Nog de hele week zal het Gentse Kuipke als vanouds zinderen op het ritme van de zesdaagse. Terwijl elders de doodsklok wordt geluid over diverse baanevenementen, staat in Gent de organisatie nog steeds als een huis. De ticketverkoop liep alweer als een trein, zelfs toen publiekslieveling Iljo Keisse nog in het ongewisse verkeerde over zijn deelname.
...

Nog de hele week zal het Gentse Kuipke als vanouds zinderen op het ritme van de zesdaagse. Terwijl elders de doodsklok wordt geluid over diverse baanevenementen, staat in Gent de organisatie nog steeds als een huis. De ticketverkoop liep alweer als een trein, zelfs toen publiekslieveling Iljo Keisse nog in het ongewisse verkeerde over zijn deelname. Toch begint ook de deelnemerslijst in Gent sporen van bloedarmoede te vertonen. Wedstrijdleider en organisator Patrick Sercu sprak zijn ontgoocheling uit over de geringe belangstelling van de jonge Belgische pistiers voor de toekomstzesdaagse. Maar ook in de profzesdaagse wordt de spoeling steeds dunner, al knelt daar het schoentje vooral buiten België. Aan de basis daarvan ligt deels een natuurlijk proces: een spraakmakende generatie pistiers zwaaide de voorbije seizoenen af. Onder anderen Marco Villa, Robert Slippens en Erik Zabel, die samen goed waren voor bijna vijftig zesdaagsezeges, maar ook en vooral de onvolprezen Bruno Risi, die twee decennia lang het circuit regisseerde en liefst 61 zesdaagsen op zijn naam schreef. Iljo Keisse kan samen met de Denen Alex Rasmussen en Michael Morkov slechts gedeeltelijk de ontstane leemte opvullen. Daarom gaan de diverse organisatoren zesdaagserenners ronselen in Nederland, waar het baanwielrennen nieuw leven is ingeblazen. Zo is ook in Gent Nederland hofleverancier met zeven deelnemers. Maar dat Danny Stam en Leon van Bon op hun 38e nog steeds de vaandeldragers van Oranje zijn, zegt alles over de magere talentaanvoer bij onze noorderburen. De tijd dat Angelsaksische renners zoals Matthew Gilmore, Scott McGrory en Bradley Wiggins het publiek in Gent beroerden, lijkt ook al een eeuwigheid geleden. Tegenwoordig moet één Australiër, Luke Roberts, de overzeese eer redden. Reisde je in het verleden als zesdaagserenner naar het Europese vasteland, dan kwam je een winter lang zonder onderbreking aan de bak en kon je een aardige stuiver verdienen. Je mocht zelfs dromen van een olympische medaille in de ploegkoers, het basisonderdeel van een zesdaagse. Ondertussen is deze discipline van het olympische programma geschrapt, houden nog slechts negen winterzesdaagsen het hoofd boven water en kunnen ook Groot-Brittannië (Team Sky) en Australië (Pegasus Sports) niet langer weerstaan aan de lokroep van het wegwielrennen. Ondanks het ontij steekt het startveld in Gent nog boven het maaiveld uit. Dat is in de eerste plaats de verdienste van Patrick Sercu. Kiezen andere organisaties vooral voor sant in eigen land, dan heeft hij altijd gestreefd naar een internationaal platform, zo sterk mogelijk uitgebouwd in de breedte. Sercu slaagt beter dan eender wie in zijn opzet. De West-Vlaming is alomtegenwoordig in het baancircuit en heeft ook in de meeste andere zesdaagsen meer dan één vinger in de pap te brokken. Schop je de zesdaagsekoning tegen de schenen in zijn geliefde Gent, dan speel je met je werkgelegenheid voor de rest van de winter. door benedict vanclooster