De laatste keer dat Engeland aan een WK deelnam in de wetenschap vooraf dat zijn bondscoach zeker wegging, was in 1990. Voor het toernooi had Bobby Robson te horen gekregen dat de Engelse bond (FA) hem geen nieuw contract aanbood. Belust op revanche loodste hij Engeland vervolgens naar de halve finales, het beste resultaat sinds het team in 1966 in eigen land wereldkampioen was geworden. Alleen Terry Venables deed het hem nog na, maar dan op een EK. In 1996 was Engeland, precies dertig jaar na het historische WK, weer gastland van een groot toernooi. Footballis coming home luidde de zelfbewuste slogan. Venables had vooraf zijn vertrek aangekondigd, maar op de prestaties drukte dat niet. Opnieuw leidde een demissionaire coach het team naar de halve finales.
...

De laatste keer dat Engeland aan een WK deelnam in de wetenschap vooraf dat zijn bondscoach zeker wegging, was in 1990. Voor het toernooi had Bobby Robson te horen gekregen dat de Engelse bond (FA) hem geen nieuw contract aanbood. Belust op revanche loodste hij Engeland vervolgens naar de halve finales, het beste resultaat sinds het team in 1966 in eigen land wereldkampioen was geworden. Alleen Terry Venables deed het hem nog na, maar dan op een EK. In 1996 was Engeland, precies dertig jaar na het historische WK, weer gastland van een groot toernooi. Footballis coming home luidde de zelfbewuste slogan. Venables had vooraf zijn vertrek aangekondigd, maar op de prestaties drukte dat niet. Opnieuw leidde een demissionaire coach het team naar de halve finales. 1966 is nooit uit het Engelse collectieve onderbewustzijn verdwenen. Precies veertig jaar later, uitgerekend op Duitse bodem, zu Gast bij de overwonnen tegenstander van toen, was ook de koffer van Sven-Göran Eriksson al gepakt. Symboliek en cijferfetisjisme voorspelden minstens een halvefinaleplaats, maar met wat Engelands sterkste selectie in jaren heet te zijn, reikte de ambitie verder. Kwam tien jaar geleden het voetbal thuis, nu was de trofee het doel. Of zoals de (door de FIFA aangebrachte) slogan op de bus waarmee de Engelse selectie tijdens dit WK van hotel naar oefenveld naar stadion en terug wordt gereden, het uitdrukt : One Nation. One trophy. Eleven lions. Dat laatste is een overdrijving gebleken. Het waren geen leeuwen die zich naar de kwartfinales van het WK sleepten. Het Engelse elftal maakte vooral een plichtmatige indruk, als was het verlamd door de lange afwezigheid van Wayne Rooney. Zoals hij twee jaar geleden de halffitte David Beckham en Michael Owen meenam naar het WK, deed Eriksson nu hetzelfde met de aanvaller van Manchester United. Hij noemde hem onmisbaar, daarmee zelf in niet geringe mate bijdragend tot de onrust rond de selectie. Na de cruciale zege tegen Trinidad & Tobago, die zekerheid verschafte over plaatsing voor de achtste finales en waarin Rooney zijn eerste speelminuten had gekregen, noemde de coach zich opgelucht dat de saga eindelijk kon stoppen. Er lag zowaar onderkoelde dreiging in zijn stem. Vijf dagen later verloor Engeland Owen met een zware knieblessure. Owen was ook al niet helemaal fit aan het toernooi begonnen en bekocht zijn fletse prestaties met twee vroege wissels. Na het duel met Trinidad & Tobago was hij de enige met openlijke kritiek op de spelwijze. Die bestond er vooral uit lange ballen te versturen naar Peter Crouch. Zonder Owen zat Eriksson ineens héél dun in de spitsen. Drie, om precies te zijn : een apart fenomeen (Crouch), een fenomeen zonder wedstrijdritme (Rooney) en een potentieel fenomeen zonder de minste ervaring (de 17-jarige Theo Walcott). Toch gaf Eriksson daags na de repatriëring van Owen en enkele dagen voor de achtste finale tegen Ecuador weerom geen krimp. "Ik ben nog steeds vrij zeker dat ik de best mogelijke selectie heb samengesteld", zei hij in het door de groene heuvels van het Zwarte Woud omringde Mittelbergstadion in Bühlerstal, waar de selectie traint. Ook vragen over het samen functioneren van Frank Lampard en Steven Gerrard bleef Eriksson uit de weg gaan. Misschien niet toevallig speelde Engeland zijn beste helft uit de groepsfase voor de rust tegen Zweden. Gerrard zat uit vrees voor een gele schorsing op de bank. In zijn plaats maar niet op zijn plaats, want in de stofzuigerpositie voor de verdediging, wroette Owen Hargreaves. Die positie, waarvoor ook seizoensrevelatie Michael Carrick in aanmerking komt, laat Eriksson doorgaans onbezet. Hij koppelt liever de clubiconen Lampard en Gerrard aan mekaar. Twee aanvallend ingestelde middenvelders met te weinig ogen in de rug die mekaar de ruimte ontnemen om hun optimale spel te ontwikkelen. Bij hun complementariteit stelt iedereen zich vragen, behalve Eriksson. Een oplossing om hen allebei in de ploeg te houden zou kunnen zijn met één diepe spits te spelen. Dat deed de bondscoach, die anders amper van zijn 4-4-2 afstapt, tegen Ecuador. Meer uit spitsennood da n uit overtuiging. Carrick speelde in de rug van Lampard-Gerrard, maar de ultieme consequentie - snelheid inbrengen op de flanken - durfde Eriksson niet aan : Beckham staat niet ter discussie bij zijn Zweedse society-evenknie. Waarnemers vrezen dat het beste er wat af is bij de man die al drie jaar zonder prijs is bij Real Madrid. Met elke invalbeurt toont Aaron Lennon pijnlijk scherp aan hoezeer het elftal explosiviteit mist op de flanken. Na de nipte zege in een vreselijke vertoning bleef Eriksson volhouden dat het steeds beter ging met zijn team. Ook uit de mond van Beckham, Lampard en Gerrard viel geen onvertogen woord over de coach, noch over elkaar of de spelwijze op te tekenen. Niemand die een ander afvalt en altijd maar diezelfde mantra die terugkeert : we're doing better and better. Na de zege tegen Trinidad & Tobago al leken de spelers hun eigen woorden niet eens te geloven. Fans door het dolle heen, maar spelersgezichten op zorgelijk. Vreemd contrast. Ondanks het vakmanschap dat uit zijn palmares spreekt, zal Eriksson over de Noordzee de annalen ingaan als een passieve coach. Als iemand die niet de moed had keuzes te maken. Die koos voor de grote namen, niet voor het beste elftal. Die taboes taboes liet zijn. Zijn aanstelling begin 2001 kwam er nadat Kevin Keegan ontslag had genomen na de thuisnederlaag tegen Duitsland (0-1) in oktober 2000. De Zweed werd daarmee de eerste buitenlander aan het hoofd van het Engelse elftal, iets waarmee velen in het moederland van het voetbal steeds grote moeite hebben gehad. Tussen media en bondscoach is het nadien nooit helemaal goed gekomen. De eerste maanden presteerde de ploeg onder Erikssons leiding niet eens zo slecht. Vooral de 1-5-zege in München tegen Duitsland maakte indruk, al was het slechts dankzij een doelpunt uit vrije trap van Beckham in de slotminuut tegen Griekenland dat Engeland op het WK in Japan en Zuid-Korea raakte. Daar deed het mee tot de kwartfinales, Duitsland tot de finale. Ook op het Euro 2004 eindigde het toernooi voor de troepen van Eriksson bij de laatste acht. Gastland Portugal haalde het na een reeks strafschoppen. Vanaf het WK 1990 was het de vierde keer dat penalty's Engeland op een groot toernooi fataal werden. Met dat trauma heeft alvast ook Eriksson niet afgerekend. De 58-jarige Sven-Göran Eriksson is de voorbije vijf jaar niet alleen als coach veelvuldig bekritiseerd. Rode draad door zijn ambtstermijn waren vooral de smeuïge verhalen over zijn privéleven, waarmee niet alleen hijzelf, maar ook het Engelse voetbal om de haverklap in diskrediet kwam. Eriksson coachte Engeland tijdens drie grote toernooien en telkens ging een schandaal eraan vooraf. Voor het WK 2002 wordt onthuld dat de Zweed, die al gescheiden is, zijn Italiaanse vriendin bedriegt met een populaire tv-ster. Volgens de Engelse pers geeft dit aan dat hij niet met zijn vak bezig is. Twee jaar later, voor het Euro 2004 in Portugal, wordt hij betrapt tijdens besprekingen met Roman Abramovitch en Peter Kenyon, respectievelijk eigenaar en directeur van FC Chelsea. De kranten beschuldigen hem van landverraad, maar Eriksson zweert dat hij het nationale team trouw blijft. Na het EK bewijst de tabloid News of the World dat Eriksson in de aanloop naar het toernooi het bed heeft gedeeld met een secretaresse van de FA. De Engelse bondsleiders hebben de affaire op verzoek van Eriksson wekenlang keihard ontkend en zijn razend door het lek. Het schandaal leidt tot het aftreden van FA-baas Mark Palios, die ook iets met de secretaresse zou hebben gehad. Toch krijgt Eriksson in 2005 een contractverlenging tot de zomer van 2008. Begin 2006 volgt dan de ultieme rel. Een als Arabische sjeik vermomde undercoverjournalist van News of the World wendt interesse voor om Aston Villa te kopen en nodigt Eriksson uit naar Dubai. Daar laat die zich tegenover de nepsjeik ontvallen dat hij bereid is na het WK ontslag te nemen als bondscoach om manager te worden van de club uit Birmingham. Bovenop zijn imago van vrouwenversierder komt hiermee zijn ontmaskering als gewetenloze geldwolf. Eriksson doet ook weinig flatterende uitspraken over Beckham, Owen, Rooney en Rio Ferdinand. Dat de man die zich herhaaldelijk heeft beklaagd over publieke indiscreties over zijn eigen privéleven, nu tegenover een hem volslagen onbekende Arabier vertrouwelijke informatie over Engelse internationals te grabbel gooit, schokt de Britse media. Het gevolg laat zich raden. Van Erikssons morele gezag, loyaliteit en geloofwaardigheid blijft geen spaander heel. Vijf maanden voor een WK, waarvoor de verwachtingen hooggespannen zijn en waarvoor iedereen rekent op de onvoorwaardelijke aandacht en concentratie van de bondscoach, is een crisis met de allure van een staatszaak een feit. In The Times trekt Simon Barnes, een notoir columnist, een vernietigende vergelijking : "Wanneer je duizend pond betaalt voor een hoer om de nacht met je door te brengen, verwacht je geen liefde. Maar je mag wel verwachten dat ze niet de hele avond zit te lonken naar de man aan de tafel naast jou." Het verstandshuwelijk is ten dode opgeschreven, zoveel is duidelijk. Eind januari maakt de FA bekend dat Eriksson na het WK terugtreedt als bondscoach. Slim als hij is, legt die het zo aan boord dat hij niet zélf opstapt. Daardoor maakt hij wegens zijn nog twee jaar doorlopende contract aanspraak op een afkoopsom van ongeveer 14 miljoen euro, twee keer zijn jaarloon. Een dure grap voor de FA, maar een tikkende tijdbom is wel ontmijnd. Wie Eriksson opvolgt, is ook al bekend : Steve McLaren, behalve hoofdcoach van Middlesborough de laatste jaren ook Erikssons assistent bij het nationale team. Geen societyfiguur, maar een harde werker. En vooral : een Engelsman. JAN HAUSPIE