Met stijgende verbazing en ook met enige verontwaardiging nam ik in mijn favoriete voetbalmagazine akte van de lezersreactie van de heer Johan Lieckens. De auteur in kwestie stelde uitdrukkelijk het niet altijd even oordeelkundige en consequente optreden van de VAR in onze Belgische competitie aan de kaak. Geheel terecht vind ik dat en zijn grieven worden ongetwijfeld niet alleen door mij, maar ook door heel wat andere fervente voetbalfans gesteund.

Wat mij wel in niet geringe mate stoorde, was zijn stelling als zou de videoref en dus in feite de Belgische arbitrage een blauw-zwarte pyjama dragen. Met andere woorden: Club Brugge wordt in feite systematisch en bewust bevoordeeld door de spelleiding. Om zijn nogal straffe stelling te staven, haalde hij een aantal voorbeelden aan die moeten aantonen dat de VAR in de achterzak van de club van Bart Verhaeghe zit. Nochtans kan je door de jaren heen minstens evenveel voorbeelden aanhalen van behoorlijk dubieuze inschattingen of beslissingen in het nadeel van de huidige competitieleider.

Dit seizoen had Club bijvoorbeeld altijd een strafschop moeten krijgen tegen Eupen na een duidelijke charge op Ruud Vormer in de zestien. Vorig seizoen werd datzelfde blauw-zwart in de thuismatch tegen AA Gent evenzeer een glasheldere elfmeter onthouden. U weet wel, de fameuze bowlingbeuk van Birger Verstraete op Hans Vanaken. En wie herinnert zich nog de topper in play-off 1 tussen Club en Anderlecht uit de lente van 2018? RSCA ontsnapte toen aan een penalty na een duidelijke fout in de zestien van Pieter Gerkens op latere Gouden Schoenwinnaar Vanaken én Lukasz Teodorczyk maakte de 0-1 vanuit frappante buitenspelpositie. Om maar te zeggen...

Kijk, het probleem van de Belgische arbitrage is niet dat ze subjectief, bevooroordeeld en partijdig is. Er bestaat niet zoiets als de blauw-zwarte of paars-witte voetbalbond, dat is platte toogpraat van supporters die niet verder kunnen kijken dan hun eigen favoriete club. Het manifeste probleem is een gebrek aan professionaliteit - vergeet niet dat onze twee beste refs nog steeds op non-actief staan - en een verkeerde toepassing van de veel te complexe regels. Zo wordt er bijvoorbeeld haast elke week gezondigd tegen het principe van de clear error en worden flagrante fases zomaar blauwblauw (en niet blauw-zwart) gelaten of pertinent verkeerd beoordeeld.

Wie trouwens beweert dat Club Brugge daadwerkelijk bevoordeeld wordt, miskent de statistieken. Een onderzoek van twee masterstudenten aan de Universiteit Gent uit alweer 2016 bewees zelfs net het tegendeel: dat de West-Vlamingen het vaakst worden benadeeld door de arbitrage. In mei 2018 toonde Het Laatste Nieuws dan weer aan dat Club na 7 speeldagen in play-off 1 de ploeg was die het vaakst de dupe was van de videoref. De ploeg van toenmalige coach Ivan Leko werd toen 0 keer "bevoordeeld" en 2 keer 'benadeeld'. Voor de volledigheid: Anderlecht werd toen 3 keer bevoordeeld en 1 keer benadeeld. Een blauw-zwarte pyjama, zei u? Nou, nou...

Met stijgende verbazing en ook met enige verontwaardiging nam ik in mijn favoriete voetbalmagazine akte van de lezersreactie van de heer Johan Lieckens. De auteur in kwestie stelde uitdrukkelijk het niet altijd even oordeelkundige en consequente optreden van de VAR in onze Belgische competitie aan de kaak. Geheel terecht vind ik dat en zijn grieven worden ongetwijfeld niet alleen door mij, maar ook door heel wat andere fervente voetbalfans gesteund. Wat mij wel in niet geringe mate stoorde, was zijn stelling als zou de videoref en dus in feite de Belgische arbitrage een blauw-zwarte pyjama dragen. Met andere woorden: Club Brugge wordt in feite systematisch en bewust bevoordeeld door de spelleiding. Om zijn nogal straffe stelling te staven, haalde hij een aantal voorbeelden aan die moeten aantonen dat de VAR in de achterzak van de club van Bart Verhaeghe zit. Nochtans kan je door de jaren heen minstens evenveel voorbeelden aanhalen van behoorlijk dubieuze inschattingen of beslissingen in het nadeel van de huidige competitieleider. Dit seizoen had Club bijvoorbeeld altijd een strafschop moeten krijgen tegen Eupen na een duidelijke charge op Ruud Vormer in de zestien. Vorig seizoen werd datzelfde blauw-zwart in de thuismatch tegen AA Gent evenzeer een glasheldere elfmeter onthouden. U weet wel, de fameuze bowlingbeuk van Birger Verstraete op Hans Vanaken. En wie herinnert zich nog de topper in play-off 1 tussen Club en Anderlecht uit de lente van 2018? RSCA ontsnapte toen aan een penalty na een duidelijke fout in de zestien van Pieter Gerkens op latere Gouden Schoenwinnaar Vanaken én Lukasz Teodorczyk maakte de 0-1 vanuit frappante buitenspelpositie. Om maar te zeggen... Kijk, het probleem van de Belgische arbitrage is niet dat ze subjectief, bevooroordeeld en partijdig is. Er bestaat niet zoiets als de blauw-zwarte of paars-witte voetbalbond, dat is platte toogpraat van supporters die niet verder kunnen kijken dan hun eigen favoriete club. Het manifeste probleem is een gebrek aan professionaliteit - vergeet niet dat onze twee beste refs nog steeds op non-actief staan - en een verkeerde toepassing van de veel te complexe regels. Zo wordt er bijvoorbeeld haast elke week gezondigd tegen het principe van de clear error en worden flagrante fases zomaar blauwblauw (en niet blauw-zwart) gelaten of pertinent verkeerd beoordeeld. Wie trouwens beweert dat Club Brugge daadwerkelijk bevoordeeld wordt, miskent de statistieken. Een onderzoek van twee masterstudenten aan de Universiteit Gent uit alweer 2016 bewees zelfs net het tegendeel: dat de West-Vlamingen het vaakst worden benadeeld door de arbitrage. In mei 2018 toonde Het Laatste Nieuws dan weer aan dat Club na 7 speeldagen in play-off 1 de ploeg was die het vaakst de dupe was van de videoref. De ploeg van toenmalige coach Ivan Leko werd toen 0 keer "bevoordeeld" en 2 keer 'benadeeld'. Voor de volledigheid: Anderlecht werd toen 3 keer bevoordeeld en 1 keer benadeeld. Een blauw-zwarte pyjama, zei u? Nou, nou...