wel opnieuw geconfronteerd te worden met spelers die op een ongeoorloofde manier hun zakken vullen. Luister: op zich stoort het mij niet dat een speler een mooie vergoeding krijgt bij een club in provinciale. Maar het moet op een correcte manier gebeuren. Dat wil zeggen: op het loon moeten er sociale bijdragen betaald worden door de club, moet er bedrijfsvoorheffing afgehouden worden én de speler moet er belastingen op betalen. Uiteindelijk is ons doel dat clubs de fiscale wetgeving keurig volgen. Al is het maar om zichzelf tegen excessen te beschermen.' *Om de anonimiteit van onze bronnen te garanderen, hebben we de namen met een sterretje veranderd. DOOR ALAIN ELIASY, MARTIN GRIMBERGHS, EMILIEN HOFMAN EN NICOLAS TAIANA - FOTO'S ISTOCK'De periode dat clubs een schoenendoos met zwart geld bijhielden om hun topschutter te betalen ligt ver achter ons.' - Benny Mazur, secretaris-generaal Voetbal Vlaanderen 'Om mij over de streep te trekken, mocht ik in het meubelbedrijf van de voorzitter een woonkamer kiezen.' - Maxime 'Ik kreeg onlangs een speler over de vloer die 5000 euro tekengeld vroeg en een gegarandeerd maandloon van 300 euro. Dat soort lolbroeken kom je af en toe tegen.' - Antonio Cappeddu, voorzitter Stade Everois 'Als wij tijdens onderhandelingen met spelers zeggen dat de gouden tijden voorbij zijn, lachen ze eens schamper. Voetballers zullen blijven proberen.' - Didier De Baere, voorzitter SV Sottegem 'De dag dat het geld in het provinciale voetbal verbannen wordt, hang ik mijn schoenen aan de haak. Vandaag heb ik via het voetbal bijna een tweede salaris.' - Reinaart