De gemiddelde voetballer in de Jupiler League verdient 252.000 euro, zo leidde Het Belang van Limburg af uit de jaarcijfers van onze clubs. Een stijging van dertig procent in nauwelijks drie jaar en van zestig procent in zes jaar. Een doorsneespeler uit de Belgische competitie heeft een ministersalaris, terwijl hij in het beste geval een groot talent kan worden genoemd. Waanzin.
...

De gemiddelde voetballer in de Jupiler League verdient 252.000 euro, zo leidde Het Belang van Limburg af uit de jaarcijfers van onze clubs. Een stijging van dertig procent in nauwelijks drie jaar en van zestig procent in zes jaar. Een doorsneespeler uit de Belgische competitie heeft een ministersalaris, terwijl hij in het beste geval een groot talent kan worden genoemd. Waanzin. Dat de verloning van de spelers in enkele jaren zo gigantisch steeg, is vreemd genoeg vooral te wijten aan de overheid. Als clubs aan de onderhandelingstafel berekenen wat een speler hen kost, gebruiken makelaars slag om slinger het argument dat de clubs tachtig procent van de bedrijfsvoorheffing recupereren en dat de speler dus heel wat goedkoper is. Ter vergelijking: de jongste jaren gingen de spelerslonen in Nederland omlaag. Van 350.000 euro naar 283.000 euro gemiddeld. Zowat hetzelfde niveau als bij ons. Dat men ons niet wijsmaakt dat de Eredivisie niet sterker meer is dan de Jupiler League. Oranje kwam op het WK met een halve ploeg uit de nationale competitie een ronde verder dan de Rode Duivels met hun buitenlandse toppers. De belasting- en RSZ-voordelen die onze profclubs genieten (volgens Het Belang 88,5 miljoen euro per jaar) gaan dus niet naar de jeugdopleiding, zoals door de wetgever bedoeld, maar verdwijnen in de zakken van makelaars en spelers. Kortom, ons voetbal wordt er geen haar beter van. De hoogste tijd dus om deze maatregel te herbekijken. Of beter gezegd af te schaffen. Vooral nu steeds meer clubs in de handen dreigen te vallen van buitenlandse investeerders. Onbegrijpelijk dat noch de Pro League, noch de voetbalbond, noch de politiek maatregelen neemt om dit tegen te houden. Dat deze trend niet te stuiten valt, is onzin. Dat bewijst de Bundesliga. Wie gelooft dat een voetbalclub vergelijkbaar is met gelijk welk bedrijf heeft er nog steeds niets van begrepen. Een voetbalclub is niet van één man of één groep die zich inkoopt, maar van zijn supporters. Wat er kan gebeuren met de komst van buitenlandse investeerders zagen we in Engeland, waar de Maleisiër Vincent Tan 'the Bluebirds' (blauwe vogels) van Cardiff City voortaan in het rood laat spelen en bij Hull City (de komende Europese tegenstander van Lokeren) de Egyptenaar Assem Allam de naam van de club probeerde te veranderen. De afschaffing van de fiscale voordelen voor de profclubs betekent niet dat de overheid in deze besparingstijden niets voor het voetbal hoeft te doen. Integendeel. Waarom de 88 miljoen euro die jaarlijks zogezegd naar de jeugdopleiding gaat niet gedeeltelijk gebruiken om clubs echt te helpen met hun jeugdopleiding. Dan denk ik vooral aan de clubs uit de lagere afdelingen, die (terecht) verplicht worden om gediplomeerde coaches in dienst te nemen. Tevens moet de (Vlaamse) politiek eindelijk ook werk maken van de invoering van een opleidingsvergoeding op basis van de kwaliteit van de opleiding. Het plan, zoals opgesteld door de commissie-Preud'homme, ligt al meer dan een decennium in de lade van Herman Wijnants, inmiddels N-VA-politicus. De steun voor het jeugdvoetbal van clubs onder aan de piramide betekent overigens niet dat ook de profclubs geen helpende hand mogen krijgen, maar niet voor hun jeugdopleiding. Wie op dat niveau goed werk levert, verdient zijn investering gemakkelijk terug op de transfermarkt. Onze clubs hebben vooral op het gebied van infrastructuur een geweldige achterstand opgelopen. Waarom niet jaarlijks een belangrijke som ter beschikking stellen van hen die hun stadion willen renoveren of een nieuwe arena bouwen? Nieuwe stadions zijn essentieel voor de vooruitgang van ons voetbal, omdat ze zowat de enige inkomstenbron zijn waar we niet tegen het plafond aan zitten. Nieuwe stadions komen niet alleen de uitstraling van de vereniging, maar ook de supporters ten goede. Zij kunnen dan immers in veilige en comfortabele stadions naar het voetbal kijken. Het belastinggeld zou op deze manier op de koop toe het hele land ten goede komen, want nieuwe stadions betekenen werk voor honderden bouwvakkers, elektriciens, loodgieters, architecten enz. DOOR FRANÇOIS COLINDe belastingvoordelen van de profclubs mogen worden afgeschaft en vervangen door stadionsubsidies.