Het was een mooi initiatief van voorzitter Peter Croonen, toen hij voor de wedstrijd van KRC Genk in de perstribune elke journalist persoonlijk een gelukkig nieuwjaar kwam wensen en champagne aanbod.
...

Het was een mooi initiatief van voorzitter Peter Croonen, toen hij voor de wedstrijd van KRC Genk in de perstribune elke journalist persoonlijk een gelukkig nieuwjaar kwam wensen en champagne aanbod. In een glas, welteverstaan. Want op het veld sprankelt het nieuwe Genk nog niet echt, weet ook trainer Philippe Clement die bij Waasland-Beveren rustig vanaf de bank kon toekijken hoe zijn elftal uitvoerde wat hij wilde zien. Niet zo bij zijn nieuwe ploeg, waar hij net als tijdens de vorige wedstrijden negentig minuten onafgebroken druk gesticulerend in de weer was aan de zijlijn. Zijn elftal streed moedig, maar moest zijn meerdere erkennen in Anderlecht, dat wél scoorde, terwijl de thuisploeg te overhaast afwerkte. De inzet bij de thuisploeg maakte dat RC Genk ondanks de drie op negen sinds het nieuwe bewind en de 11 op 33 thuis, tot het eind op steun kon rekenen van de eigen aanhang. Een punt waar Clement de voorbije weken flink op hamerde toen hij vooropstelde: 'Belangrijk is dat we met onze manier van voetballen de mensen hier achter ons krijgen.' Eerder dit seizoen werd Genk wanneer het voetbal stokte bij momenten nog genadeloos uitgefloten door de eigen fans, waarna de kopjes nog meer naar beneden gingen en niemand nog wat durfde te ondernemen. Binnen de Genkse groep zat het echt niet goed toen Clement de ploeg overnam. Vooral de twee smaakmakers van vorig seizoen, Alejandro Pozuelo en Roeslan Malinovski, plaatsten zichzelf boven de groep en eigenden zich rechten toe die bij de andere spelers voor wrevel zorgden. Dat was ook op het veld te zien. Genk heeft al heel het seizoen een probleem-Pozuelo. Eerst omdat het de Spanjaard bij de competitiestart miste door een blessure, nadien omdat hij er maar niet in slaagt zijn niveau van de vorige twee seizoenen te halen. Onder Peter Maes bleef Pozuelo nog binnen de lijntjes, onder Albert Stuivenberg deed hij zijn eigen ding. Ook Malinovski had naast én op het veld lak aan de regels. Hij kwam op afspraken wanneer hij wilde en liep op het veld vergeefs te zoeken naar zijn vorm van vorig jaar, waardoor hij niet alleen kwaad was op de trainer en de anderen, maar ook op zichzelf. Stuivenberg had helemaal geen greep meer op het sterrenduo, dat zich net als een aantal andere spelers gaandeweg ergerde aan zijn didactische manier van trainen, met veel aandacht voor tactiek, en weinig voor het intensieve, korte werk waar voetballers in het algemeen zo van houden. De aanpak zorgde er ook voor dat het fysieke werk dat voor een stevige basis moet zorgen niet verricht werd, waardoor spelers tijdens de wedstrijden snel in het rood zaten en sneller blessures opliepen. Op het veld vormde de Genkse driehoek vorig seizoen de motor van de ploeg, met een wervelende Pozuelo, een hard werkende Malinovski en eerst een uitstekende Wilfred Ndidi als schokdemper, later vervangen door een sterk debuterende Sander Berge. Dit seizoen sputtert die motor, omdat de discipline binnen de driehoek op het middenveld helemaal zoek was. Pozuelo zoekt en vindt niet, en Malinovski maakt positioneel niet de beste keuzes, waardoor Genk bij balverlies in de omschakeling defensief enorm kwetsbaar wordt. Het maakt dat Siebe Schrijvers, een van de betere Genkspelers dit seizoen, zich bij momenten te pletter werkt om de enorme gaten dicht te lopen, en elke wedstrijd met een hoog aantal kilometers in de benen beëindigt. Tegen Anderlecht had Malinovski wel heel veel pech, eerst met de ongewilde elleboogstoot van Sven Kums waardoor hij later naar het ziekenhuis moest, en later met de fout die met een tweede geel bestraft werd. Ook met hem zou het beter moeten gaan nu hij zich beter kan vinden in de nieuwe, meer op fysieke arbeid en explosieve oefeningen gerichte aanpak van de nieuwe trainer, die de Oekraïner ook goed kent. Club Brugge was een paar jaar geleden, toen Clement er assistent was, erg in hem geïnteresseerd. 'Alleen was hij toen voor Club te duur, en tekende hij zes maanden later voor Genk', aldus de trainer die nog een boodschap meegaf voor de speler: 'Ik weet dat hij nog veel meer kan dan er nu uitkomt.' Ook voorin blijft het zoeken naar de juiste oplossing. Met de zondag geschorste Marcus Ingvartsen haalde Genk een spits die afhankelijk is van de aanvoer langs de flanken. Laat dat nu net een van de problemen van dit seizoen zijn. Leandro Trossard en Manuel Benson hebben de voetbalkwaliteiten om langs de flank een actie te maken, maar Trossard blijft in de ziekenboeg terwijl Benson met zo'n vertrouwenscrisis worstelt dat hij niets meer durft te ondernemen. Een andere jonge flankspeler, Edon Zhegrova, durft wel initiatief te nemen, maar wanneer hij zijn duel verliest, ligt er meteen een gat in zijn rug, waar de tegenstander graag induikt. Dat zorgt dan weer voor problemen voor de flankverdedigers. Met een fitte Clinton Mata en Jere Uronen staat Genk daar in principe wel goed, maar die twee zijn dit seizoen zelden fit geweest en hun vervangers vallen te licht uit, zoals ook tegen Anderlecht pijnlijk duidelijk werd. Al die dingen is Clement, die niet dieper op de materie van de fysieke achterstand wilde ingaan, aan het bijwerken. Hij brengt alvast structuur en meer pit in het elftal, waar het puzzelen blijft met zoveel geblesseerden, maar waar iedereen stilaan beseft wat er van hem verwacht wordt. Zo trekt Genk centraal voluit de kaart Pozuelo, waardoor Siebe Schrijvers, voor wie dat ook de beste plaats is, moet uitwijken, in het belang van het team. Tegen Anderlecht gaf Pozuelo blijk van veel goeie wil, maar wanneer zijn risicopasses onderschept werden, zorgde paars-wit met een snelle omschakeling meteen voor dreiging aan de overkant. Om dat balverlies op het middenveld op te vangen haalde Genk Ibrahima Seck, die de manier van werken van Clement goed kent, maar nog niet de sterktes en gebreken van zijn nieuwe ploegmaats. Daardoor moest hij tegen Anderlecht nog naar zijn plek zoeken. Voor Clement is Seck, bij afwezigheid van Berge en Bryan Heynen, met zijn gestalte en fysieke kracht de nieuwe nummer zes. Toch zien velen in hem meer een hard werkende en veel lopende nummer acht, een box-to-boxspeler in plaats van een verdedigende middenvelder. De aanpak van Clement moet meer vertrouwen brengen. Hij hoedt zich ervoor om spelers die een mindere prestatie leveren, met de vinger te wijzen. Wanneer Genk zijn geblesseerden recupereert en de fysieke paraatheid van het team verbetert, moet die zo begeerde zesde plaats haalbaar zijn. Daarna kan het tijdens de play-offs verder groeien. Tot meer is dit team voorlopig niet in staat.